Natuurcompensatie vaak loze belofte

Compensatie van natuurschade door aanleg van wegen of woningen is in de mode. Maar natuurcompensatie is geen panacee. Vervangende natuur is moeilijk te vinden.

Compenseren gaat van au. Neem de verbreding van de A2 bij Vianen. Zelfs natuurbeschermers zijn doordrongen van de noodzaak ervan en het ontbreken van alternatieven. ,,Het is daar een flessenhals'', geeft Albert Aartsen toe, beleidsmedewerker van het Zuid-Hollands Landschap, beheerder van het natuurgebied aldaar.

Maar de ingreep gaat wel ten koste van de natuur. Er zou alles aan worden gedaan om de schade te beperken. Er zou een ecoduct komen dat honderdvijftig reeën aan weerszijden van de weg tot elkaar brengt. Ook zou de vernietiging van elf hectare griend en bos worden gecompenseerd.

De resultaten zijn tot nu toe bedroevend, zegt het Zuid-Hollands Landschap. Het ecoduct is als ,,franje'' uit de plannen geschrapt om zes miljoen gulden te besparen. En de compensatie verloopt moeizaam. Albert Aartsen: ,,Als er geen gronden te koop zijn, storten ze geld in het provinciale Groenfonds. Maar wij willen geen geld. Wij willen natuur.'' Binnenkort spreekt de Raad van State zich over de kwestie uit.

Zo gaat het vaker. Er wordt besloten tot uitvoering van een project en pas later is duidelijk hoe de vernietigde natuur wordt gecompenseerd. ,,Dan komt er vaak weinig van terecht'', stelt Peter van Wijmen, hoogleraar natuurbeschermingsrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg en Tweede-Kamerlid voor het CDA. Hij noemt als voorbeelden de hogesnelheidslijn-zuid in Brabant waarvoor nog maar zestien van de veertig afgesproken hectare compensatie is aangekocht. ,,Dat loopt niet.'' Ook de compensatie van vernietigd moeras bij rijksweg A73 in het Limburgse Swalmen verloopt stroef. ,,Compensatie ligt aan de achterste mem.''

De plicht tot compensatie leidt tot een doorgaans moeizame speurtocht naar geschikt land om er natuur van te maken. Onteigenen is niet gebruikelijk. Wie grond bezit op de plek van een toekomstige woonwijk, snelweg of flitstrein moet zijn grond afstaan of anders wordt hij onteigend, maar als het om het compenseren van vernietigde natuur gaat, is de stelregel dat de grondverwerving gebeurt op basis van vrijwilligheid.

Pijnlijk voorbeeld is de Westerschelde, waarvan in het kader van een verdrag tussen België en Nederland de vaargeul wordt verdiept om grotere schepen de haven van Antwerpen binnen te loodsen. De Europese Commissie heeft Nederland ,,in gebreke gesteld'' omdat de compensatie niet voldoet aan de in 1992 vastgestelde habitatrichtlijn. In deze richtlijn staat globaal vermeld aan welke voorwaarden natuurcompensatie moet voldoen. Brussel vindt dat de 66 miljoen gulden Vlaams en Nederlands geld moet gaan naar buitendijkse projecten en niet naar herstel van fraaie kreken ver in het binnenland. ,,Het is niet gegaan zoals de regels voorschrijven'', beaamt John Coosen, projectleider natuurcompensatie bij Rijkswaterstaat. Maar Zeeuwen houden niet van ontpolderen, daarvoor herinneren ze zich de watersnoodramp van 1956 te goed. Coosen: ,,De Europese Commissie wil de maatschappelijke krachten uitschakelen. Dat kan niet.'' Nederland stelt dat geen schade wordt toegebracht aan Natura 2000, het Europese netwerk van natuurgebieden dat krachtens de habitatrichtlijn tot stand wordt gebracht.

Compensatie is aan de orde wanneer de beslissing valt om ondanks de aantasting van een natuurgebied daar toch een plan of project uit te voeren, omdat daarmee ,,dwingende redenen van groot openbaar belang'' zijn gemoeid. Zo staat het in de Europese habitatrichtlijn. Hoe die compensatie er precies uit moet zien, is nergens vastgelegd. Wel dat deze ,,volwaardig'' moet zijn en het resultaat van een ,,zorgvuldige afweging'' op basis van ,,objectief wetenschappelijk onderzoek'', laat het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij weten.

Hoogleraar Van Wijmen vindt dat bij het maken van plannen eerder rekening moet worden gehouden met compensatie, die moet ,,met even veel bestuurlijke en politieke inzet als voor het plan zelf'' ter hand worden genomen. Er moet geld in de begroting staan voor het uitkopen van landeigenaren op geschikte locaties, en als compensatie niet lukt, moet het project worden afgeblazen.

Compensatie is geen speeltje, zo veel is duidelijk, maar de allerlaatste stap in de bescherming van de natuur. Het CDA-Kamerlid Van Wijmen krijgt wel eens de vraag of de piepkleine zeggekorfslak wellicht belangrijker is dan de mens. De hoogleraar antwoordt dan dat hoe klein het diertje ook is, de aantasting van zijn leefgebied een inbreuk vormt op het gehele ecosysteem. Van Wijmen: ,,Het is alsof je een vierkante meter uit de muren van de Sint Jan in Den Bosch zou weghalen. Daarmee kun je op termijn dat schitterende gotische bouwwerk totaal vernielen.''

Wie plannen heeft om ergens te bouwen, zal moeten nagaan of wellicht een natuurgebied of een daar levende soort wordt aangetast, zo is de tendens. Dat is ook in het belang van de plannenmakers zelf, zeggen ambtenaren op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Beter eerst goed onderzoek naar de gevolgen dan achteraf te worden geconfronteerd met milieugroepen die de bouwplannen alsnog frustreren.

Veel bestuurders en bouwers klagen dat ze niet weten waar beschermde diersoorten zitten. Vanaf eind dit jaar kunnen projectontwikkelaars en gemeenten een `natuurloket' op het ministerie bellen met de vraag of hun plangebied wellicht deel uitmaakt van de 79 gebieden die onder de vogelrichtlijn vallen of van de 76 gebieden die op de nominatie staan om onder het regime van de habitatrichtlijn te vallen, of dat ze plannen maken voor een gebied waar beschermde diersoorten leven.