Allochtone kinderen ambitieus

Allochtone brugklassers zijn meer prestatiegericht dan hun Nederlandse klasgenoten. Zij vinden het belangrijker de beste van de klas te zijn en goede cijfers te halen. Ook besteden zij dagelijks gemiddeld een kwartier langer aan het maken van huiswerk. Deze extra ambitie en inzet leiden echter (nog) niet tot betere schoolresulaten. Dit blijkt uit het rapport Allochtonen in Nederland 2001 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Allochtone ouders blijken meer te hechten aan de schoolresultaten van hun kinderen dan aan het plezier dat ze hebben op school. Vooral Marokkaanse en Turkse ouders zijn het vaker dan autochtonen oneens met het schooladvies voor hun kind. Zij menen dat de basisschool een te laag onderwijsniveau adviseert. In het schooljaar 1999/2000 deed driekwart van de allochtone kinderen een vbo- of mavo-examen; van de autochtone Nederlandse kinderen was dat iets meer dan de helft.

Allochtone kinderen met een havo- of vwo-diploma stromen wel vaker door naar het vervolgonderwijs dan autochtone. Zij kiezen ook vaker voor hogere schoolsoorten. Hun voorkeur gaat uit naar economische hbo- en wo-opleidingen. Van de geslaagde allochtone vwo-leerlingen ging ruim driekwart naar de universiteit en elf procent naar het hbo, tegen respectievelijk 62 en 22 procent bij autochtonen.

Jan Latten, sociaal geograaf bij het CBS, vergelijkt de ambitie bij allochtonen met arbeiderskinderen kort na de Tweede Wereldoorlog. ,,Die kinderen wilden ook arts worden. Dat proces heeft zich bij Nederlanders voltrokken in de jaren vijftig en zestig. Nu richten Nederlanders zich meer op levensgenot, omdat ze een positie op de maatschappelijke ladder hebben verworven.''

Kennelijk zijn allochtone ouders en hun kinderen zich bewust van hun achterstand en proberen zij daar iets aan te doen door een goede opleiding. Maar volgens Latten moet ,,de grote inhaalslag'' nog komen.

Volgens Latten trouwen allochtonen van de tweede generatie nog steeds vaak met partners uit het moederland. ,,Ook hun kinderen zullen daarom de problemen die voortvloeien uit het opgroeien met twee talen en culturen weer aan den lijve ervaren.''

Ook het feit dat allochtone kinderen minder zullen erven van hun ouders, zal een inhaalslag bemoeilijken, meent Latten. ,,Daardoor zullen zij een lagere startpositie behouden. Meer vermogen leidt tot beter wonen. Allochtone jongeren zullen de vermogens missen om te investeren in een eigen woning in betere buurten. Een betere leefomgeving betekent een beter netwerk voor jonge mensen en betere opleiding voor hun kinderen.'' Uit de statistieken van het CBS blijkt inderdaad dat veertig procent van de allochtonen in de vier grote steden woont tegenover dertien procent van de totale bevolking. Ook zijn zij in de grote steden meer geconcentreerd gaan wonen dan in 1998.

Uit een vandaag verschenen onderzoek van het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers blijkt dat de derde generatie Molukkers, de kleinkinderen van de Molukkers die zich in de jaren vijftig in Nederland vestigden, steeds slechter presteert op school en op de arbeidsmarkt.

Volgens directeur Smeets van het landelijk steunpunt lopen de ontwikkelingen binnen de Molukse gemeenschap één generatie voor op die van andere migrantengroepen. ,,De overheid moet dus alert zijn op de problemen van de Molukkers. Zij zullen zich later ook voordoen bij de andere minderheden.'' Overheden denken te vaak dat Molukkers zich inmiddels goed hebben aangepast aan de Nederlandse maatschappij, aldus Smeets. Hij vindt dat gemeenten voor Molukkers een hulpplan moeten ontwikkelen. Daarbij denkt hij aan ondersteuning bij het onderwijs en vroegschoolse educatie voor jonge kinderen.