De wereld op z'n kop

In de acht jaar dat ik in Maastricht woonde heb ik nooit meegedaan met carnaval. Wel heb ik met belangstelling op het lokale televisienet jaarlijks de zogeheten grote optocht bekeken. Die vond ik altijd interessant. Een jaar liep er een zogenaamde Einzelgänger door het beeld. Dat is iemand die niet met een groep van een carnavalsvereniging meeloopt. Deze eenling viel op omdat hij zich had vermomd als een enorm groot rechtopstaand mannelijk geslachtsdeel. Het was erg vreemd om zo'n stijve lul op voetjes door die bont gekleurde stoet te zien drentelen. Het was niet plat en deed absoluut niet denken aan de capriolen van SBS6 en consorten. De verschijning was daarentegen ontroerend, vervreemdend, relativerend en geestig. Een andere kijk op de wereld. Dat sprak mij aan. Bij de herhaling van de uitzending was deze figuur eruit geknipt. Kennelijk viel deze act niet in de smaak. Als ik het goed heb is de grote optocht sindsdien nooit meer direct uitgezonden.

Onlangs, nog voor de afgelopen elfde van de elfde de datum waarop de prinsen carnaval bekend worden gemaakt die op vastenavond de scepter zwaaien werd duidelijk dat er door verschillende carnavalsverenigingen een verbod is uitgesproken op het verkleed gaan als Osama bin Laden of als envelop die met poeder strooit. Ik vermoed dat dit verbod zich ook uitstrekt tot de Twin Towers. Het wordt vast niet op prijs gesteld dat je, zoals ik zelf had bedacht, op stelten en met een vliegtuig door je kop de straat op gaat. Censuur tijdens carnaval. Ik vraag me af of dat wel de bedoeling kan zijn. Het gaat me aan het hart. Want al vier ik dan geen carnaval ik zou niet weten hoe dat moet het feest interesseert en fascineert me wel. Ik beschouw die zotte dagen als een tijd waarin op een geheel eigen manier een verhaal wordt verteld. Het gebeuren is een bepaald genre van commentaar op de wereld waarin wij leven. Het is een feest waarin de wereld op zijn kop wordt gezet.

Dat is het al van oudsher. Carnaval vormde, zoals onder meer te lezen valt in De verbroken betovering. Over mentaliteit en cultuur in preïndustrieel Europa van Pieter Spierenburg, het hoogtepunt van een aantal feesten die in dorpen en buurten gedurende het jaar werden gevierd. Het was, zo stelt Spierenburg, een feest van volkse humor en lichamelijkheid, maar ook een periode waarin al dan niet sluimerende conflicten naar buiten werden gebracht of nieuwe werden gecreëerd. Rond 1300 was het een feest waarin de strijd tussen carnaval met de vasten een belangrijke rol speelde. Carnaval werd vaak verbeeld door een dikke man, de vasten door een magere oude vrouw. Deze personages gingen de strijd met elkaar aan, waarbij het niet ongebruikelijk was dat de carnaval won maar uiteindelijk lankmoedig een veertigdaagse vasten toestond. Na 1500 werd carnaval uitdrukkelijker gekoppeld aan de vasten op de christelijke kalender en kreeg het feest steeds meer een christelijke lading. De vasten overwon in het carnavalsfeest vanaf die tijd uiteindelijk altijd. Tijdens de Hervorming werd de traditie van het carnaval steeds sterker onder druk gezet. De behoefte aan het feest bleef evenwel bestaan. In katholieke streken is het feest, zo mag duidelijk zijn, nog altijd niet verdwenen.

Elementen van het carnaval van nu zijn verkleedpartijen, maskerade, eten en drinken. Carnaval is een feest van omkering. De bestaande orde wordt op z'n kop gezet. De plaatselijke directeur van de fabriek gaat als bedelaar over straat, een arbeider als koning, een man als vrouw, een vrouw als man, een mens als dier, het kwade wordt leuk en het goede kan er opeens griezelig uitzien. Serieuze zaken zoals de lokale politiek en actualiteit, worden geridiculiseerd en bekritiseerd. Die omkering kan bedreigend zijn. Het is namelijk maar de vraag of de bestaande orde na het feest wel weer zal terugkeren. Voor mij is die vraag het meest boeiende aspect van het carnavaleske. Het draagt inderdaad een gevaar in zich om de omgekeerde wereld te omhelzen en zelf vorm te geven. Wil men werkelijk de essentie van carnaval beleven, dan moet men dat gevaar niet van tevoren proberen uit te bannen. Zeker niet door censuur.

Een argument voor het bannen van allerlei Bin Ladens, poederbrieven en Twin Towers in de optochten is, zo las ik in een aantal regionale kranten op internet, dat deze verbeeldingen van de actualiteit smakeloos en kwetsend zouden zijn. Dat is natuurlijk ook zo. Maar de wereld is tijdens carnaval toch anders? Als je de wereld echt op z'n kop wilt zetten moet je ook het dagelijkse politiek correcte overboord zetten. En vertel mij nou niet dat er nooit kwetsende dingen tijdens carnaval worden vertoond. In de optocht van het afgelopen jaar heb ik heel wat toespelingen op de MKZ-crisis gezien, heel wat mensen die zich op idiote wijze hadden uitgedost als iemand van een ander ras, heel wat mannen met een vrouwbeeld dat niet bepaald hoog zou scoren langs de feministische meetlat. En wat te denken van de toespelingen die twee jaar geleden in Maastricht werden gemaakt op de Titanic. Waarom zou je tijdens het feest van de zotheid wel grappen mogen maken over een nationale ramp of over een gebeurtenis uit het verleden waar mensen op gruwelijke wijze zijn verdronken, maar niet over Osama bin Laden en de Twin Towers?

Het komt allemaal huichelachtig op mij over. Heb je eindelijk de kans om de hele wereld aan je feestelijke laars te lappen, laat je je nog laf censureren door een stelletje bobo's van de plaatselijke carnavalsvereniging die bovendien, heel kies, op sommige plekken een verbod op het zich verkleden als geestelijke hebben ingesteld. Zou ik niet pikken. Schijt aan de lokale elite, aan de goede smaak en de gevoeligheden van de wereld. Maar ja, ik ben dan ook een onbegrijpend westerling en niet-vierder. Carnaval vieren valt vast niet uit te leggen. Je kunt het pas begrijpen als je het doet. Dat wil ik ook. Maar uitsluitend als Osama-bin-Laden-TwinTower-poederbrief-zelfmoordcomman-do-Bush-Blair-erectie.