`Zonder ons komt er geen Asklepion'

,,Asklepion is nog steeds een wereldontwerp,'' vindt Jan Janssen die met een team de vormgeving van het themapark ontwikkelde.

,,We zijn nu ruim tien jaar werk en minstens tien miljoen gulden verder, we hebben de hele wereld afgereisd om kennis te vergaren, maar alles is vergeefs geweest. Want mocht dat themapark nog van de grond komen, dan lijkt het niet meer op het kwalitatief hoogstaande project dat ons voor ogen stond.''

Cultureel beleidsmedewerker Jan Janssen van de gemeente Rotterdam heeft het over Asklepion, het groots opgezette themapark over het menselijk lichaam dat in Rotterdam moest verrijzen, maar dat ondanks grote sponsors door de stad terzijde werd geschoven. De stad Eindhoven probeert het nu – in afgeslankte vorm – van de grond te krijgen. ,,Slim van die gemeente om er vandoor te gaan met die Rotterdamse miljoeneninvestering. Wij hopen van ganser harte dat Asklepion in het op technologie gerichte Eindhoven wèl een kans krijgt.''

Samen met zijn 15-koppige team, ondergebracht in een stichting, ontwikkelde Janssen zowel de vormgeving van het zes etages tellende multi-media `science-center' alsook de ruim honderdvijftig exhibits, interactieve apparatuur, video- en computerspelen, over het functioneren èn gezond houden van het menselijk lichaam. Aan de hand van deze exhibits, de kern van Asklepion, moest een groot publiek vertrouwd raken met het functioneren van hersenen en zintuigen, van spieren en inwendige organen. Men zou er zijn conditie kunnen meten, adviezen inwinnen, diëten laten voorschrijven. En in een dertig meter hoge sculptuur van de Franse beeldhouwster Niki de Saint Phalle, een hoogzwangere Nana, zou onder meer de groei van het menselijk embryo worden gevisualiseerd.

,,De gemeente vond het destijds prachtig dat een kunstenares van die allure hier zo'n boegbeeld zou neerzetten'', aldus Janssen. ,,Maar diezelfde Niki de Saint Phalle wil nu niets meer met deze stad te maken hebben. Ze heeft zich zelfs recentelijk in New York in het openbaar over de gang van zaken beklaagd. Van de gemeente Rotterdam heeft ze trouwens nooit meer iets vernomen.''

Bij de lancering van het Asklepion-project in 1990 stond `virtual reality' nog in de kinderschoenen, vertelt Janssen. Snelle technologische ontwikkelingen en een koortsachtige groei van de vrijetijdseconomie, waar Rotterdam op wilde inspelen, noopten tot steeds ingenieuzere aanpassingen van de exhibits. In de wereldwijd al bestaande `science-centers' lukte het maar niet om van een bezoek een `experience' te maken, om de nieuwe, met beelden verwende computergeneraties te verwonderen, maar Janssen wilde dat het in Rotterdam wèl zou lukken. ,,Met medische en technische experts moest steeds opnieuw gebrainstormd worden over nòg geavanceerdere exhibits die zowel interessant als medisch verantwoord moesten zijn, zowel vermakelijk als begrijpelijk. Het is bijvoorbeeld bijzonder gecompliceerd om een multiculturele bevolking boeiend en leerzaam voor te lichten over seksualiteit.''

Onder druk van een projectontwikkelaar kreeg het Rotterdamse Asklepion gaandeweg een andere invulling, de exploitatiefinanciering bleef vaag en het stadsbestuur wilde er uiteindelijk niets meer van weten. Jan Janssen alweer zo'n jaar of twee met andere projecten bezig. Over de Eindhovense plannen is hij niet ingelicht en de Stichting Asklepion bewaart elk stilzwijgen. ,,Ja, verbazingwekkend dat je niet geraadpleegd wordt. U denkt misschien dat ik nu verbitterd duimen zit te draaien. Vergeet het maar. Omdat mijn medewerkers en ik wereldwijd erkend worden als specialisten en omdat die `experience'-cultuur steeds meer terrein wint, vraagt men ons tot in Japan om adviezen. We hebben workshops gegeven van Napels tot Calcutta. En een Chinese delegatie heeft ons geconsulteerd om een Asklepion in Shanghai te realiseren.

,,Asklepion is nog steeds een wereldontwerp. En één ding is zeker: mocht het geld in Eindhoven op tafel komen, dan zal er zonder ons als ontwerpers en deskundigen geen Asklepion verrijzen. Alle kennis zit namelijk in onze hoofden.''

    • Marianne Vermeijden