Familiebezoek

Hé Pépie, ik ben toch niet jarig vandaag? Ik stel hem gerust en stel voor de zoveelste keer mijn geliefde voor. Beleefd geven ze elkaar een hand, alsof ze elkander nooit eerder hebben gezien. Ik weet dat hij gaat zeggen: ,,Zij is werkelijk een schatje, waar heb je haar in hemelsnaam gevonden?'' Mijn pa, onlangs 81 geworden, vraagt steevast hetzelfde. Op de tweede vraag geef ik elke keer een ander antwoord, omdat ik soms Pépie ben, soms Peetli, Pjotter, Pierre of Blondie; zelden domweg PY. Maar ik ben al blij dat hij mij herkent, want al noem ik hem pa, hij is niet mijn vader.

Onlangs vroeg mijn minnares hem hoe oud ik was toen hij mijn pa werd. Onthutst keek hij mij aan. Balsturig keek ik terug en zei niets. Ook hij zweeg, staarde voor zich uit en vroeg of ik mij Sjakie herinner. ,,Tuurlijk pa, hij was toch een van je collega's?''

Toen ik de ouderlijke woonkamer uitliep om verse thee voor mijn geliefde te zetten, en koffie voor hem en mijzelf, hoorde ik hoe Sjakie en de ammeloeten voor de zoveelste keer tot leven werden gewekt: ,,Uitgeput zaten we 'savonds in een chic restaurant, ergens in Noord-Holland, zo'n lullig plaatsje, Alkmaar of zo. Sjaak en ik waren om zes uur 's ochtends met de dieplader vertrokken, dienden bij Hoogovens een joekel van een turbine af te leveren. Je weet hoe dat gaat. Weg afgezet, lantaarnpalen plat, politie-escorte met motorfietsen, zwaailichten, noem maar op. Goed, we zaten dus in dat restaurant, dronken biertjes en bestelden een warme hap. Soep, karbonade, aardappelen, groenvoer, toetje. Je weet hoe dat gaat. De serveerster schreef het allemaal braaf op. Zegt Sjakie opeens: `Plus een portie ammeloeten alstublieft, en nog twee verse pils.' Pardon meneer? `Pils, u weet wel, gerstenat met een kraag, en ammeloeten, een dubbele portie alstublieft.' Glazig keek zij ons aan. Ik zei niets, had ik geen idee waar hij op doelde. `Ik zal het even aan de kok vragen', zei de serveerster.''

In de keuken waarin ik als tiener van mijn moeder leerde koken, verwisselde ik, celebraal als ik ben, handdoek en theedoek door schone exemplaren, en wachtte tot de elektrische waterkoker afsloeg. Na een tiental drooggekookte, deels gesmolten fluitketels gaf ik pa, een week na mijn moeders dood, zo'n zichzelf beschermend apparaat. Overwoog zijn naar onheil riekende afwasborstel in het asvat te gooien, zag er toch vanaf. Aarzelde of hij twee of drie schepjes suiker blieft.

,,Hé Pépie, ik ben vandaag toch niet jarig?'' Nah pa. Hier is je koffie. Wil je twee of drie schepjes suiker? ,,Maar Peetli, weet je dat na al die jaren nog niet? Twee is genoeg. 'k Vertel net aan, hoe heet je ook alweer, over Sjakie en de ammeloeten. Herinner jij je Sjaak nog?'' Zeker pa, was hij niet een collega?

,,Luister goed, die serveerster ging naar de keuken en Sjakie en ik namen nog een teug. Komt terug aan ons tafeltje en zegt doodleuk: `Het spijt mij heren, de kok laat weten dat de ammeloeten op zijn. Morgen zijn er weer verse.' Godallemachtig, riep Sjakie, gisteren heb ik ze hier nog gegeten en ze waren werkelijk overheerlijk. Om niet te zeggen succulent! Is er werkelijk geen enkel ammeloetje over? Is er nog wat in de diepvries misschien? `Zal ik achter vragen of er een kliekje is?' Heel graag, mevrouw. We hebben er echt vreselijk zin in, en volgaarne twee verse pils.''

Mijn geliefde luisterde gespannen. Zover ik mij herinner heeft pa het verhaal de afgelopen jaren aan acht dames verteld; vanzelfsprekend werd het almaar langer en gedetailleerder. ,,Hé Pjotter, ik ben toch niet jarig vandaag? Goh, zij is een dotje; waar heb je haar gevonden?'' Elke keer luidt het antwoord anders: in een Achterhoekse dorpswinkel of Zutphense markt, tijdens de Eefdese feestdagen, feestje van een Amsterdamse uitgeverij, bij de vuilnisbak, de bushalte, in het zwembad.

Wat maakt het uit? Pa heeft, zoals hij het zelf noemt, last van SAHB ofwel slijtage aan het benul.

,,Meneer Döderlein de Win, vertel nou, hoe loopt het af'', vraagt geliefde. ,,Zeg maar Frans, eh... hoe heet jij ook alweer. Nou ja, uiteindelijk komt de kok naar ons tafeltje; natuurlijk met lege handen. Weten de heren zeker dat ze hier gisteren ammeloeten hebben gegeten? Nou zeg, brult Sjakie, ik ben toch niet van de pot gerukt!''

Ik ken het verhaal al veertig jaar, dessalniettemin schoot ik weer in de lach. Pa glundert, neemt een slokje kof en kijkt ons met glinsterende ogen aan. Wij hangen aan zijn lippen. ,,Geloof me, ik had geen idee wat ammeloeten zijn, maar ik had er wel zin in. Echt waar, God zal me kraken als het niet zo is.''

Plots realiseer ik mij dat hij net als mijn geliefde een rooms-katholieke achtergrond heeft. Zij zat op het puntje van haar stoel. Ik keek naar het plafond en zuchtte. De Friese klok tikte opeens luider dan ooit. ,,Nou goed, die kok en de serveerster staan dus voor Jan met de korte achternaam bij ons tafeltje. Eindelijk, eindelijk geeft de kok toe dat hij niet weet wat ammeloeten zijn. Verbaasd keek Sjaak hem aan, wenkte hen dichterbij en fluisterde opdat de andere gasten het niet zouden horen: geroosterde kamelenknietjes natuurlijk, gegarneerd met paardenlippen in het zuur.''

    • Peter Yvon de Vries