Meer Nederlander dan Oekraïener

Een volslagen onbekende was Konstantin Poltavets (38) toen hij begin oktober door de DSB-schaatsploeg werd aangesteld als de opvolger van coach Leen Pfrommer. Inmiddels functioneert de voormalige asielzoeker uit Oekraïne naar tevredenheid van zijn rijders. Een nieuw gezicht, een nieuw geluid.

Zijn credo luidt: het verleden vergeten en bouwen aan de toekomst. Als joodse vluchteling kwam Konstantin Poltavets in 1994 vanuit Oekraïne met zijn vrouw naar Nederland. Hier had hij door zijn activiteiten als triatleet vrienden wonen. Twee jaar woonde hij in een asielzoekerscentrum in Limburg. Dat was een zware tijd. Het liefst wilde hij snel Nederlands leren. Maar dat viel niet mee in een omgeving waar de plaatselijke bevolking dialect spreekt. Inmiddels is hij de Nederlandse taal machtig. En heeft hij zich opgewerkt tot schaatscoach van de prestigieuze DSB-ploeg. Zijn aanstelling kwam wel als een donderslag bij heldere hemel.

Een ongewone situatie vereiste een ongewone oplossing, redeneerde Hans van Goor, directeur sportzaken van de DSB-schaatsploeg, toen in oktober coach Leen Pfrommer opstapte wegens een conflict met sprinter Jan Bos. Een maand voor de start van het olympische seizoen moest de rechterhand van sponsor Dirk Scheringa op zoek naar een nieuwe technisch begeleider. Er ging een lichte schok door de conservatieve schaatswereld toen DSB de onbekende Poltavets, roepnaam `Kosta', presenteerde als opvolger van Pfrommer. ,,Gepruts'', noemde voormalig kernploegtrainer Henk Gemser deze oplossing.

Ruim een maand later vinden alle leden van het DSB-team, waartoe ook Ids Postma behoort, dat Poltavets de juiste man is op de juiste plaats. Van Goor: ,,Gemser baseerde zijn mening op het feit dat hij vijf jaar geleden had gezien dat Poltavets niet met recreanten kon omgaan. Wel, het gaat bij ons natuurlijk om topsport. Het ontbrak met name bij Jan Bos aan vertrouwen doordat het niet goed zat tussen hem en Pfrommer. Dat speelde al een jaar. Dan is er ook zo'n periode nodig om dat te herstellen. Daarom leek het me goed een neutraal iemand als Poltavets aan te stellen. Er was ogenblikkelijk chemie.''

Sprinter Jan Bos, zaterdag bij de eerste World-Cupwedstrijden achtste op de 1.500 meter (1.50,79), kan dat beamen. ,,Ik had geen trainer meer nodig, maar iemand die mij coacht en een beetje stuurt. Ik weet als geen ander wat mijn lichaam kan en hoe ik me voel. Daar heb ik geen trainer voor nodig. Ik ben ook in mijn eentje verantwoordelijk voor mijn prestaties. Kosta zorgt dat ik de juiste voorbereiding op de wedstrijd krijg. Hij is geen zenuwpees en geeft onvoorwaardelijke steun aan de sporter. Als er een veter knapt in een van mijn schoenen, regelt hij onmiddellijk een nieuwe. Het is de taak van een begeleider dat je geen omkijken hebt naar dit soort zaken.''

De rijders van DSB werden op de in Heerenveen woonachtige Poltavets geattendeerd door hun teamarts Jaap Westbroek. Poltavets was tot voor kort assistent-trainer in het gewest Friesland. Postma kende hem dan ook wel, Bos niet. Maar op de gevestigde namen zat de sprinter na de ervaringen met Pfrommer, die als een schoolmeester voortdurend over zijn schouder meekeek, niet meer te wachten. ,,Als we voor een Nederlandse coach hadden gekozen, was het eentje van de oude garde geworden. Dat wilde ik niet. Die mensen zijn zo trots. Zo'n man had zich voor mij nooit weggecijferd.''

Topsportcoördinator van de schaatsbond, Ab Krook, kan zich de keuze voor Poltavets, geselecteerd uit vijf kandidaten, wel voorstellen. ,,De bekende coaches in Nederland hebben toch een etiket en moeten daardoor werken met een bepaalde belasting.'' Hij heeft inmiddels drie lange gesprekken met Poltavets gehad. ,,Hij is rustig en kan goed luisteren'', concludeert Krook. ,,Naarmate het seizoen vordert, worden die eigenschappen steeds belangrijker. Een sporter moet het gevoel hebben dat iemand met hem meedenkt. Rondom de wedstrijden dient de coach gecontroleerd emotioneel te zijn.''

Dat laatste is Poltavets zeker. Als hij zaterdag Bos coacht op de 1.500 meter oogt hij langs de baan, met de stopwatch in de hand, als de rust zelve. ,,Maar van binnen ben ik een vulkaan'', verklapt hij later. ,,Alleen mag ik dat niet aan de sporter laten blijken.''

Poltavets heeft een joodse moeder. Hoewel hij talent had voor schaatsen hij was lid van de Sovjet-juniorenploeg met rijders als Guljajev en Zjelezovski kreeg hij om die reden weinig kansen zich te ontplooien. De discriminatie ging zover dat hij in 1994 besloot te vluchten. Gorbatsjov en de ontmanteling van de Sovjet-Unie zorgden niet voor betere levensomstandigheden in Oekraïne. ,,Gorbatsjov had voor de wereld wel positieve uitstraling en gedachten, maar voor het land zelf deed hij geen geweldige dingen'', meent Poltavets, inmiddels genaturaliseerd tot Nederlander. Hij heeft weinig contacten meer met zijn voormalige vaderland. ,,Alleen van mijn schoonouders hoor ik nog wel eens wat. Maar als ik hun verhalen beluister, is er niet veel verbeterd. De uittocht van joden gaat nog steeds door.''

Wat hem precies is overkomen, daar wil hij weinig over kwijt. ,,Ik wil geen negatieve zaken uit het verleden weer in herinnering brengen. Ik kijk nu naar de toekomst.'' In Kiev werkte hij kort als schaatstrainer. ,,Maar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie was er geen geld meer om een kunstijsbaan in stand te houden. En aangezien de winters zelfs in Oekraïne het laatste decennium steeds warmer werden, lag er weinig natuurijs en waren er dus niet veel mogelijkheden om te schaatsen. Daarom ben ik op een gegeven moment als coach voor triatleten aan de slag gegaan.''

In de gesprekken die Van Goor met hem voerde, kwam hij er achter dat Poltavets veel weet van hoogtestages. Dat komt goed uit, want de ijshal van Salt Lake City, waar in februari de olympische schaatswedstrijden worden gehouden, ligt op 1.400 meter hoogte. Poltavets: ,,We gingen met de Sovjetploeg voor hoogtestages naar Alma Ata, Kirgizië en Armenië. De Medeobaan in Kazachstan ligt op ruim 1.600 meter hoogte. Maar we sliepen nog een kilometer hoger in een skicentrum. Ik weet voor Salt Lake City wat ons te doen staat.''

Poltavets heeft een wat oudere uitstraling voor een 38-jarige, mede door een kalend hoofd. ,,Die haaruitval is misschien het gevolg van de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl'', suggereert hij. Hij was op het moment van de ontploffing in 1986 als militair driehonderd kilometer oostelijker gelegerd. ,,Pas een maand later hoorden wij wat er was gebeurd. Toen ik in Nederland in het asielzoekerscentrum kwam, heb ik me gemeld bij een arts. Ik vroeg of ik wegens mijn rugklachten op een harde matras mocht slapen. Hij vond dat ik maar op de vloer moest gaan liggen. Ik maakte me ongerust over een chronische bronchitis. Maar dat was volgens hem heel normaal in een vochtig land als Nederland. En ik vroeg me af of mijn kaalheid wellicht iets te maken zou kunnen hebben met Tsjernobyl. Maar dat kwam volgens de arts door de bronchitis. Ik geloof niet dat hij daarmee een grapje maakte.''

Toch is Poltavets Nederland heel dankbaar. ,,Ik heb me heel bewust laten naturaliseren. Ik voel me op dit moment meer een Nederlander dan een Oekraïener.''

Krook probeert Poltavets zoveel mogelijk te steunen bij organisatorische zaken tijdens wedstrijden. ,,De KNSB kan niet zeggen: wat er bij DSB gebeurt, is niet ons probleem. We hebben hier te maken met twee potentiële medaillewinnaars op de Spelen (Postma en Bos, red.).'' Om kritiek uit het wereldje van de coaches voor te zijn, heeft Krook wel even gecontroleerd of Poltavets over de juiste papieren beschikt. Daar bleek weinig op aan te merken. Poltavets heeft in eigen land een soort sportacademie gevolgd en in Nederland het B-diploma voor schaatstrainers gehaald. Er is sinds enige tijd ook nog een C-cursus, maar die hebben nog maar weinig coaches gevolgd. Veel schaatstrainers hebben dispensatie om bij internationale wedstrijden actief te zijn, zo ook Poltavets. ,,Het is niet zo dat de aanstelling van Poltavets aangeeft dat er te weinig goede schaatstrainers zijn in Nederland'', zegt Krook. ,,Ik ben heel lang de jongste geweest, maar nu zijn Ingrid Paul, Gerard Kemkers en Aart van der Wulp van een nieuwe generatie ook doorgebroken. Er is dus doorstroming, maar we moeten in Nederland wel wat gaan doen om internationaal een inhaalslag te maken met onze opleiding voor coaches. De scholing voor schaatstrainers dient in mijn ogen geïntegreerd te worden in een dagopleiding.''

    • Erik Oudshoorn