OPEC op zoek naar consensus

De organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) komt vandaag bijeen in Wenen en zal waarschijnlijk beslissen de productie met 1,5 miljoen vaten per dag te verlagen in een poging de olieprijs omhoog te krijgen. De kartelleden willen dat ook niet-OPEC leden de productie substantieel verlagen, iets waar deze landen geen zin in hebben.

De verlaging zou de vierde zijn dit jaar. Sinds januari werd de productie met 3,5 miljoen vaten, of 13 procent, ingekrompen. Na een volgende verlaging zal de productie het laagste niveau bereiken sinds Irak in 1991 uit Koeweit werd verdreven. Zowel OPEC-president Chakib Khelil als de Saoedische olieminister Ali al-Naimi heeft gezegd dat er een verlaging zal komen van ten minste 1 en waarschijnlijk 1,5 miljoen vaten per dag.

De elf leden van het kartel, dat 60 procent van de olieproductie verzorgt, hebben de olieprijs de afgelopen twee jaar binnen de door hen gewenste bandbreedte van 22 en 28 dollar per vat te houden.

De zwakkere economische groei, en dus de verminderde vraag naar olie, maakte het dit jaar al moeilijk om deze bandbreedte vast te houden, maar na de aanslagen van 11 september werd het onmogelijk. De prijs is sinds september met meer dan 25 procent gedaald. Een vat Brent Noordzee-olie kost nu iets meer dan 20 dollar vergeleken met ruim 27 dollar vóór 11 september.

Er zijn echter dissidente geluiden. Iran en Qatar hebben deze week gezegd dat OPEC de productie alleen moet verlagen als niet-leden als Noorwegen, Rusland en Mexico ook minder olie oppompen.

De verlaging van Rusland, 30.000 vaten per dag, is de spreekwoordelijke druppel op de gloeiende plaat. OPEC wil dat niet-leden de productie met 500.000 vaten beperken. Noorwegen heeft al gezegd daar niets voor te voelen en ook Mexico heeft geen toezeggingen gedaan.

OPEC bestaat uit Saoedi-Arabië, Indonesië, Algerije, Iran, Irak, Koeweit, Verenigde Arabische Emiraten, Nigeria, Qatar, Libië en Venezuela. Alhoewel Irak wel lid is, wordt de olieproductie niet meegerekend omdat deze sinds het eind van de Golf-oorlog onder curatele staat van de Verenigde Naties.