Cohabitatie van egoïstische krijgsheren

De Noordelijke Alliantie zit sinds vandaag in Kabul in plaats van de Talibaan. De Alliantie is een lappendeken van Afghaanse minderheden, geleid door krijgsheren die alleen het eigenbelang in de gaten houden.

Razendsnel heeft de Noordelijke Alliantie zich de laatste dagen meester gemaakt van de noordelijke helft van Afghanistan. Maar of het land daarmee een vreedzame toekomst tegemoet kan zien? De Alliantie is alleen verenigd in haar streven het Talibaanbewind te wippen; je zou het eerder een cohabitatie kunnen noemen. Verder hebben de leiders van de samenstellende delen altijd in de eerste plaats de belangen van de eigen gemeenschap behartigd – waarbij ze bepaald ook zichzelf niet hebben vergeten. De Pathanen, de grootste bevolkingsgroep, die nauwelijks zijn vertegenwoordigd in de Noordelijke Alliantie van vooral Tadzjieken, Oezbeken en Hazara's, slaakten een zucht van verlichting toen de eveneens zeer repressieve Talibaan in 1996 een einde maakten aan de plunderingen en verkrachtingen door de andere krijgsheren. Nu zijn zij terug. Wie zijn die leiders ook weer? Een beknopte Who's who. Leeftijden zijn alle bij benadering.

Burhanuddin Rabbani, een Tadzjiek zoals een meerderheid van de Noordelijke Alliantie, is officieel de politieke leider van de Noordelijke Alliantie. In 1992 werd Rabbani, begonnen als geestelijke, president van Afghanistan, en de internationale gemeenschap erkent hem nog steeds als zodanig, ook al presideerde hij over een zelfs naar Afghaanse maatstaven bijzonder bloedige periode. De Talibaan werden alleen door hun sponsors Pakistan, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten erkend, ook al hadden ze tot voor kort bijna het hele land onder hun controle. Maar Rabbani is niet meer dan de kers op de slagroomtaart. De feitelijke macht is in handen van de krijgsheren.

Als militaire commandant van de Noordelijke Alliantie en Afghanistans minister van Defensie is generaal – de Alliantie telt vele generaals – Mohammed Qasim Fahim (44) vanochtend Kabul binnengereden. Fahim, die islamitisch recht heeft gestudeerd aan de universiteit van Kabul, volgde generaal Ahmad Shah Massoud als zodanig op na diens dood in september bij een zelfmoordaanslag door enkele Arabieren in zijn bolwerk in de Panjshirvalei. Massoud, de `Leeuw van de Panjshir', was een zeer charismatische persoonlijkheid, een eigenschap die Fahim naar verluidt te enenmale mist. Fahim, een etnische Tadzjiek zoals Masood, was Masoods chefstaf en plaatsvervanger. Hij leidde in 1996 het het verzet tegen de Talibaan, zonder succes.

Hij zegt dat hij zich aan Fahims gezag onderwerpt maar hoe lang zal dat duren? Waarschijnlijk de machtigste maar in elk geval meest beruchte van de krijgsheren is generaal Rashid Dostam (46), Oezbeek en leider van de Jombeshe Melli Islami (Nationale Islamitische Beweging). Dostam, een zware drinker, staat bekend als uiterst meedogenloos en zijn troepen zijn dat niet minder. De Pakistaanse journalist Ahmed Rashid trof in zijn hoofdkwartier in Mazar-i-Sharif bloed en stukken vlees aan. Was er een geit geslacht? vroeg hij. Het bleken de resten van een soldaat die wegens diefstal door Dostam was gestraft. Hij was aan de rupsbanden van een tank gebonden en op de binnenplaats vermorzeld terwijl Dostam en de zijnen toekeken. De nauwelijks geletterde Dostam werkte in de jaren tachtig met de Sovjetbezetters mee en vocht dus tegen de mujahedeen, islamitische vrijheidsstrijders met wie hij nu samenwerkt. Maar Dostam, die door de laatste communistische Afghaanse president, Najibullah, nog werd uitgeroepen als Held van de Democratische Republiek Afghanistan, is zeer bedreven in het uitwisselen van vijanden en vrienden. Daaraan hield hij op het toppunt van zijn macht, in 1997, het leiderschap over een soort ministaat met 5 miljoen inwoners in Noord-Afghanistan over plus de eretitel van pasha. Uiteindelijk werd hij zelf slachtoffer van verraad en door de Talibaan verdreven. Hij zocht zijn toevlucht in het etnisch verwante Turkije, waaruit hij eerder dit jaar terugkeerde. Hij voerde ooit het bevel over 50.000 man, nu zouden het er 5.000 zijn.

Technisch maakt ook hij deel uit van de Alliantie, maar nogal afstandelijk: de Leeuw van Herat, generaal Ismail Khan (60), een Tadzjiek met een redelijke staat van dienst op mensenrechtengebied. Hij heeft nauwelijks van zich doen spreken tijdens de huidige opmars van de Alliantie, maar hij is gisteren met 4.000 manschappen teruggekeerd in Herat. Na de val van het communistische regime in Kabul in 1992 installeerde hij zichzelf als `amir', leider, in een groot paleis in Herat waar hij voor rust zorgde – in tegenstelling tot de toestand in de rest van het land. Toen Herat in 1995 door verraad van zijn commandanten in handen van de Talibaan viel, vluchtte hij naar Iran. Het jaar daarop keerde hij terug, maar in 1997 werd hij opnieuw verraden en aan de Talibaan uitgeleverd. Hij wist echter op mysterieuze wijze uit hun gevangenis in Kandahar te ontsnappen, waarna hij vanuit de Iraanse stad Mashad actief werd.

Ook een vriend van Iran – tegenstanders zeggen: in dienst van Iran – is Karim Khalili, leider van de Hezb-i-Wahdat (partij van de eenheid), die de shi'i tische minderheid van de Hazara's in de Alliantie vertegenwoordigt. De Hazara's staan onderaan de etnische ladder in Afghanistan. Alle sjouwers in Afghanistan zijn traditioneel Hazara's. Khalili's bolwerk is Bayman. De Talibaan, die aanvankelijk hun best hebben gedaan Khalili aan hun zijde te krijgen, zijn uiteindelijk bijzonder bloedig te keer gegaan tegen de Hazara's, zowel in 1998 in Mazar-i-Sharif als korte tijd later in Bayman. Khalili vormt met Dostam en Ismail Khan het beperkte gezelschap werkelijke machthebbers van de Alliantie, die automatisch concurrenten zijn.

En vele anderen, zoals de Tadzjiekse generaal Mohammad Ustad Atta, die als hij geen bondgenoot was zou moeten worden omschreven als vijand van generaal Dostam. Plus niet-Alliantie-oppositiegroepen. Hoe het allemaal gaat aflopen is op dit moment volstrekt duister.