Kwartje en kwintje

Uit de brij van woorden die wij dagelijks over ons heen krijgen, is er eentje dat zich de laatste tijd steeds sterker aan mij opdringt en dat is kwintje. Waarschijnlijk zegt dit woord nu alleen musici iets. Zij gebruiken kwintje soms als verkleinvorm van kwint. En dat is – volgens mijn woordenboek – `de vijfde toon van de grondtoon in de diatonische toonschaal'. Ergens op internet vond ik bijvoorbeeld de zin: ,,Pittig ritme. Verminderd kwintje in de baslijn, je moet er maar opkomen.''

Maar het gaat mij om kwintje in een heel andere betekenis, namelijk `munt van twintig eurocent'. Over enkele weken krijgen we het nieuwe eurogeld. Aan alles is gedacht, omwisseloperaties, beveiliging, blindenherkenning, maar de overheid heeft ons niet verteld hoe we onze euromunten en eurobiljetten straks moeten gaan noemen. Nu heeft het niet veel zin om daarop vooruit te lopen. Maar toch is het veelzeggend dat nu al een aantal mensen, onafhankelijk van elkaar, voor de munt van twintig eurocent kwintje heeft bedacht. In Trouw schreef een zekere Anton van Atten een tijdje terug in een ingezonden brief: ,,Na invoering van de euro zal ons oude vertrouwde kwartje er niet meer zijn. Min of meer in zijn plaats komt een muntstuk van 20 cent. Hoe nu dit muntje te noemen? Kwartje zou zéér onjuist zijn, ons oude kwartje was een kwart van de gulden. Zie hier mijn voorstel. `Kwintje'. De kwint is de vijfde toon in een toonladder (kwart is de vierde). De link is makkelijk gemaakt; kwartje het vierde deel, `kwintje' het vijfde deel (van de euro). Prettig is ook de klankovereenkomst: beide beginnen met `kw-' en hebben twee lettergrepen.''

Niet lang daarna schreef M. Schutler uit Amsterdam in een ingezonden brief aan Het Parool: ,,Veel van de huidige namen van ons geld gaan verloren. Zo kan straks het kwartje niet meer. Daarom is `kwintje' leuk om in te voeren. Dat betekent `eenvijfde' en lijkt op het aloude kwartje.''

Ook op internet blijken al enkele eurokwintjes te vinden te zijn. Bij mijn weten is het nog niet gedeponeerd, maar voordat iemand nou op het idee komt om dat te gaan doen, is het goed om te weten dat Rob Schouten, columnist bij Trouw, deze nieuwe muntnaam al in 1996 heeft gebruikt. Op 1 juni 1996 schreef hij, in misschien wel de beste krant van Nederland: ,,Het kwartje gaat verdwijnen omdat onze buren zo'n soort munt ook niet kennen. Je moet in zo'n geval niet orthodox doen en dwarsliggen, vind ik, maar het is toch jammer. Het was een geloofwaardige munt, goed formaat, fijne ribbels. Nu krijgen we een kwintje, eenvijfde euro.''

Vooralsnog houd ik 1 juni 1996 voor de geboortedatum van het eurokwintje en de vooruitziende Rob Schouten als z'n geestelijke vader.

Maar goed, nog krap zeven weken en dan geven wij onze laatste kwartjes uit. Taalkundig gezien valt de ramp mee. Er zijn honderden uitdrukkingen met geldnamen, maar kwartje heeft er nou toevallig heel weinig: er zijn ruim zestig uitdrukkingen bekend met stuiver en cent, ruim veertig met dubbeltje, en slechts elf met kwartje.

De bekendste zijn `wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje', `het kwartje is gevallen' en `je zou hem een kwartje geven' (voor `hij ziet er heel sjofel en hulpbehoevend uit'). Veel minder bekend is `voor een kwartje naar Amsterdam willen', hoewel dit een mooie variant is van `voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten'. En `een kwartje voor je gedachten' telt eigenlijk maar half mee, want die komt ook voor in de goedkopere variant `een cent voor je gedachten'. In beide gevallen gaat het overigens om een vertaling van het Engelse `a penny for your thoughts', maar dit terzijde.

Ook etymologisch valt er aan kwartje niet veel te beleven. De naam is al sinds het midden van de 17de eeuw voor diverse kleine muntstukken in zwang, maar pas in 1816 werd officieel een munt met de waarde van een kwart gulden ingevoerd. Er zijn sindsdien vier typen kwartjes geslagen, met als interessantste het zinken kwartje uit de Tweede Wereldoorlog: Wilhelmina moest op dat muntje plaatsmaken voor een vikingschip.

Nee, dan het kwintje. Het is moeilijk om te voorspellen hoe het met dat woord zal aflopen, maar het zou mij niet verbazen als wij op dit moment getuige zijn van de eerste aarzelende stappen van een nieuwe Nederlandse muntnaam. Ik ben zelf niet zo'n liefhebbertje van verkleinwoordjes, maar hoe vaker ik kwintje zeg en schrijf, hoe meer ik er in begin te geloven.

Vraag. Een taalkundig tijdschrift schreef in 1960: ,,Een woord als leuk werd vroeger nog als onbeschaafd beschouwd.''

Er stond helaas niet bij wanneer dat zo was. Zijn er lezers die zich herinneren dat je leuk vroeger maar beter niet kon gebruiken, omdat het niet netjes was?

Reacties en aanvullingen per brief naar de redactie van de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl

    • Ewoud Sanders