De boze boletenman

Een positivo-toerist op zomervakantie in Frankrijk bedenkt tijdens een mals regenbuitje dat het prima boletenweer is. En dat blijkt te kloppen, want op de markt in Fleurance is daar opeens een boletenman die ook nog eens girolles verkoopt. Je mag wél zelf je boleten uitzoeken en in een zak doen, maar het aanraken van deze paddestoelen luistert nauw. Het bestuderen van de onderkant van de hoed moet zorgvuldig gebeuren. Kijken mag, vingerafdrukken zijn verboden en knijpen is taboe.

De hoed, die aan de onderkant stevig wit en niet gelig en slap moet zijn, dient zonder de minste druk aan de zijkant te worden opgetild. Vind je een mooie hoed zonder steel dat zoekt de boze boletenman er knorrig een passende steel bij. Ook de iets té dicht geknoopte zak bevalt hem niet. De boleten moeten ademen en mogen, zegt hij streng, niet in de koelkast worden bewaard! En vandaag nog opeten! De volgende dag staat de boletenman op de markt in een ander dorp. De boleten zijn op, maar cantharellen, die trouwens stukken goedkoper zijn, heeft hij wel. Er kan een glimlach af: we zijn vaste klant. Vandaag een eenvoudig, maar mooi voorgerecht voor 2 personen.

Bereiding: Borstel de cantharellen schoon. Snijd grotere exemplaren eventueel kleiner. Klop per omelet (en persoon) 3 eieren en 2 eetlepels room los. Smelt de helft van de boter in een koekenpan. Bak hierin de helft van de cantharellen gedurende een minuut of twee. Schep ze tussentijds om. Stort het eimengsel in de pan. Til de rand van de omelet hier en daar op en laat het niet gestolde mengsel er onder lopen. Klap de omelet, als de bovenkant niet meer nat, maar smeuïg is, dubbel. Laat de omelet op een warm bord glijden. Strooi er bieslook en enkele korrels zeezout op. Trouwens, een extra schepje crème fraîche dat zich langzaam over de omelet verspreidt kan ook geen kwaad. Eet er lekker warm brood bij.