Is er nog hoop voor Ally McBeal?

Ally McBeal moet gaan oppassen. Ze is voorspelbaar geworden, tuttig en saai. Ze vonkt niet meer, zoals ze dat vroeger deed, parmantig stappend door de regen met haar korte laarsjes. Ze zucht niet meer fotogeniek van de Weltschmerz; traantjes pikkend om het kleine meisje dat ze vroeger was; bang om de vrouw van de wereld te worden die anderen allang in haar hadden ontwaard. Ze is niet meer de hot babe met de korte rokjes en de felle verontwaardigde blossen die zich vergreep aan het stuk van de autowasserij. Ally lijkt haar glans te hebben verloren. Wat is er gebeurd?

Simpel. Ally lijdt aan hetzelfde syndroom dat al die moderne, brutale, oogverblindende dames in flitsende series vroeg of laat treft: ze is aan de man. En zoals dat wel vaker gebeurt met meisjes van net boven de dertig die eindelijk, na lang zoeken, de man van hun leven denken te hebben gevonden: ze is een beetje ingekakt.

Ally zíet ze nog wel, de mannen op het advocatenkantoor waar ze werkt. En dan vooral die ene, die zwarte bink met de spieren, die een heftige relatie heeft met Ally's huisgenote. Ally komt hem wel eens midden in de de nacht bij de koelkast tegen. En dan staat hij daar in het koelkastlicht, de torso licht bezweet van alles wat god verboden heeft. En dan heeft hij die fles mineraalwater aan zijn mond en kan Ally alleen maar staren.

Maar wat moet ze ermee? Ze heeft al een man. En die masseert dan haar voeten 's avonds, en zij die van hem. En dan kunnen ze uren zitten praten over het leven. En tevreden tegen elkaar aan in slaap rollen.

Dat is toch waarvan ze altijd gedroomd heeft?

De advocatenserie Ally McBeal was in 1997 een frisse lentetornado. Onconventioneel, on-Amerikaans grappig, hopeloos nostalgisch, maar met net genoeg zelfspot om de zaak verteerbaar te houden.

Gimmick van de serie waren Ally's dagdromen die zomaar onverwacht gevisualiseerd konden worden. Dan zag Ally een lekkere man en rolde uit haar mond ineens een reusachtige reptielentong om hem met huid en haar te verzwelgen. Of werd ze ineens, na haar zoveelste blunder in de rechtszaal, zo klein als een mier. Letterlijk. Het gaf de serie vaart en was bovendien voor de doelgroep erg herkenbaar.

Maar zodra Ally's kalverliefdes serieus werden, stak het de kop op; de gezapigheid. En moesten de tekstschrijvers met man en macht nieuwe spannende collega's bedenken die de hete kastanjes voor Ally uit het vuur konden halen. En haar rol als slimste brutaaltje van de klas overnemen.

En zo geschiedde het dat we tegenwoordig niet meer kijken voor Ally, maar voor Richard Fish, de baas van het stel en het horkerigste karakter op de Amerikaanse televisie na Archie Bunker. En voor John, de beste, grappigste en liefste strafpleiter van de hele televisiewereld. En voor de absurde rechtszaken (dwerg wordt aangeklaagd omdat hij klein is), de prachtige mensen en de knisperende beelden van het onbezonnen zonnige Boston van voor 11 september.

Maar bovenal: voor Ling. Ally's hopeloos sexy geklede collega met het ravenzwarte haar. Eigenlijk is zíj de nieuwe Ally. ,,Is dit een diepe gedachte? Want daar reageer ik niet op'', zegt zij tegen de man die al een tijd hopeloos verliefd op haar is.

I'll say Goodbye to Love, zingt Vonda Shephard, goed getimed, aan het einde van deze eerste aflevering van een nieuw seizoen, oftewel: ,,ik neem afscheid van de liefde''. Er lijkt dus nog hoop, voor de serie.

Ally McBeal, Net5, 20.30-21.25u.