Looneis CNV verschilt per sector

Het dagelijks bestuur van vakcentrale CNV stelt een gedifferentieerde looneis, van minimaal 2,25 procent en maximaal 4 procent.

Deze week zijn de looneisen inzet van het jaarlijkse najaarsoverleg. Kabinet en werkgevers dringen sterk aan op loonmatiging, gezien de verslechterde economische situatie.

De vakcentrale wil een korte `remweg' inzetten nu de economische situatie verslechtert, en wil de uiteindelijke looneisen per sector, door de bonden, laten vaststellen. In sectoren waar de arbeidsproductiviteit daalt is 2,25 het maximum, aldus CNV-voorzitter Terpstra. In de collectieve sector, waar werknemers een `inhaalslag' maken, ligt volgens Terpstra een loonsverhoging van maximaal 4 procent ,,in de rede''. Het algemeen bestuur van CNV besluit vanmiddag of het akkoord gaat met het voorstel van het dagelijks bestuur.

CNV houdt met zijn maximum looneis gelijke tred met vakcentrale FNV, die vasthoudt aan zijn aanvankelijk gestelde looneis van maximaal 4 procent. Ook FNV spreekt van een `gedifferentieerde looneis' die per sector vastgesteld moet worden. Het maximum-percentage geldt voor sectoren als de bouw, waar het ondanks de economische malaise nog goed gaat en de internationale concurrentie nauwelijks speelt, en voor de collectieve sector, aldus een woordvoerder van FNV. De vakcentrale verwacht dat de gemiddelde loonsverhoging uiteindelijk beduidend lager uitvalt dan vorig jaar, omdat in veel sectoren de 4 procent niet gehaald zal worden.

Vakcentrale De Unie/mhp verlaagde onlangs haar looneis van een ,,gemiddelde looneis van 3,5 in de marktsector'' naar ,,minimaal 3,0 procent''. De vakcentrales reageren met hun enigszins aangepaste looneisen op het Centraal Planbureau (CPB), dat begin deze maand zijn groeiraming neerwaarts bijstelde naar 1,5 procent. Werkgeversvereniging MKB Nederland bepleitte om die reden bevriezing van de CAO-lonen.