Gemiste kans op Hollands Glorie

Toeleverancier Polynorm is na de overname door het Oostenrijkse staalbedrijf Voest Alpine `een trein die niet meer is te stoppen'. Van een project voor werkloze vissers tot een wereldspeler in de auto-industrie.

,,Eeuwig zonde'', noemt bestuursvoorzitter Peter Huisman van Polynorm de gemiste kans van staal- en aluminiumconcern Corus om via een overname van zijn bedrijf gezamenlijk Hollands Glorie te creëren in de automobielindustrie. Want een deel van de activiteiten van beide bedrijven, het maken van carrosseriedelen voor de autoindustrie, verhouden zich tot elkaar als de spijker tot de magneet. Maar het Brits-Nederlandse Corus lijdt verlies en heeft geen financiële ruimte voor nuttige overnames. ,,Polynorm zou goed bij Corus gepast hebben'', besluit Huisman de discussie.

Hij wil de schijn vermijden dat hij niet tevreden is met de nieuwe eigenaar van Polynorm, het Oostenrijkse staalbedrijf Voest Alpine uit Linz, dat 127 miljoen euro neertelde voor het Nederlandse beursfonds uit Bunschoten. Voest Alpine produceert met 5,3 miljoen ton staal vrijwel evenveel als Corus IJmuiden. Alleen concentreert Voest zich nog meer op de `toegevoegde waarde' van het staal zoals spoorrails (waarin het wereldmarktleider is) en producten voor de autoindustrie. Autofabrikanten besteden een steeds groter deel van hun productieproces uit aan derden. En Polynorm is de laatste jaren boven komen drijven als een van de succesvollere toeleveranciers voor de autoindustrie.

Niettemin hebben Huisman, die na veertien jaar Polynorm en daarvoor twintig jaar Stork op 1 januari met pensioen gaat, en zijn opvolger Marcel Schabos kort na het akkoord met Voest een rondje langs de grote klanten gemaakt om te polsen wat zij van de nieuwe moeder van Polynorm vonden. ,,Schabos is naar Brazilië en Noord-Amerika geweest, ik heb met DaimlerChrysler gepraat'', zegt Huisman. ,,Maar waar we ook kwamen, iedereen reageerde enthousiast.'' Polynorm doet zaken met onder andere DaimlerChrysler, Ford, DAF, Volkswagen, BMW en Renault.

De beslissing `downstream' te gaan, zoals Huisman het formuleert, en te duiken in het hele productieproces rond een auto heeft Polynorm geen windeieren gelegd. ,,In 1994 hebben we de hele strategie omgegooid'', legt hij uit. ,,Toen hebben we de beslissing genomen naast het maken van reserveonderdelen mee te gaan ontwerpen, invloed te krijgen op de matrijzen en via staal, aluminium en kunststof uit te groeien tot een bedrijf dat de autoindustrie zo volledig mogelijk kan bedienen.'' Om serieus te worden genomen, maakte Polynorm geld vrij voor de overname van Grau Werkzeugbau in Stuttgart en van een bedrijf in Detroit. ,,Want toeleveranciers die niet aan beide kanten van de oceaan zitten, vallen buiten de boot'', zegt Huisman.

De overname door Voest stelt Polynorm in staat sneller te groeien in de autoindustrie. ,,Het geld voor expansie kan ik niet van de beurs halen. Dan moet het ergens anders vandaan komen'', constateert Huisman. Polynorm maakte vorig jaar op een omzet van 469 miljoen euro een winst van 13,7 miljoen euro.

Belangrijker nog is dat Voest Alpine kennis van staal heeft en Polynorm de kennis van toepassingen van plastics, staal en aluminium voor autoproducten. ,,Al bij de eerste geprekken bleek dat zowel Voest als wij er precies dezelfde filosofie op na houden welke kant het uitgaat in de autoindustrie. Die industrietak is enorm kostenbewust. Dat merk je als toeleverancier ook. We moeten constant investeren in nieuwe productiesystemen en toeleveringsprocessen. De kennisintensiviteit van dat proces is enorm. We hebben weliswaar 200 ingenieurs in dienst die daar permanent mee bezig zijn, maar op ons verlanglijstje staat toch nog de overname van een goed ingenieursbureau. Want steeds nieuwe verbeteringen van je producten zijn essentieel om te kunnen overleven in deze industrie.''

Het succesverhaal heeft echter ook een schaduwzijde. Door de volledige keus voor automotive komen andere activiteiten als installatie en bouwproducten in het gedrang. Nu is de verhouding binnen Polynorm nog 65 procent autoindustrie en 35 procent bouw. Het proces van afstoten wordt binnenkort voltooid. Vorige week werd al besloten de deurenfabriek van het voormalige Bruynzeel in Zaandam te sluiten door het sterk gekrompen aantal nieuwbouwwoningen. Daardoor komen 256 mensen op straat te staan. De kozijnenfabriek in Bunschoten wordt verkocht.

Polynorm (3.100 werknemers) is via de autoindustrie bezig ,,Europees te worden'', constateert Huisman. Het bedrijf raakt daardoor steeds verder verwijderd van het uitgangspunt waar het in 1948 allemaal mee begon. Polynorm ontstond door een idee van oud-Philips-man professor Horowitz, die in de woningnood vlak na de oorlog opperde de werkloosheid onder voormalig IJsselmeervissers te lijf te gaan met de oprichting van een bedrijf dat zich op prefab-woningen richtte en onder andere kozijnen maakte.

Met de komst van Voest is de keuze voltooid. Huisman : ,,We zagen in 1996 al de noodzaak te kiezen tussen automotive en non-automotive. Die autoindustrie is een zeer uitdagende groeimarkt. Dat kun je van de woningbouw niet zeggen. Maar automotive beschouw ik voor Polynorm als een trein die is vertrokken en niet meer stopt.''