Prijzen in de bouw met opzetjes opgedreven

Onderonsjes tussen aannemers, smeergeld voor ambtenaren en politici? Dat heette `typisch Limburgs', tot nu toe.

Burgemeester C. Nuytens van Valkenburg aan de Geul kon zijn oren niet geloven, die dag in augustus 1996. Voor hem stond een journalist van Dagblad De Limburger die hem vertelde dat de aanbesteding van een wegenproject in zijn gemeente doorgestoken kaart was.

Vijf deelnemende wegenbouwers hadden zojuist hun offerteprijs in gesloten enveloppen in het gemeentehuis aangeboden. En nu hield deze journalist hem een notariële verklaring voor, waaruit bleek dat de krant al twee dagen daarvoor precies wist wat de uitslag van de aanbesteding zou worden. Aannemer Baars uit Landgraaf zou de goedkoopste zijn met een bedrag van 130.000 gulden. In de notariële akte stonden ook de vier andere namen, met bijbehorende bedragen, in de precieze volgorde van de uitslag.

De vijf wegenbouwers waren enkele dagen eerder heimelijk bijeen geweest in Zuid-Limburg. Daar had Baars het werk geclaimd en waren prijsafspraken gemaakt. De krant was hierover gedetailleerd op de hoogte en had dit laten vastleggen bij een notaris.Prijsafspraken maken is wettelijk verboden, omdat het de concurrentie belemmert en leidt tot prijsopdrijving.

De affaire in Valkenburg bewees dat de illegale praktijken onder Limburgse aannemers en wegenbouwers in 1996 voortduurden. Tussen 1993 en 1995 was in een reeks bouwaffaires al duidelijk geworden dat de banden tussen politici en ambtenaren met de bouwwereld nauw waren deze provincie. De politiek was er ook van op de hoogte dat aannemers en wegenbouwers werkafspraken maakten en prijzen opdreven.

Het meest ingrijpend was de situatie in Maastricht. Daar had de bouwfraude een Italiaanse dimensie. De gemeente bood een groep aannemers en wegenbouwers vanaf 1980 bescherming door hun concurrenten niet uit te nodigen bij aanbestedingen. Opdrachten voor bruggen en wegen, maar ook voor verbouwingen van het Theater aan het Vrijthof of de Toneelacademie, waren doorgestoken kaart. In ruil daarvoor stelden de bedrijven 2procent van de aanneemsom ter beschikking. Die deelden wethouders uit aan verenigingen, instellingen en partijen. Het bezorgde de politici veel stemmen bij verkiezingen, en verzekerde de bedrijven van voortzetting van de protectie.

De wethouders namen ook steekpenningen aan. Wethouder J.In de Braekt (CDA/Openbare Werken) stond in ruil voor vakantiereizen borg voor instandhouding van de politieke afscherming. Ook speelde hij voortijdig gegevens over aanbestedingen en projecten door. Collega wethouder P.Neus (VVD/Aanbestedingen) liet zijn huis door aannemers verbouwen en wethouder J. Hoen (CDA/Sociale Zaken) bleek lange tijd aandeelhouder van een van de wegenbouwbedrijven die bescherming kregen. De affaires kostten In de Braekt en Neus hun baan. Hoen ontsprong de dans.

De bouw- en corruptieaffaires in Limburg leidden niet tot een landelijk onderzoek. Het werd `typisch Limburgs' gevonden, die nauwe banden tussen politiek en bouw. Toch leerde de affaire in Valkenburg aan de Geul in 1996 dat de illegale afspraken zich niet tot Limburg beperkten. Een van de vijf bedrijven die de geheime afspraken hadden gemaakt, kwam uit Nieuwegein. Veel nieuwe gevallen zijn na Valkenburg niet aan het licht gekomen. De kans dat een geheim vooroverleg in de publiciteit komt, is klein. De groep ingewijden is niet groot en geen van de betrokkenen heeft er baat bij dat de afspraken bekend worden.

Vóór 1987 kwamen in het hele land wegenbouwers en aannemers bijeen, voorafgaand aan aanbestedingen. De wegenbouwers ontmoetten elkaar in vergaderingen van de Wegenbouwers Aannemers Combinatie (WAC). Vóór deze WAC-vergaderingen was er geheim vooroverleg waarin onderling prijs- en werkafspraken werden gemaakt. In die bijeenkomsten regelden de aannemers ook de `opzetgelden'. De aannemer die het werk ging uitvoeren zette een bedrag op zijn offerteprijs. Dat geld verdeelde hij onder de bedrijven die de opdracht niet kregen.

Het Besluit mededingingsregelingen in de bouw verbiedt sinds 1987 de geheime vergaderingen. Op aandringen van de Europese Commissie zijn sinds 1992 ook de WAC-vergaderingen verboden. Ze belemmeren de vrije concurrentie. Sindsdien is het een publiek geheim dat er nog steeds vergaderd wordt, en niet alleen in Limburg.

Uit de aanbesteding in Valkenburg blijkt hoe moeilijk het is om illegale afspraken te bewijzen. Burgemeester Nuytens schakelde justitie in. Die liet de Economische Controledienst (ECD) onderzoek doen. Maar nadat de kwestie in de publiciteit was gekomen, leverden huiszoekingen niets meer op. En de betrokkenen zeiden tegen de ECD van niets te weten. De vijf wegenbouwbedrijven gingen vrijuit.

Een van de weinige aannemers die veroordeeld zijn voor illegale werk- en prijsafspraken, is wegenbouwer Baars uit Landgraaf, tevens de spil in enkele omkoopaffaires in Limburg. In april 1997 vond het gerechtshof in Den Bosch hem schuldig aan deelname aan het kartel van wegenbouwers dat vijftien jaar lang het werk mocht verdelen in Maastricht. Baars had de Wet op de economische mededinging overtreden, maar straf kreeg het bedrijf niet. Het was, volgens het hof, immers aannemelijk dat de gemeente niet alleen wist van de afspraken, maar de bedrijven zelf had geïnformeerd over de eigen begrotingen voor de projecten.

    • Joep Dohmen