Schaatser Shepel mag na bloedtest niet starten

Europees kampioen allroundschaatsen Dimitri Sjepel mocht afgelopen weekeinde niet starten bij de wereldbekerwedstrijden in Berlijn. Bij de Rus werd voorafgaand aan het evenement een te hoog hemoglobinegehalte in het bloed vastgesteld. De internationale schaatsbond ISU heeft nog geen verklaring voor Sjepels uitsluiting gegeven, maar de officiële uitleg luidt waarschijnlijk dat hij om gezondheidsredenen een startverbod heeft gekregen.

Vrijdag werd het bloed van alle deelnemers gecontroleerd. Bij de lang van tevoren aangekondigde controle bleek dat Sjepel verdachte bloedwaarden had. De internationale schaatsbond ISU sloot hem daarop uit van deelname.

Het hemoglobinegehalte was volgens de Russische bondscoach Valeri Muratov twintig, waar vijftien of zestien normaal is. De hematocrietwaarde, niet los te zien van het hemoglobinegehalte, was met 53 net onder de grens van 54.

,,De ISU kijkt bij dergelijke cijfers naar de snelheid waarmee nieuwe rode bloedlichaampjes worden aangemaakt'', aldus bondsarts Hans van Kuyk van de KNSB. ,,Die snelheid zal verdacht hoog geweest zijn en om die reden kun je worden uitgesloten.'' Ongewoon hoge waarden van hemoglobine en hematocriet kunnen duiden op het gebruik van het bloeddopingmiddel EPO.

Bij grote lichamelijke inspanning loopt iemand met deze waarden een gezondheidsrisico. Muratov zei niet te weten hoe Sjepel in de verdachte zone was terechtgekomen. Een tweede test op zaterdag bevestigde de resultaten van de eerste controle. De ISU heeft bij Sjepel een urinemonster genomen om de oorzaak van de hoge waarden te achterhalen. De Rus mag pas weer schaatsen als hij een onafhankelijk arts laat aantonen dat zijn waarden weer normaal zijn.