Psychiatrie bureaucratisch en blut

Psychiatrische ziekenhuizen verwaarlozen hun patiënten. Er is weinig geld. Maar er wordt ook veel tijd besteed aan papierwerk in plaats van aan de patiënten.

Zo'n twaalfduizend psychiatrische patiënten worden langdurig, soms het grootste deel van hun leven verpleegd in psychiatrische ziekenhuizen. Hoewel, verpleegd? Verwaarloosd lijkt een beter woord. Een gisteren gepresenteerd onderzoek naar het wel en wee van psychiatrische patiënten spreekt van ,,aanzienlijke tekorten'' in de zorg.

De gemiddelde psychiatrische patiënt brengt zijn dagen door met nietsdoen, zo concludeert het onderzoek, toepasselijk Een keten van lege zondagen genoemd. Een begeleidende psychiater ziet hij nauwelijks. Slechts zelden gaat hij de deur uit.

Marianne Donker van het Trimbosinstituut, dat het onderzoek uitvoerde, vindt ,,zorgverwaarlozing'' dan ook geen overdreven karakterisering van de situatie in de zes algemene psychiatrische ziekenhuizen die de onderzoekers bezochten. Donker: ,,We hebben allerlei aspecten bekeken: huisvesting, maaltijden, begeleiding, therapieën, vervoer. Er waren verschillen per ziekenhuis en per afdeling. Maar in z'n algemeenheid werd op al die onderdelen slecht gescoord.''

Patiënten hebben vaak geen eigen slaapkamer. De televisie in de gezamenlijke huiskamer staat achter plexiglas, de meubels zijn versleten en hebben brandgaten. De wasgelegenheid moet soms worden gedeeld met meer dan drie mensen of is ernstig vervuild. Abonnementen op kranten of de mogelijkheid te gaan sporten ontbreken. Vervoer naar de therapie gaat soms niet door, doordat de patiënt het van zijn weekgeld niet kan betalen.

Veel patiënten gingen van het geld dat zij kregen voor het meedoen aan het onderzoek naar de kapper. Of ze kochten er kleren of strippenkaarten voor. Een psychiatrische patiënt moet van ruim 400 gulden per maand onder meer kleren, vervoer, recreatie en persoonlijke verzorging bekostigen.

Donker: ,,Er is een groot gebrek aan geld. Bij de patiënten zelf, maar kennelijk ook bij de ziekenhuizen. De afdelingen worden verwaarloosd. Dat is niet iets van de laatste tijd. In feite is dit onderzoek een uitvloeisel van een motie waarin het kabinet werd gevraagd te kijken naar de zorgelijke situatie in psychiatrische ziekenhuizen. Die motie is vier jaar oud.''

De onderzoekers hebben op 23 afdelingen in totaal 120 psychiatrische patiënten twee weken lang elke dag ondervraagd. De patiënten vertelden wat voor zorg ze kregen en wat ze een hele dag deden. Vijftig minuten per week gingen op aan activiteiten, zoals sport en recreëren. Per dag was er ongeveer een half uur contact met een professionele begeleider.

Want behalve gebrek aan geld speelt ook de personeelsbezetting een rol. Donker: ,,Er is in de hele zorg een tekort aan personeel. Maar het kán dat dit gebrek zich juist hier, in deze moeilijke sector, extra doet voelen.'' Uit het onderzoek kwam in elk geval naar voren dat veel werknemers in de psychiatrische ziekenhuizen invalkrachten zijn. Of ze hebben minder ervaring of een lagere opleiding dan wenselijk. Donker: ,,We zagen afdelingen met verhoudingsgewijs weinig mannelijk personeel. Soms waren er te weinig psychiaters.''

Een ander, groot probleem in de omgang met de patiënten vormde de administratieve rompslomp van het personeel: 45 procent van de tijd gaat op aan papierwerk. Donker: ,,Overdrachten, behandelplannen, dossiervorming, dat soort dingen. Overigens is dat deels wettelijk voorgeschreven.''

De onderzoekers ontwikkelden samen met professionele begeleiders een `standaard' waaraan psychiatrische zorg zou moeten voldoen: per week vijf tot tien uur activiteiten, per dag tachtig minuten contact met een professionele begeleider. Aanbevolen wordt deze standaard in te voeren. Een algemene verhoging van de budgetten van de psychiatrische ziekenhuizen wijzen de onderzoekers af, want dat ,,leidt wellicht niet tot de noodzakelijke verbeteringen''. Extra geld zou beter naar de patiënten (en hun familie) zelf kunnen gaan, die dan zelf zorg `inkopen'.

Sinds 1996 is het budget voor psychiatrische ziekenhuizen met bijna een derde gestegen, van 2,7 naar 3,6 miljard gulden. Het aantal bedden nam in die tijd nauwelijks toe. GGZ-Nederland, de overkoepelende organisatie voor psychiatrische zorg, die opdracht gaf tot het onderzoek, bestudeert de aanbevelingen nog, maar wil het liefst extra geld voor de ziekenhuizen.