Bouwfraude

De opschudding over de bouwfraude doet nogal onwerkelijk aan. Alle betrokkenen die de aannemerswereld van oudsher kennen, moeten geweten hebben wat er speelde. De praktijk is heel oud, en van de wet die daar in de jaren '90 tegen is aangenomen wist iedereen dat het symboolwetgeving was: heel mooi, maar geen schijn van kans dat het werkt. Een opdrachtgever die een serieuze kostprijs kan berekenen en een beetje kan nacalculeren, kan heel goed zien welke marge wordt genomen, ook als ambtenaren hebben geklikt over de berekende kostprijs.

De heisa zou daarom niet moeten gaan over de `fraude van de aannemers' of over de `geheime afspraken', maar over de mate waarin de opdrachtgevers door onachtzaamheid, onbekwaamheid of zelfs willens en wetens, hebben toegestaan dat de winstmarges aanwijsbaar te hoog zijn geweest. Met wie de aannemer dergelijke te hoge marges heeft gedeeld doet er, vanuit een oogpunt van efficiënte besteding van overheidsgelden, helemaal niet toe.