Bouwbedrijven: `geen grote fraude'

Voorzitter E. Brinkman van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) acht fraude ter waarde van een miljard gulden door Nederlandse bouwondernemingen ,,buitengewoon onaannemelijk''.

De voorman van de bedrijfstakorganisatie kan echter niet garanderen dat bouwbedrijven geen overleg gevoerd hebben om offertes op elkaar af te stemmen. ,,In elke branche rijdt wel iemand door rood licht. Maar ik weet niet tot in het kleinste detail wat in de bedrijven speelt. Wie in dit geval naast de pot piest, moet zelf maar de vloer schrobben.''

Voormalig directeur Ad Bos van het bouwbedrijf Koop Tjuchem heeft vanochtend zijn dossier waaruit bewijzen van miljardenfraude in de bouwwereld moeten blijken, overhandigd op het ministerie van Justitie. Hij deed dat in aanwezigheid van minister Korthals van Justitie en de voorzitter van het college van procureurs-generaal, De Wijkerslooth.

Inmiddels groeit de roep om een parlementaire enquêtecommissie als strafrechtelijk onderzoek te weinig oplevert. Zo'n onderzoek zou dan de hele bouwbranche moeten beslaan, niet alleen de elementen die Bos in zijn dossier aandraagt, zo hebben PvdA en CDA inmiddels bepleit.

AVBB-voorzitter Brinkman verwees vanmorgen het door Tweede Kamerleden genoemde bedrag van 1 miljard gulden aan fraude naar ,,het rijk der fabelen''. Jaarlijks zouden Nederlandse bouwconcerns gezamenlijk 25 miljard gulden omzetten aan infrastructurele werken. Brinkman trekt daaruit de conclusie dat bedrijven zonder die 1 miljard aan frauduleus binnenkomende gelden geen winst kunnen maken, wat ze wel doen.

Tot begin jaren negentig was het voor bouwondernemingen toegestaan prijsafspraken te maken en voor uitgebrachte offertes vergoedingen, de zogenoemde `rekenvergoedingen', te vragen die onderling afgerekend werden. Nadat de Europese Commissie in 1992 deze afspraken verbood, is er jarenlang geen officiële regelgeving over rekenvergoedingen geweest. Sinds 1 september van dit jaar zijn daar wel weer afspraken over, maar Brinkman zegt niet te weten hoe de kosten in de tussenliggende jaren vergoed werden.