Netwerken moeten Bin Laden de das om doen

De beste manier om de cellen van Bin Ladens organisatie te bestrijden is daar technologische netwerken tegenover te stellen. De aanleg van de internet-snelweg zal erdoor worden versneld en dat geeft een impuls aan de economie, meent David Ignatius.

De geschiedenis zou weleens een ironische wending kunnen nemen: het is best mogelijk dat uitgerekend Osama bin Laden de wereldeconomie een zetje geeft in de richting van een wereld van netwerken, met overal aanwezige sensoren die terroristische aanvallen kunnen signaleren en verhinderen.

Een logische redenering leidt tot de mogelijkheid dat Bin Laden een promotor van wereldwijde computernetwerken wordt. Op zekere dag zal de oorlog in Afghanistan een nieuwe regering in Kabul opleveren. Maar al zijn de Talibaan verdreven, de oorlog tegen het terrorisme zal dan nog niet voorbij zijn. Het lastige is nu dat iedereen, ondanks deze dreiging, zijn normale leven weer moet hervatten. ,,Dat is de ultieme nekslag voor het terrorisme'', zei president Bush vorige week donderdag. Maar hoe moet de wereld omgaan met een vorm van terrorisme die de komende jaren eerder erger dan minder zal worden?

Het antwoord ligt deels in gewelddadige militaire acties, die onvermijdelijk zijn en bedoeld om de aanvallen van de terroristen af te straffen. Die acties moeten zoveel mogelijk in het geheim worden uitgevoerd en gericht zijn op de terroristen zelf. Daarnaast moeten ze gepaard gaan met nieuwe diplomatieke en economische initiatieven, die de gewone mensen in de islamitische wereld de kans op een beter leven bieden.

Maar duurzame veiligheid moet vooral voortkomen uit verdediging en niet uit aanvallen. Daarbij kan Amerika's technische vernuft uitkomst bieden. De vitale technieken bestaan al in de projecten voor wijdvertakte computernetwerken en draadloze communicatie, die het eind jaren negentig door bedrijven als IBM en Sun Microsystems zijn ontwikkeld. Ik heb congressen bijgewoond waarop deskundigen een beschrijving gaven van hele series sensoren die konden worden gekoppeld aan elk apparaat in ieder huis, en aan alle verkoopautomaten in openbare ruimtes. Met behulp van deze draadloze technieken kunnen iemands gangen voortdurend worden gevolgd en kan zijn aanwezigheid in een restaurant of warenhuis worden gesignaleerd. Maar toen ging het om visionaire producten op zoek naar een concrete markt.

En waarom zou iemand geld willen uitgeven aan een koelkast die met de supermarkt in contact staat en melk kan bestellen? Zou er werkelijk iemand zijn die op de hoogte wil worden gesteld van de bijzondere kortingen in de supermarkt op het moment dat daar iemand toevallig langsrijdt? Natuurlijk niet. Dat is één van de redenen waarom de zeepbel van de telecom uitéén is gespat.

De beursanalisten zagen in dat niemand gauw bereid zou zijn te betalen voor de draadloze diensten die in een echte netwerkwereld voorhanden zijn.

Maar veiligheid is iets anders. Net als het leven zelf is het iets waar iedereen bijna alles voor over heeft. Veiligheid betekent dat je weet of je met je gezin een vliegreis kunt maken zonder bang te hoeven zijn te worden opgeblazen. Veiligheid betekent dat je naar je werk kunt gaan zonder bang te hoeven zijn dat midden in jouw stad een nucleair wapen tot ontploffing wordt gebracht. Veiligheid betekent dat je je brieven kunt openen zonder bang te zijn dat ze met iets besmet zijn.

Gelukkig is dat nu juist het soort problemen dat de techniek kan oplossen. Sensoren kunnen zo worden afgesteld dat ze voor van alles gevoelig zijn: van radioactief materiaal tot sporen miltvuur. Als iedereen bereid zou zijn zijn privacy op te offeren, dan zou een wijdvertakt netwerk van sensoren ieder mens in een afgebakende omgeving kunnen opsporen, en de komst van iemand die niet de juiste identiteitspapieren heeft, ogenblikkelijk kunnen signaleren.

De infrastructuur van een wereld van netwerken is in de VS al half klaar en elders worden de eerste stappen in de bouw ondernomen. De aanleg is vertraagd door de wereldwijde recessie in de technologiesector, die wel een impuls zou kunnen gebruiken. Er is immers nauwelijks een betere reden voor investeringen denkbaar dan het vermogen van de technologie om ons te beschermen in een wereld van Bin Ladens.

Het gebruik van uitgebreide computernetwerken als onderdeel van een verdedigingstactiek in deze oorlog komt neer op de inzet van netwerken om netwerken te bestrijden. Dat is precies wat David Ronfeldt en John Arquilla van Rand Corporation aanbevelen. De specialisten van Rand benadrukken dat Bin Laden geen gewone tegenstander is die onder een vlag opereert, een nationale uitvalsbasis heeft en kan worden opgespoord en getroffen met behulp van twintigste-eeuwse technieken. Integendeel, de cellen van Al-Qaeda bevinden zich overal. Maar al is de structuur van Al-Qaeda onduidelijk, wel is sprake van een sterk netwerk dat moeilijk verslaan kan worden met conventionele middelen.

Volgens een onlangs gepubliceerde studie van de auteurs van Rand `Networks and Netwars' is het `omzwermen' van de vijand de juiste tactiek in een netwerkoorlog. ,,Omzwermen werkt het beste als dat gebeurt rond ontelbare kleine, verspreid opgestelde eenheden die via een netwerk aan elkaar gekoppeld zijn'', zo stellen zij.

Gebruik netwerken om netwerken te bestrijden. Die tactiek kan de wereld op den duur enige veiligheid bieden. En de aanleg van de internet-snelweg zal erdoor worden versneld, niet alleen in het westen maar in de hele wereld, wat de wereldeconomie een impuls zal geven die dringend nodig is. Als Bin Laden met zijn terrorisme een wereld van grotere veiligheid en welvaart heeft helpen scheppen, kunnen we hem misschien zelfs een bedankbriefje sturen – in de gevangenis, of in wat er rest van zijn grot in Afghanistan.

David Ignatius is columnist.

© LAT-WP Newsservice

    • David Ignatius