Oost-Europa tevreden met tussenbalans

Het jaarlijkse tussenrapport van de Europese Commissie over de voortgang van de kandidaat-lidstaten is in Oost-Europa over het algemeen goed gevallen.

Tevredenheid alom in de landen in Midden- en Oost-Europa over de ,,evenwichtige'' de voortgangsrapporten van de Europese Commissie. In tegenstelling tot vorig jaar toen de Tsjechische Republiek op het strafbankje werd gezet, onthoudt de Commissie zich dit jaar van elke verwijzing naar een rangorde. De Commissie toont zich daarentegen bereid om met maximaal tien landen eind volgend jaar de onderhandelingen over toetreding af te ronden.

In Warschau was een zucht van verlichting te horen. Polen heeft een moeilijk jaar achter de rug. Het land raakte achterop bij andere kandidaat-lidstaten. Zelfs Slowakije, dat pas na de periode-Meciar in 1999 aan onderhandelingen kon beginnen, had al meer onderdelen van het `toetredingspakket' weten af te sluiten dan Polen. De kans dat Polen uit de kopgroep zou vallen leek reëel en collega kandidaat-lidstaat Hongarije begon te mopperen dat het geen zin had om op ,,andere landen'' te wachten.

Polen wordt dan ook niet gespaard in de jaarlijkse rapportage. Met name de overheidsfinanciën vormen een bron van grote zorg. Maar de Europese Commissie beklemtoond daarnaast vooral ook de voortgang die Polen wel geboekt heeft het afgelopen jaar en prijst met name de hoeveelheid wetgeving die via een versnelde procedure door het parlement werd gejaagd. Het totaalbeeld wordt in Polen als positief ervaren.

Danuta Hübner, staatssecretaris voor Europese Integratie, zei in een reactie dat Polen het komend jaar alles op alles zal moeten zetten om de reeds aangenomen wetgeving ook werkelijk te implementeren. Zij was uitgesproken positief over het feit dat de Commissie de deur open zet voor tien landen: ,,Dat wijst op een duidelijk politiek besluit binnen de Unie''.

In Warschau is men ook tevreden over het feit dat de Commissie heeft aangegeven dat de onderhandelingen over dossiers als landbouw en structuurfondsen (voor steun aan achtergebleven regio's), onderwerpen die binnen de Unie ter discussie staan, zullen plaatsvinden op basis van de bestaande wetgeving. De kandidaten hoeven dus niet te wachten tot de EU zijn eigen hervormingsplannen op beide terreinen heeft afgerond.

De toonzetting van de rapporten is dit jaar dus over het algemeen positief. Opmerkelijk is echter de kritiek die de Europese Commissie heeft op het Hongaarse beleid inzake etnische Hongaren in het buitenland. Onlangs nam het Hongaarse parlement een wet aan die de ongeveer drie miljoen Hongaren in Roemenië, Slowakije, Oekraïne en Joegoslavië wonen, speciale voorrechten geeft. Ze krijgen het recht om jaarlijks drie maanden in Hongarije te komen werken. Verder mogen ze gebruikmaken van de Hongaarse sociale en culturele instellingen en krijgen ze een speciale bijdrage als ze hun kinderen naar Hongaarstalige scholen sturen. De voorrechten worden verleend op basis van een speciale Hongaarse identiteitskaart. Roemenië en Slowakije hebben ernstige kritiek op de Hongaarse wet die per 1 januari aanstaande van kracht moet worden. Volgens Roemenië en Slowakije komt deze Hongaarse wet neer op inmenging in binnenlandse aangelegenheden. De Europese Commissie schrijft dat de wet inderdaad neerkomt op discriminatie en onacceptabel is.

De Hongaarse minister Buitenlandse Zaken, Mártonyi, reageerde dubbelzinnig op de Europese kritiek. Enerzijds zei hij dat Hongarije in de bescherming van zijn minderheden over de grens alles zal doen wat niet expliciet verboden is. Anderzijds liet hij ruimte voor onderhandelingen met de protesterende buurlanden.

Tsjechië nam het voortgangsrapport, zoals ieder jaar, nogal gelaten tot zich. Minister Kavan van Buitenlandse Zaken gaf toe dat zijn land het enige is onder de kandidaat-lidstaten dat nog geen wetgeving heeft om de onafhankelijkheid van het openbaar bestuur te regelen. Hij gaf geen antwoord op vragen waarom Tsjechië daar na herhaaldelijk aandringen van Brussel nog niets aan heeft gedaan.

Het Tsjechische ochtendblad Mlada Fronta Dnes gaat daar vanochtend wel uitgebreid op in. De krant noemt het rapport voor Tsjechië ,,een laatste waarschuwing''. Als Tsjechië zijn bureaucratie niet aan regels onderwerpt is het land niet geloofwaardig: ,,Niemand zal geloven dat onze overheid onpartijdig is en zich aan de regels houdt zolang er geen wet is die de onafhankelijkheid van de overheid op alle niveaus garandeert''.

De komende dagen verschijnt een serie artikelen over de stand van zaken in de kandidaat-lidstaten van de EU.

    • Renée Postma