Ik ben KPN

Harry Vlaar was gek van techniek. Via een baan bij PTT (voorloper van KPN) kreeg hij zijn kans. Hij werkt er nu al bijna 40 jaar, maar of hij zijn jubileum en zijn VUT haalt is door de reorganisatie onzeker. Kabels aanleggen. Storingen verhelpen. Harry vond het ,,mooi werk''. Hij maakte de overgang mee van staatsbedrijf naar geprivatiseerde onderneming. ,,Men ging niet harder werken, er kwam alleen bureaucratie. Het was geen `wij-bedrijf' meer, het werd `wij en zij'.''

De ouders van Harry Vlaar wilden dat hij naar de mulo ging. Dat had status. Beter dan de lagere technische school in elk geval. Maar Harry verveelde zich op de mulo, Harry was gek van techniek. Op zijn veertiende ontdekte Harry dat hij een radiozender en -ontvanger kon bouwen. De metalen waslijn van zijn moeder diende als antenne, een kristalontvangertje kon frequenties analyseren. In zijn platenspeler bleek ook een zendbuis te zitten, hobbyblaadjes schreven voor hoe Harry moest uitzenden. Zijn vrienden liepen met een ontvanger door het Noord-Hollandse stadje Hoorn om te horen hoe ver het bereik was van Harry's zender. Tot op 700 meter afstand was zijn Bill Haley-plaat te horen.

Het wilde niet vlotten op de mulo. Handelsrekenen kon Harry niet interesseren. Hij was zestien jaar, techniek en de meisjes vond hij spannender. Zijn cijfers waren laag, hij dreigde het eindexamen niet te mogen maken. Een kennis van zijn ouders had een oplossing: Harry kon de tweejarige opleiding tot monteur volgen bij staatsbedrijf PTT (post, telegraaf en telefoon). Met zijn vader toog hij naar Haarlem voor het sollicitatiegesprek, een makkie. Er stond een bakelieten telefoon en Harry moest zeggen hoe de draaischijf heette. Een kiesschijf. Hij was binnen.

Harry vond de opleiding prachtig. ,,Niet omdat ik een goede toekomst zou hebben als rijksambtenaar. Dat had ook status in die tijd. Maar omdat ik toegang kreeg tot de techniek.''

Over tien maanden werkt Harry Vlaar 40 jaar bij KPN, de geprivatiseerde PTT. Hij zou dan met de VUT gaan. De vraag is of hij dat jubileum haalt, want hij valt waarschijnlijk in de categorie werknemers die gedwongen worden ontslagen. Wegens zijn enorme schuldenlast saneert KPN: 4.800 van de 33.000 werknemers moeten er uit. Van elke leeftijdsgroep (25 tot 35 jaar, 35 tot 45 etc.) gaan de werknemers met de minste dienstjaren eruit, volgens het last in, first out principe. Als een bepaalde groep bijvoorbeeld 32 procent van het hele personeelsbestand vormt, valt in die groep 32 procent van de ontslagen. Harry is net 55 jaar en is daardoor een van de 55-plussers met de minste dienstjaren. Als hij de komende maanden wordt ontslagen, heeft hij geen recht op VUT maar op een, lagere, WW-uitkering.

In 1962 zagen de `wachtlijsten' er anders uit dan tegenwoordig. Zo'n 200.000 gezinnen wachtten op een telefoonaansluiting. De PTT had een maatschappelijke taak: telefoonverkeer bereikbaar maken voor iedereen. Tot in de jaren tachtig zou de overheid het tarief voor `telefoontikken' bepalen. In Purmerend, Hoorn en Heerhugowaard werden elk jaar duizenden woningen gebouwd en die nieuwe wijken hadden telefoonaansluitingen nodig.

Daarvoor waren duizenden kabels nodig. En monteurs. Met ruim twintig jongens uit heel Noord-Holland leerde Harry het vak. Kabels lassen, elektrotechniek, mechanica. Overal in Nederland werkten klasjes zoals die van Harry. Telefonie was eenvoudig in die tijd, zegt Harry. ,,Een beetje stroom en een spoeltje.''

Haarlem was te ver van Hoorn om elke dag met de trein te reizen. Dus ging Harry `in de kost' bij een deugdelijk protestants gezin. Eén avond in de week ging Harry op dansles. ,,Ik kon niets op dat gebied en ik moest toch op de (vrouwen) markt komen.'' Bij zijn aanmelding werd hij meteen op zijn plek gewezen: was hij werkende jeugd of lerende jeugd? Die twee groepen mochten niet met elkaar dansen. Harry was werkende jeugd, concludeerde de dansschool. Maar Harry wilde ook leren. Op alle overige avonden ging hij studeren. Hij deed alsnog de LTS en haalde het diploma `Vakman van telecom-techniek'. Op zijn achttiende keerde hij terug naar de `dienstkring' Hoorn van de PTT. Alle adressen in elke PTT-dienstkring in het land lagen binnen een straal van dertig kilometer. Zodat de monteur er op de zwarte PTT-fiets heen kon.

Een opwindend decennium volgde — de jaren zestig — waarin Harry en zijn collega's de telecom-infrastructuur van Nederland aanlegden. Ze kwamen bij iedereen thuis, van de rector van de school tot gezinnen die woonden in `onbewoonbaar verklaarde' huizen in de binnenstad. Ze sloten de telefoon aan, verhielpen storingen, repareerden het kabelnet, waarop iedereen vier radiozenders kon ontvangen. ,,Er hing dan gewoon een luidspreker aan het einde van één van de vier draden.'' Via de `draadomroep' luisterde Nederland naar Hilversum 1 en 2, België en Engeland.

Harry: ,,Het was mooi werk. We waren altijd met zijn tweeën op pad. 's Ochtends kregen we een lijstje met de adressen voor die dag. Vaak klusten we ook in de middle of nowhere: dan hingen we aan een telefoonpaal in een weiland.''

De maatschappij veranderde in hoog tempo en Harry legde de kabels klaar. Een hoogtepunt was het enige bezoek van de Beatles aan Nederland. In de veilinghal in het Noord-Hollandse dorpje Blokker traden ze op in juni 1964, voor duizenden fans. Dagen van tevoren al legden Harry en zijn collega's van de dienstkring Hoorn de kabels klaar, zodat de NTS (de voorloper van de NOS) het concert kon uitzenden. Harry hoefde zijn protestantse ouders niet uit te leggen waarom hij zo'n controversieel evenement bijwoonde (alle concertzalen in Nederland hadden de Beatles geweigerd) omdat hij er was voor zijn werk.

Harry bleek goed te kunnen leren nu de materie hem interesseerde. ,,Ik dacht: ik ga doorleren en dan ga ik het máken bij dit bedrijf.'' Tot zijn 27ste volgde hij avondopleidingen, in 1973 was hij gediplomeerd opzichter, ofwel manager in bouw- en PTT-kringen. Hij kon nu leiding geven aan een `dienstkring'.

Maar de PTT veranderde toen al radicaal. Omdat de vraag naar telefoonaansluitingen aanhield, was het bedrijf spectaculair gegroeid. En de organisatie werd aangepast. De ene na de andere dienstkring werd opgeheven, monteurs hoefden niet meer met de fiets, ze konden met de auto. Eerst verdween Enkhuizen, Hoorn en Den Helder volgden. Die werknemers vielen voortaan onder Schagen. Later zou de schaal groter worden: Schagen verviel en iedereen kwam onder Alkmaar te vallen, weer later viel heel Noord-Holland onder het `district Amsterdam'. ,,Opeens moesten we met zijn allen elke ochtend de Coentunnel door.'' Heel Nederland werd verdeeld in 13 PTT-districten. Het bedrijf had minder opzichters nodig.

Begin jaren tachtig kwam de PTT-leiding met een achteraf komische analyse, die `de bocht van tachtig' heette. Nu bijna elk huishouden was aangesloten op de telefoon, was het werk van de PTT klaar. De PTT hoefde niet meer te investeren in nieuwe technieken, nieuwe centrales of kabelverbindingen. Nieuw personeel was ook niet nodig. De `bocht van tachtig' duidde op de investeringen tot aan 1980 die daarna zouden afnemen.

Al snel bleek dat PTT zich had vergist bedrijven hadden in de jaren tachtig massaal belangstelling voor een tweede telefoonlijn. Sterker, Harry en zijn collega's moesten weer als bezetenen wegen laten openbreken en kabels leggen want er ontstonden weer wachtlijsten. ,,De vraag explodeerde.''

Langzaamaan was de eigenaar, de staat, een blok aan het been geworden van de PTT. Het bedrijf was financieel afhankelijk van het wel en wee van de staatskas. Ging het goed met de overheid, dan investeerde ze in PTT, ging het slecht dan lag alles stil. ,,Daarnaast vond de overheid innovaties zoals de facsimile (fax) onnodig terwijl wij techneuten die razend interessant vonden'',zegt Harry. ,,De overheid vond dat de telex prima werkte.''

Efficiënt was PTT ook niet bepaald, zegt Harry. ,,In december legden we altijd de meeste kabels. In de vrieskou.'' De reden: Als PTT zijn jaarlijkse begroting niet opmaakte, dan moest dat overschot worden teruggestort in de staatskas. ,,In het najaar ontdekte de leiding meestal dat er nog geld over was, dus moesten wij in de winter bergen werk verzetten.''

Eind jaren tachtig was iedereen in de Tweede Kamer het erover eens: PTT kon beter worden geprivatiseerd. Met groot aplomb werd in 1989 Koninklijke PTT Nederland (KPN) gelanceerd. De rust was definitief uit de tent.

De organisatie ging op de schop. Volgens Harry – die met zo'n 10.000 collega's in de technische kant van het bedrijf zat – beschouwde de directie de technische kant als een rem op de commerciële kant. ,,Wij zeiden weleens: zou je die aansluitingen nu al beloven? Er moet nog van alles worden verbouwd.'' De organisatie werd daarom gesplitst in een commerciële kant (verkoop, uitgifte nieuwe nummers, facturen versturen etc.) en een technische kant. De commerciële kant moest weer `dichtbij de klant' komen, zoals de oude dienstkringen. Die kantoren werden weer verspreid over 32 regio's.

In 1994 verkocht de staat een deel van KPN op de effectenbeurs. De onderneming moest opeens winst gaan maken. Sindsdien zijn er drie reorganisaties geweest. Aanleiding voor de laatste reorganisatie, Vision, vorig jaar, zijn de grote schulden die KPN had opgebouwd door te bieden op dure telecomvergunningen in Duitsland en Groot-Brittannië en door de overname van het Duitse bedrijf E-plus. Die schuld is het afgelopen jaar zo groot geworden (18 miljoen gulden rente per dag) dat KPN in de kosten moet snijden.

De noodzaak om winst te maken leidde er niet toe dat men harder ging werken, zegt Harry. ,,Er werd alleen een enorme bureaucratie ingevoerd.'' Er waren schotten geplaatst in de organisatie waardoor het volgens Harry geen `wij-bedrijf' meer was. Hij was inmiddels projectleider in Noord-Holland. ,,Het was wij en zij. Wij waren de technici die het mogelijk maakten dat er gebeld en gefaxt werd. Zij waren de mensen die dat bij ons bestelden. Wij stuurden daarvoor een rekening naar hen.'' Er kwamen protocollen en procedures. ,,We kregen een opdracht van de commerciële kant – bijvoorbeeld voor de aansluiting van een nieuwe wijk – en moesten dan een offerte uitbrengen. Vervolgens namen zij die offerte aan, of niet. Dat werd heel tijdrovend. We voelden ons ook niet meer verantwoordelijk voor de andere kant van het schot.''

Het resultaat was ,,een puinhoop''. Nog nooit waren er zo veel klachten over het telefoonverkeer als halverwege de jaren negentig. Het personeel schaamde zich, zegt Harry. ,,Al die NIPO-enquêtes logen er niet om: iedereen klaagde dat KPN slechte diensten leverde.'' Bovendien kwamen er concurrenten op de markt: Versatel, Libertel, Telfort en Ben. Voor het eerst kon de klant KPN passeren.

Inmiddels was de post afgesplitst in het concern TPG en de `divisie mobiele telefoons' in KPN Mobile. Harry en 2.500 andere technici behoren sinds vorig jaar tot de KPN-afdeling `netwerkbouw'. Dat wordt waarschijnlijk gekocht door infrastructuur-bouwer Volker Stevin. De klanten van de groep `netwerkbouw' zijn KPN en concurrenten zoals Versatel. Alleen, nu alle inkomsten van KPN op gaan aan de rente over de schuld, valt de belangrijkste klant van de afdeling `netwerkbouw' weg. Harry: ,,Volker Stevin zegt dat ze ons nog willen kopen, alleen is het de vraag hoeveel mensen ze zullen houden nu onze grootste klant wegvalt.''

Innovatief zal KPN voorlopig niet zijn, zegt Harry. Er is geen geld om te investeren in nieuwe techniek. Nadat Harry en zijn collega's de afgelopen twee jaar in rap tempo alle traditionele koperkabels in het land hebben vervangen door glasvezelkabels – die 250 keer zo veel telefoonverkeer aankunnen – is het afgelopen met de vernieuwingen. Harry: ,,We hadden de ambitie om die laatste kilometer vanaf het hoofdnet tot aan ieders woning te vervangen door glasvezel. Dan had je een vierbaansweg tot aan de voordeur! Dat gaat niet door.'' Binnen vier maanden weet Harry of hij met de VUT mag of in de WW komt.

    • Frederiek Weeda