Op onderzoek langs de Vliet

Zij deden alsof zij niet alleen teleurgesteld, maar ook heel verrast waren, de burgemeesters van Voorburg en Leidschendam. Namelijk over de lage opkomst van 38,8 procent in hun gemeenten, vorige week woensdag, bij de raadsverkiezingen voor de nieuwe fusiestad Vlietstede, die 1 januari 2002 onder deze oorspronkelijke naam haar officiële leven begint. Met circa 70.000 inwoners op een grondgebied dat na jarenlange strijd enigszins verkleind is ten bate van de grote buurman Den Haag.

De burgemeester van Voorburg, Van Haersma Buma, noemde de opkomst, die vier jaar geleden in de beide gemeenten omstreeks zestig procent was, ,,dramatisch laag''. Hij veronderstelde dat, naast de ,,algemene stem-moeheid'' en het slechte weer, de parlementaire discussie over de gemeentelijke herindeling rond Den Haag een rol heeft gespeeld voor het wegblijven van kiezers. Met zijn Leidschendamse collega, mevrouw Bloemendaal, wil hij zelfs een onderzoek naar de oorzaken van die slechte opkomst laten instellen. Zei hij.

Voor zo'n onderzoek is nu al een suggestie te doen. Bijvoorbeeld om vooral ook te letten op de rol die de gemeentebesturen en de grote politieke partijen in Voorburg en Leidschendam de afgelopen jaren zelf hebben gespeeld. Want het zou niet verbazen wanneer een conclusie van zo'n onderzoek zou zijn dat juist die gemeentebesturen en lokale partijen de ,,stem-moeheid'' van hun burgers mede op hun geweten hebben. Die vraag is interessant omdat ook elders gemeentelijke herindelingen op de rol staan ten gunste van een kerngemeente met ruimtenood en kostbare regionale functies (onderwijs, cultuur, sport, gezondheidszorg enz.) en ten nadele van veelal florerende randgemeenten, die niets van zulke `annexaties' willen weten. Het debat over gebiedsuitbreiding van Eindhoven ten koste van omliggende gemeenten bijvoorbeeld heeft al een redelijk hoog niveau van heftigheid bereikt. Zulke twisten hebben trouwens tot op zekere hoogte iets vanzelfsprekends: de lokale overheid komt op voor wat zij ziet als de belangen van haar burgers, de provinciale overheid moet er per definitie een bredere horizon op na houden en de rijksoverheid een nog bredere. In de soms delicate verhouding tussen die bestuurslagen, tussen oude bestuurlijke polen als autonomie en medebewind, is het onverstandig het onderste uit de kan te willen halen.

De voorgeschiedenis in vogelvlucht. Oorspronkelijk, zo'n zeven jaar geleden, was het idee om in de Haagse regio een zogenoemde stadsprovincie (Haaglanden) te vormen, een bestuurlijke eenheid waarbinnen de uiteenlopende belangen van Den Haag en de randgemeenten tegen elkaar konden worden afgewogen. Dat idee sneuvelde, mede doordat de randgemeenten onder het motto `blijf van mijn lijf' er een soort ramkoers tegen voerden. Dat zij daarmee hun hand overspeelden zou even later blijken. Namelijk toen de Tweede Kamer, in 1997, weliswaar afstand nam van de stadsprovincie, maar zich via een motie van de VVD'er Remkes (nu staatssecretaris VROM) uitsprak voor een beperkte gemeentelijke herindeling en extra financiële steun ten gunste van Den Haag. Dat uitgangspunt werd in het regeerakkoord-1998 opgenomen.

In een overeenkomstig wetsvoorstel hield minister De Vries de kerk aardig in het midden. Hij hield de uitbreiding van Den Haag beperkt en riep (nogmaals) de randgemeenten op zichzelf bestuurlijk te versterken door meer samenwerking of door fusies. Wat de gemeentebesturen en de politieke partijen in Voorburg en Leidschendam niet belette aan hun afwijzende ramkoers vast te houden en nu niet alleen zichzelf maar ook hun burgers voor de gek te gaan houden. Begin dit jaar besloten de gemeentebesturen van het ruim duizend jaar oude Voorburg en het ruim zestig jaar oude Leidschendam namelijk tot een fusie die zij, in strijd met De Vries' wetsvoorstel, in de lokale media en op aanplakbiljetten aan hun burgers voorhielden als laatste middel om de ,,Haagse annexaties'' te verhinderen. Onder het motto `wie voor de fusie van Voorburg en Leidschendam stemt, helpt die annexaties te voorkomen', werden vervolgens in mei lokale referenda gehouden. Daarin werd bij een opkomst van 53 procent een weinig verrassende score van ruim 90 procent vóór de fusie bereikt. Weer even later bleek, uiteraard, in de Tweede Kamer dat die fusie helemaal geen beletsel voor de Haagse herindeling was, maar juist steeds als een welkome aanvulling daarop was gezien. Dat werkte als een koude douche op een groot deel van de bevolking van de beide fusiegemeenten. De plaatselijke politieke partijen en de beide gemeentebesturen bleven intussen de vermoorde onschuld spelen. Zij klaagden, al wisten zij wel beter, luidop over die akelige `Haagse politiek', die een meerderheidsuitspraak van de lokale burgers aan haar laars had gelapt. Dat hielden zij gewoon vol, ook toen de Eerste Kamer De Vries' wetsvoorstel na de zomervakantie had aanvaard. Prima, goed voor het vertrouwen in de politiek: eerst je kiezers bedotten en daarna Den Haag de schuld geven.

Jongste voorbeeld. In oktober mocht de lokale burgerij zich uitspreken over een naam voor de fusiegemeente nadat een ,,commissie van wijzen'' een selectie had gemaakt uit de binnengekomen suggesties (als: Veurland, Twee aan de Vliet, Randvliet, Vlietinge, Watervliet, Molenvliet, Maxima aan de Vliet, Florijnstad en heel fraai Krokodillendorp). Wat gebeurt? Een ruime meerderheid van de deelnemers, Voorburgers en Leidschendammers, aan deze naamsverkiezing kiest de naam Voorburg. Wat gebeurt vervolgens, vlak voor de raadsverkiezingen van 7 november? De gemeentebesturen delen mee dat zij intern hadden afgesproken dat de ,,oude'' naam Voorburg niet had mogen meedoen, maar dat verzuimd was om dit tijdig bekend te maken. Zo werd het Vlietstede, dat als tweede eindigde. Van Haersma Buma en mevrouw Bloemendaal laten dezer dagen weten of zij kandidaat willen zijn voor het burgemeesterschap van Vlietstede. De eerste schijnt wel te willen, hij zal er wellicht extra blij over zijn dat burgemeesters nog niet worden gekozen. En dat onderzoek naar die lage opkomst van vorige week? Ach, dat heeft misschien ook weer niet zó'n haast.

    • J.M. Bik