Robot, satelliet en laser zoeken naar de vijand

Amerikanen, Britten en Fransen zetten de modernste technologieën om doelen in Afghanistan op te sporen. Desondanks zijn nog steeds mensenogen nodig om bommenwerpers aanwijzingen te geven.

Ze zijn gezien bij het verlaten van een militaire basis van de Noordelijke Alliantie. Ze verplaatsen zich in luxe jeeps met geblindeerde ramen. Ze rijden naar hooggelegen uitkijkposten. Journalisten worden van die plekken geweerd. Dat het Amerikaanse of Britse commando's zijn, is duidelijk. Op hun verpakte uitrusting staan Engelse termen en ze worden altijd begeleid door een Engels-sprekende gids. Wat ze doen is ook niet moeilijk te raden. Ze begluren de Talibaan en wijzen met laser-apparatuur de piloten van de overvliegende jachtbommenwerpers doelen aan.

De legering van Amerikaanse speciale eenheden moet de effectiviteit van de bombardementen vergroten. De voor de hand liggende vaste doelen, zoals vliegvelden van de Talibaan en terroristische trainingskampen, zijn intussen `op'. Nu gaat het om de moeilijker te vinden gelegenheidsdoelen, zoals pantservoertuigen en groepjes strijders. ,,Toen we met de campagne begonnen'', zei een F-18-piloot aan boord van het vliegkampschip Theodore Roosevelt, ,,wisten we al bij het opstijgen wat ons doel was. Maar nu vliegen we erheen en krijgen dan pas verschillende doelen aangewezen. Het is een `vloeibaar' slagveld geworden.''

Voor het verkorten van deze sensor-to-shooter-keten heeft het Pentagon sinds het begin van het offensief een reeks nieuwe spionagesystemen naar Afghanistan gedirigeerd. Zo werd drie dagen na het begin van de luchtaanvallen een geheime communicatiesatelliet gelanceerd, die fungeert als snel `doorgeefluik' van gedigitaliseerde foto's en ander inlichtingenmateriaal dat door spionagesatellieten is verzameld. Even eerder brachten de VS al een KH-11 – van keyhole, sleutelgat – in omloop. Zulke satellieten, zo wordt gezegd, kunnen nog een tennisbal op de grond opmerken.

Begin deze maand besloot het Pentagon ook twee van de meest geavanceerde vliegende spionagetoestellen naar de regio te sturen. Het ging om het met een straalmotor aangedreven robotvliegtuig Global Hawk, dat van twintig kilometer hoogte een etmaal lang een uitgestrekt gebied in de gaten kan houden. Via snelle communicatiesystemen, zoals het hoopvol getitelde rapid targeting system, RTS, kunnen jachtbommenwerpers afgaand op de doorgeseinde beelden binnen enkele minuten een geleide bom afgooien.

Ook is het `surveillance-vliegtuig' JSTARS naar de regio gestuurd. Dit toestel kan vanaf honderden kilometers afstand voertuigen zien rijden en hun lokatie aan de eigen shooters doorgeven.

Deze geavanceerde intel-systemen komen nog bij het grote aantal spionagevliegtuigen dat al rondvliegt. De bijna antiek te noemen U-2 draait op eenzame hoogte zijn rondjes.

Toch lijken de taken van de bemande toestellen in dit conflict te zijn overgenomen door pilootloze verkenningsvliegtuigjes – de Global Hawk is maar één voorbeeld.

Zo heeft de CIA een klein, laag vliegend robotvliegtuigje van het type I-Gnat in dienst. Het is voorzien van een camera en communicatieapparatuur. De Talibaan hebben een gemangeld wrak van de I-Gnat aan de pers getoond. ,,Neergeschoten'', zeggen de Talibaan. ,,Technisch mankement'', zegt het Pentagon. Ook vliegt de grotere Predator rond, waarvan één versie is uitgerust met anti-tankraketten.

Intussen vliegen ook de Britten en Fransen met spionagevliegtuigen rond. De Britten vliegen op grote hoogte met de oude Canberra PR9 fotoverkenner. Franse Mirage IVP fotoverkenners jakkeren op enige tientallen meters hoogte door de valleien. Hun zijwaarts gerichte camera's moeten de openingen van grotten en tunnels ontdekken waarin terroristen zich verstoppen.

Ondanks de lawine aan technologische hoogstandjes lijkt ook het verzamelen van niet-elektronische `papieren' inlichtingen over grotten en tunnels aan waarde te winnen. ,,De Russen zijn zeer hulpvaardig'', zei een Amerikaanse generaal onlangs. ,,We krijgen veel materiaal binnen. Het probleem is hoe dit allemaal te selecteren.''

Of al deze technische snufjes voldoende zullen zijn om de Talibaan en de terroristische organisaties in Afghanistan uit te schakelen valt te bezien. Het Sovjet-leger had ook een groot technologisch overwicht, maar moest uiteindelijk het veld ruimen. Zeker is dat de Talibaan zich bespied voelen. Ze maken zo min mogelijk gebruik van walkie-talkies en satelliettelefoons. Om berichten aan elkaar over te brengen gebruiken ze koeriers te paard.

De winterse omstandigheden zullen snel het inlichtingenwerk beïnvloeden. Hoe precies, is onduidelijk. De winter is gunstig, stelt een Amerikaanse defensiefunctionaris. Warme mensen vallen in de winter tegen de koude achtergrond op. ,,De winter biedt ons een infrared-bonanza.'' Maar dat gaat geheel voorbij aan de problemen die mist, sneeuwbuien en andere neerslag vormen voor de hoog vliegende camera-ogen – net als in Kosovo in 1999.

Uit de berichtgeving van het Pentagon valt af te leiden dat het verslechterende weer de oorlogsinspanning niet vergemakkelijkt. Al twee helikopters die waren betrokken bij `speciale operaties' zouden door het verslechterende weer verloren zijn gegaan. Eentje was, aldus het Pentagon, omver gewaaid door een stofstorm en een ander toestel stortte neer in een ijsregen.

    • Menno Steketee