`ESF-geld kan niet zomaar opgeëist'

De Europese Commissie heeft mogelijk onvoldoende juridische basis voor een volledige terugvordering van Nederland van een bedrag van 447 miljoen gulden aan subsidies van het Europees Sociaal Fonds (ESF) wegens onjuiste besteding.

Dit blijkt uit het verslag van de Europese Rekenkamer over 2000. Volgens de Rekenkamer is de rechtsgrondslag voor het volle bedrag ,,onduidelijk'', omdat de Europese Commissie de claim baseert op de grote onregelmatigheden die zijn gevonden bij een kleine steekproef en de resulaten ervan vervolgens extrapoleert. De Europese Commissie mag een dergelijke methode toepassen voor de periode 2000-2006, omdat een interne verordening is aangepast. De claim tegen Nederland betreft de periode 1994-1996. Nederland heeft de aanpassing van de interne verordening gesteund. In Nederland zijn slechts 45 van circa 4500 ESF-projecten onderzocht.

Belangrijkste reden daarvan was overigens de weigering van het ministerie van Sociale Zaken meer te onderzoeken. Volgens een verordening uit 1997 moet minstens 5 procent van de subsidiabele uitgaven worden onderzocht.

,,Het is de Rekenkamer onduidelijk op welke rechtsgrondslag de Commissie zich kan baseren om financiële correcties aan te brengen'', zo staat in het Rekenkamer-rapport, dat niet specifiek de ESF-affaire in Nederland behandelt maar over het algemene beleid gaat. Minister Vermeend (Sociale Zaken) heeft steeds gezegd de claim van 447 miljoen gulden te zullen aanvechten. Hij kan naar het Europees Hof stappen.

De twijfel van de Rekenkamer betreft alleen de juridische grondslag voor de terugvordering. Het Nederlandse lid van de Europese Rekenkamer, M. Engwirda, onderstreepte gisteren bij de presentatie van het jaarverslag dat het ministerie van Sociale Zaken en daarmee toenmalig minister Melkert ,,de hoofdverantwoordelijke'' is voor verkeerd bestede ESF-gelden in de periode 1994-1996. ,,De uitgaven moeten door de accountantsdienst van Sociale Zaken worden gecontroleerd. Via de accountantsdienst is het ministerie als zodanig verantwoordelijk'', aldus Engwirda.