Gecontroleerde overstroming goedkoper

Het onder water zetten van een calamiteitenpolder zoals de Tieler- en Culemborgerwaard kan alleen als dit gecontroleerd gebeurt, bijvoorbeeld door de bouw van een schuif in de rivierdijk.

Dat is de conclusie van een onderzoek van een aantal regionale en provinciale overheden in het gebied, de Kamer van Koophandel Rivierenland en het ministerie van Economische Zaken.

De resultaten zijn bekend gemaakt door de commissie noodoverloopgebieden. Die onderzoekt in opdracht van het kabinet de mogelijkheden van het `gecontroleerd overstromen' van de grote rivieren in noodsituaties. Het rapport werd eerder aangeboden aan staatssecretaris Monique de Vries (Verkeer en Waterstaat).

De schade aan de Tieler- en Culemborgerwaard bij een ongecontroleerde dijkdoorbraak zou bijna 25 miljard gulden bedragen. Getroffen worden vooral woningen, bedrijven en infrastructuur. Schade aan de Betuwelijn hebben de onderzoekers niet meegerekend.

Met de bouw van een schuif in de rivierdijk kan de schade worden beperkt tot ruim 3 miljard gulden, zo stelt het rapport. Het schadebedrag kan verder worden verkleind tot 1,1 miljard gulden indien slechts een deel van het gebied wordt gebruikt, waarbij het water dan wel hoger komt te staan. Een verdere afname van de schade tot 735 miljoen gulden kan bereikt worden als er een bedijkte `groene rivier' naar een kleiner gebied wordt aangelegd.

De Tieler- en Culemborgerwaard is een van de gebieden die in aanmerking komen om in tijden van grote watersnood onder water te worden gezet.

De gebieden lopen per jaar een kans van 0,08 procent om te worden gebruikt, anders gezegd eens in de 1250 jaar.

De aanwijzing van noodoverloopgebieden of calamiteitenpolders stuit op grote maatschappelijke weerstand. De onderzoekers stellen dat de steun van de bevolking alleen vergroot kan worden als er aanvullende maatregelen genomen worden, ook al is de kans op het gebruik van de polders klein.

Uitgangspunt voor de onderzoekers was om in geval van calamiteit 160 miljoen kubieke meter water te bergen. Daarmee zou de waterstand in de rivier afdoende zijn teruggebracht om bijvoorbeeld Rotterdam te sparen.

De noodoverloopgebieden moeten niet verward worden met de zogeheten retentiegebieden. Dat zijn dun bevolkte gebieden die het kabinet wil aanwijzen om bij te dragen aan het gebruikelijke beschermingsniveau.

Een van deze retentiegebieden is de Ooijpolder tussen Nijmegen en Duitse grens.

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de inrichting van een retentiegebied aldaar technisch mogelijk is, maar ook een grote ingreep betekent waarvan duidelijk gemaakt moet worden dat deze noodzakelijk is.

    • Arjen Schreuder