`We baden zelfde psalmen als op de elfde september'

Overal vuur en schreeuwende mensen. Terwijl New York de terreuraanslagen van 11 september net te boven begon te komen, stort opnieuw een vliegtuig neer

Het komt allemaal zo vreselijk bekend voor.

Het tijdstip. De plaats. De stank. De zwarte rookpluim die afsteekt tegen een strak blauwe hemel. De laagvliegende helikopters en F16's. De hoeveelheden geüniformeerde mensen op straat die je tegenhouden, en dan, na enig aandringen, doorlaten.

New York heeft zijn tweede rampgebied. Het ligt op Rockaway, een langwerpig schiereilandje ingeklemd tussen Jamaica Bay en de Atlantische Oceaan. Het behoort tot het dichtbevolkte stadsdeel Queens, hemelsbreed een paar kilometer van John F. Kennedy Airport. Al was er dit keer kennelijk geen sprake van een aanslag zoals op 11 september, het resultaat is hetzelfde: een schok, vele onschuldige doden, een stad in rep en roer.

,,Om negen uur vanochtend zat ik in onze kerk, de St. Francis de Sales, te bidden voor een voorspoedige vlucht, want ik zou vanavond het vliegtuig naar Londen nemen om familie op te zoeken'', zegt Marion Purchon, een huisvrouw uit Belle Harbor, zoals het getroffen stukje Rockaway heet, een wijk die grotendeels wordt bevolkt door Ierse katholieken. ,,Ik hoorde een klap. De kerk trilde. Ik dacht dat er een Concorde door de geluidsbarrière ging. Maar er kwam een meisje de kerk ingehold. Ze liep naar het altaar en zei: `pastoor, bel 9-11! Er is een vliegtuig neergestort'!''

Belle Harbor, een wijk met opeengepakte alleenstaande witte houten huizen met minuscule, aangeharkte voortuintjes, was net bezig bij te komen van de terreuraanslagen van vorige maand. Uit deze wijk zijn daarbij zeker vijfenzeventig mensen, onder wie brandweermannen, politieagenten, en een paar obligatie-handelaren, in het leven gekomen. Elke week is er wel een herdenkingsdienst. Afgelopen zaterdag was er nog één: in St Francis de Sales.

Groepjes brandweerlui zetten hun helmen af en strekken hun benen uit op veranda's, terwijl kinderen American football spelen. Lee Pilpi, een gepensioneerde brandweerman met kortgeknipt grijs haar, heeft zich onmiddellijk gemeld bij het lokale station om zijn hulp aan te bieden. ,,De brandweer is één familie'', zegt hij. Voor Pilpi is ook het omgekeerde waar: twee van zijn zoons gingen net zoals hij bij de brandweer. ,,Mijn zoon John is omgekomen bij de aanslag op het World Trade Center. En Brendan, mijn andere zoon, is hier nu aan de slag'', zegt Pilpi zonder enig spoor van emotie. ,,Het is ons werk'', voegt hij er nog ten overvloede aan toe.

Veterans Day is een vrije dag voor de meeste Amerikaanse schoolkinderen, maar niet voor de ongeveer honderd leerlingen van Merchaz Hatorah of Belle Harbor, een joodse kostschool. ,,We zaten net te ontbijten in de kelder toen we een ontploffing hoorden'', zegt Zalmon Lipschutz, het hoofd van de school. ,,Ik ging naar buiten om te kijken. Het leek wel de hel: overal vuur en grote zwarte rookwalmen. Schreeuwende, huilende mensen die over straat holden. Ik heb de leerlingen hun ouders laten bellen. Daarna zijn we dezelfde Tahilan-psalmen gaan reciteren die we ook hebben gebeden op de elfde september: voor het welzijn van Amerika en Israël.''

Een van de – nog brandende – motoren, die het vliegtuig in zijn val heeft verloren, landde op de stoep van een Texaco benzinestation. Op het nippertje ontsnapt. De andere motor kwam terecht op het dak van een huis, dat onmiddellijk in brand vloog.

Marjorie Reardon, een weduwe die direct achter dat huis woont, staat in de bijkeuken de wereldpers te woord. Als iedereen weg is biedt ze een kopje thee aan in haar bedompte zitkamer. In plaats van met thee komt Reardon met een stukje grijs kunststof aanzetten en zegt: ,,Moet je kijken. Dit vond ik in de tuin. Van welk deel van het vlieguig denk jij dat het is? Ik denk van de vleugel.''

Een paar minuten later klopt de politie aan. Heeft mevrouw misschien iets gevonden? Of ze dat dan zo snel mogelijk wil afstaan. De politie heeft alle restanten nodig voor het onderzoek. ,,Ja, ja'', zegt Reardon, terwijl ze met enige tegenzin het kunstof uit handen geeft. Zes inwoners van Belle Harbor worden vermist sinds het ongeluk. Dat is verbluffend weinig voor zo'n dichtbehuisde woonwijk. De meest waarschijnlijke verklaring is dat het vliegtuig, dat op het laatst een vleugel miste, in een verticale spiraal neerkwam, en dus niet door de woonwijk heenraasde.

De overgrote meerderheid van de tweehonderdeenenvijftig passagiers van het verongelukte vliegtuig was van Dominicaanse afkomst. De meeste van de vierhonderdduizend New Yorkse Dominicanen woont in Washington Heights, helemaal aan de andere kant van de stad, in het noordelijkste puntje van Manhattan. Daar, op Amsterdam Avenue en 136th Street, vindt 's avonds een wake voor de slachtoffers plaats. Een treurende menigte verzamelt zich rondom een zee van kaarslicht. Het rouwproces begint weer van voren af aan.