Bonden voor controle bloed topsporters

Eenendertig Nederlandse sportbonden willen dat het bloed van hun topsporters op doping wordt gecontroleerd. Dat blijkt uit een recente enquête van Doping Controle Nederland (DoCoNed) onder sportfederaties in Nederland.

Jaarlijks wordt gedacht aan vijfhonderd tot achthonderd bloedtesten. Van de voorstanders voor bloedcontroles hebben achttien bonden een olympische status en dertien niet. De atletiekunie, de wielerunie en de curlingbond blijken in het dopingreglement de mogelijkheid tot bloedtesten open te laten. Alleen bij het wielrennen wordt ook daadwerkelijk op nationaal niveau bloed gecontroleerd. Bij schaatsen en zwemmen gebeurt dit alleen in internationaal verband.

Onder andere de schaats- en hockeybond zijn van plan om bloedcontroles uit te voeren. Bij de judo-, zwem- en hippischesportbond bestaan hierover nog twijfels. De hockey-, schaats- en zwembond zijn ook een voorstander van out-of-competition bloedcontroles bij sporters.

De meeste bonden willen de bloedcontroles alleen bij hun topsporters en niet bij recreanten laten uitvoeren. Ook vinden de meeste sportbonden dat DoCoNed de bloedtesten moet gaan uitvoeren. Tot dusverre controleert deze organisatie alleen op urine.

Bloedonderzoek wordt onder meer gedaan om het eiwithormoon EPO op te sporen. Deze vorm van bloeddoping was het afgelopen decennium populair onder duursporters die door het toedienen van EPO meer zuurstof in hun bloed krijgen en daardoor een zwaardere inspanning kunnen leveren.

Onlangs werd bekend dat duursporters een nieuw prestatiebevorderend middel hebben ontdekt. Het gaat om de bloeddoping NESP, dat drie keer zo effectief zou zijn als EPO.

NESP staat nog niet op de lijst van verboden middelen van het internationaal olympisch comité (IOC). EPO is daarentegen wel verboden voor topsporters. Beide producten zijn oorspronkelijk bestemd voor patiënten met bloedarmoede.