Huurverhogingen vallen lager uit

Bij het vaststellen van de huren wordt geleidelijk aan minder rekening gehouden met waardedaling van de woning door veroudering. Bij de jaarlijkse huurverhoging wordt voortaan de gemiddelde geldontwaarding in de afgelopen vijf jaar als leidraad genomen en niet het verwachte inflatiepercentage in het volgende jaar. Hierdoor zullen de huurverhogingen naar verwachting lager uitvallen dan in de afgelopen jaren.

De Tweede Kamer ging gisteren akkoord met deze overgangsmaatregelen die staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting) heeft voorgesteld voor de periode tot 2005. De maatregelen moeten de overgang naar een nieuw huurbeleid, in 2005, vergemakkelijken. In dat nieuwe beleid wordt bij de berekening van de huren meer dan op dit moment rekening gehouden met de vraag op de markt. Zo kan de huur van woningen door de locatie of het type van het huis groter is dan het aanbod hoger zijn en moet die lager zijn als de consument eigenlijk niet zo tevreden is over de aangeboden woning. Remkes verwacht dat daardoor verhuurders, zoals woningcorporaties, meer rekening gaan houden met de wensen van de huurders.

De meeste fracties vertrouwen erop dat de huren de komende jaren relatie weinig zullen stijgen nu het gemiddelde inflatiepercentage van de laatste vijf jaar 2,7 is. De Kamer heeft nog wel bedenkingen bij de afschaffing van verouderingsaftrek, die de afnemende kwaliteit van oude huurwoningen compenseert. Zij vreest verhuurders het onderhoud zullen verwaarlozen.