Stockhausen vliegt met ons door de kosmos

Zwaarteloos gleden we als in een ruimteschip op een zinderend elektronisch klanktapijt een sprookjesachtige spiritueel-burleske wereld binnen. Zo begon Stockhausens Freitag aus Licht (1991-1994, revisie 1996) voor vijf uitvoerenden met op de band nog een kinderorkest, twee kinderkoren, twaalf zangers en een synthesizer.

In 1995 had de elektronische muziek onder de titel Weltraum indruk gemaakt in het Planetarium van Artis, nu in een Nederlandse première in het kader van de Matinee op de Vrije Zaterdag hoorde men het Geheel waarbij Theater Carré leek te zijn omgetoverd in één reusachtige tijdsmachine.

Alhoewel deze inmiddels vijfde voltooide opera uit de zevendelige cyclus naar de dagen van de week een vijftal zelfstandig uit te voeren scènes bevat, bleef die gitzwarte lage en trage bas maar doordreunen zodat het leek alsof we het gebeuren op een afstand volgden, niet echt ervoor aanmeerden.

Een uitzondering vormde de scène Vereinigung, met een kwartier veruit het langste zelfstandige deel. Hierin begeeft Eva, steeds meer de centrale figuur in deze heptalogie, zich in een dubbele lotuszit met Kaino badend in oranje licht. Oranje is volgens de componist de kleur van vrijdag, zoals hij ook in een oranje trui had plaatsgenomen achter zijn mengpaneel, de Mischpult, want geen enkele klank bereikt rechtstreeks het oor.

Eveneens imponeerde Reue waarin Eva in zestig intensiteitsgraden de handgebaren maakt zoals we die kennen van Inori (1973-1974). Hierin toont ze berouw over haar daad, haar opgedrongen door Kaino's vader Ludon teneinde de menselijke evolutie te redden. Want voor minder doet Stockhausen het niet. De cyclus gaat tenslotte over leven en dood, over aarde en kosmos.

De protagonisten acteren als in een traag ritueel. Contrastwerkingen komen in de plaats van de gebruikelijke ontwikkelingen, met name manifest in de afbakening van tien `Reale' en twaalf `Ton-Szenen'. In die `werkelijke' scènes treden de hogre wezens op. Naast Eva en de nieuwe figuren van Ludon en Kaino ook nog Elu (bassethoorn) en Lufa (fluit).

Opvallend was dat Suzanne Stephens en Kathinka Pasveer subliem musicerend een minstens zo belangrijke rol vervullen als de paradijselijke sopraan Angela Tunstall, de nauwelijks minder met Stockhausens idioom vertrouwde bas Nicholas Isherwood en de sonore bariton Jürgen Kurth. Ook twee kinderkoren en een kinderorkest horen bij de `Reale' Szenen. Echter, hoe jengelend en joelend, hoe kakelend en knallend een gruwelijke Kinder Krieg ook mag verlopen, deze blijft toch een gebeuren van verre, weer wegzakkend in het klanktapijt.

Nog sciencefictionachtiger werken in Feitag als `dag der verzoeking' de twaalf `Ton-Szenen'. Ze zijn gewijd aan de lichamelijkheid van mens, dier en machine in bastaardparen die aan het eind van de opera spiraalsgewijs vergloeien, alsmaar hoger reikend als een imaginaire, dun uitlopende kaarsvlam.

Deze delen doen minder geprofileerd aan, maar we misten dan ook node de explicerende dansparen zoals in de scènische opvoering bij de wereldpremière in 1996 in Leipzig. ,,Sluit uw ogen en beleef uw eigen theater'', beval de componist ons in een inleiding aan. De opera ging enigszins als een kaarsvlam uit en we kennen nu wel de unheimliche Gruwel-Peter kant van de componist.

Maar scènes zoals die van Eva, die steeds dringender wordt omsloten door het goddelijke licht, of het daaropvolgend eigenzinnige en elegante duet voor fluit en bassethoorn had niemand willen missen — de visionaire kant van de componist.

Concert: Karlheinz Stockhausen: Freitag aus Licht, quasi-concertante opera o.l.v. de componist. Gehoord 10/11 Koninklijk Theater Carré Amsterdam. Radio 4: 13/11 20.25 uur.

    • Ernst Vermeulen