Oliereus Rusland zit tussen twee vuren

De Russische oliemaatschappijen gaan hun export beperken. Voor het eerst volgt Rusland de OPEC, die vandaag in Wenen vergadert.

De rijkste mannen van Rusland controleren nog steeds de helft van de Russische staatshuishouding. Maandag waren ze daarom bij premier Kasjanov op bezoek voor een goed gesprek: over olie. Want de dalende prijzen raken Moskou hard. Elke dollar per vat minder kost de valutapot zo'n 1,5 miljard gulden.

Tot begin deze week voerden de oliebaronnen een simpele koers: de OPEC beperkt, Rusland profiteert. Na het onderhoud met Kasjanov besloten de neftjaniki (oliemannen) van Loekoil, Joekos, Tjoemen, Soergoetgazeneft, Sibneft en Rosneft zich drie maanden ,,vrijwillig en tijdelijk'' te beperken tot 30.000 vaten per dag. Ze moesten de OPEC, die vandaag in Wenen vergadert, zo voor zijn.

Veel heeft het niet om het lijf. Dertigduizend vaten is 0,41 procent van de totale olieproductie in Rusland en 0,04 procent van die in de hele wereld. Echt vrijwillig was de beslissing bovendien ook niet. Twee weken geleden had Kasjanov hen per brief al onder druk gezet. De premier zelf wilde de pressie echter niet té openlijk opvoeren om de verse bondgenoten in Europa en Amerika niet voor het hoofd te stoten.

Rusland staat sinds de 11de september op het punt aanvaard te worden als echte partner van de westerse industriële wereld. Dat Exxon-Mobil 15 miljard dollar wil steken in de oliewinning op Sachalin is twee weken geleden als een grote zege gevierd.

Deze spagaat biedt mogelijkheden in den vreemde, maar heeft in eigen land ingewikkelde gevolgen.

Afgelopen zomer leek de Russische schatkist nog een rozentuin. De financiële crisis van 1998 had zich ten goede gekeerd. Weliswaar zou de groei met twee procentpunten afnemen tot slechts 3,5 procent en de inflatie met 12 procent hoog blijven, de begroting zou niettemin een overschot vertonen: een proficit, zoals het in de newspeak heet, van 1,63 procent op een bruto binnenlandse product (bbp) van duizend miljard gulden.

De centrale bank was gretig deviezen en goud aan het sparen. Binnen de regering begon men enthousiast te denken over versnelde aflossing van de buitenlandse schuld. ,,De gunstige conjunctuur is niet eeuwig. We moeten hem nu gebruiken'', aldus economisch adviseur Illarionov van het Kremlin. De `hollandse ziekte' – een stagnerende vaderlandse productie en toenemende afhankelijkheid van grondstoffenexport – moest bestreden worden.

De olieprijs schurkte toen tegen de 30 dollar per vat aan. Ruim twee maanden later is er tien dollar af en staat de Russische regering voor een dilemma. De schatkist heeft volgend jaar namelijk extra geld nodig. Om de armzalige pensioenen en ambtenarensalarissen in onderwijs en gezondheidszorg te kunnen verdubbelen, maar vooral ook om de grommende legerleiding gerust te stellen. De strijdkrachten eisen budget voor technologische investeringen en arbeidsvoorwaarden. President Poetin steunt hen. Hij moet het leger professionaliseren. De militaire uitgaven zijn nog altijd drie keer hoger dan de federale uitgaven voor onderwijs, maar met krap drie procent van het bbp nimmer zo laag geweest.

Toen de conceptbegroting voor volgend jaar werd opgesteld, oogden de parameters bescheiden. Een olieprijs van 23,5 dollar leek haalbaar. Het pakte anders uit. Een vat Russische olie staat nu op 18,5 dollar. Gezien de prognoses in Europa en de VS is er geen reden te rekenen op een sprong omhoog. Minister Koedrin van Financiën heeft de uitgangspunten voor volgend jaar daarom naar beneden bijgesteld. Net als premier Kasjanov acht ook hij 22 tot 25 dollar een ,,rechtvaardige prijs'', maar hij weet eveneens dat het recht op deze ,,ruwe'' markt krom is.

Zijn laatste begrotingsversie gaat uit van een olieprijs van 18 dollar. ,,Dat kunnen we doorstaan'', aldus Koedrin. Dreigend vervolgde hij echter: ,,We nemen wel voorzorgsmaatregelen''. Kasjanov en Koedrin zijn daarom de laatste week niet van de tv te branden. Elke avond komt een van beiden uitleggen dat er geen ,,catastrofe'' in aantocht is, dat de regering zich slechts ,,op elk scenario'' voorbereidt.

De `nachtmerrie' gaat uit van een olieprijs van 15 dollar. Komt het zover, dan scheelt dat 5 miljard dollar aan deviezenreserves, ligt een steviger devaluatie van de roebel in het verschiet, schiet de inflatie boven 15 dollar en het belangrijkste moet Moskou aankloppen bij het IMF en de Club van Parijs (de crediteuren van de Russische staat) om te onderhandelen over een ,,herschikking van de buitenlandse schuld'' van officieel 150 miljard dollar.

Talloze belangrijke ministers hebben zich verzoend met dit onverhoopte scenario. Maar presidentieel adviseur Illarionov wil van geen wijken weten. ,,De concurrentiepositie van de Russische productie in binnen- en buitenland wordt minder'', aldus Illarionov. Verslapping sust de grote ondernemers alleen maar in slaap en frustreert het midden- en kleinbedrijf. Fixeer je niet op de olieprijs, is zijn devies.

`Anti-adviseur Illarionov', zoals een zakenblad hem noemt, wordt gewaardeerd. Behalve door de ministers op de `sociale departementen' en de traditionele industriëlen die al decennia olie- of kredietjunks zijn en nu plots vergelijkbare belangen hebben als het westen. Poetin staat tussen deze vuren. De symbolische knieval van de oliebaronnen voor de OPEC is het maximale. De Izvestia schreef ironisch: ,,Rusland integreert in de economische wereldcrisis''.

    • Hubert Smeets