Overheid mag best voor zichzelf reclamemaken

In zijn column `Propaganda Hollandaise' (26 oktober) ageert Mark Kranenburg tegen de vermeende almacht van overheidsvoorlichters bij het overnemen van de aanbevelingen van de commissie-Wallage. Deze commissie onderzocht na het aantreden van het tweede kabinet-Kok de effectiviteit van de overheidscommunicatie en pleitte voor miljoenen extra om de overheidsvoorlichting te verbeteren.

Het probleem met overheidscommunicatie is dat zij voor een groot deel afhankelijk is van `free-publicity'. Ze maakt voor het uitdragen van boodschappen gebruik van de media, of de media vragen om commentaar van overheidsinstanties. Dat heeft ook te maken met het feit dat de overheid `het altijd gedaan heeft'. In bijna elke maatschappelijk relevante gebeurtenis is de overheid betrokken en zal zij moeten communiceren.

Tot op de dag van vandaag is de overheidsvoorlichter of politicus daarbij bijna volledig afhankelijk van de journalist. De redacteur die de boodschap tot zich neemt, vertaalt, interpreteert en giet deze in een bepaalde vorm.

Dat stuk kan recht doen aan de werkelijkheid, maar het kunnen ook veertig regels krant worden met een in vitriool gedoopte pen, dat kan geduid worden met beelden die de werkelijkheid van dat moment geen recht doen en de portee van de verzonden boodschap volledig miskennen.

De taal die op dat moment gecreëerd wordt bepaalt echter de werkelijkheid. Opinies, attitudes, percepties en imago's kunnen daardoor snel en radicaal verschuiven. Er is geen mechanisme dat voorziet in controle op die gebrachte boodschap. De rol van de media is al lang geleden verschoven van onafhankelijk observator naar `actor' bij het totstandkomen van de publieke opinie.

Amerikaanse onderzoekers hebben vastgesteld dat de agenda van de media vooral wordt bepaald door de inhoud van de media zelf. Als een gevestigd beeld eenmaal in het redactiearchief zit, komt het er niet meer uit. Als `asielzoekers in lekkende tenten zijn opgevangen' blijft dat beeld hangen. Niet dat er van alle tenten slechts één kortstondig lekte en dat men er slechts een paar dagen verbleef.

Ik pleit er voor de overheid in communicatie met gelijke wapens te laten strijden. Waarom zou de overheid tegenover een redactioneel stuk niet een advertentie mogen plaatsen met de boodschap zoals ze die wil overbrengen? Het perkt de vrijheid van de journalist niet in en laat meer ruimte voor eigen afwegingen van het publiek.

Om meer ruimte in communicatie vanuit de overheid nu als ,,overheidspropaganda'' neer te zetten, zoals Kranenburg doet, vind ik erg kort door de bocht. Als de overheid meer overtuigende vormen van communicatie inzet, geeft dat eerder een evenwichtiger beeld dan nu het geval is.

Het product propaganda is best goed, alleen het merk is verkeerd. Maar de beeldvorming rondom het product mag de discussie niet doodslaan.

column kranenburgwww.nrc.nl

Pieter Beljon is communicatiemanager bij het LSOP, het Politie Onderwijs- en Kenniscentrum.

    • Pieter Beljon