Koopman verkleedt zich als dominee op handelstop

Op de WTO-top in Doha komt Nederland op voor ontwikkelingslanden. Wordt het eigen handelsbelang vergeten? Zo simpel is het niet.

De Nederlandse delegatie lijkt een buitenbeentje op de lopende WTO-top in Doha. Handelsvertegenwoordigers stellen het eigenbelang voorop in de hoofdstad van de golfstaat Qatar. Frankrijk verdedigt staatssteun aan zijn boeren. Concurrerende landbouwnaties als Australië en Nieuw-Zeeland willen juist van die steun af. Spanje staat voor zijn vissers, Portugal verdedigt zijn wevers en voor de Italiaanse delegatie staat in Doha de bescherming van de parmaham voorop. India en Brazilië pakken westerse medicijnproducenten aan. Zwitserland en de Verenigde Staten staan voor deze bedrijven juist op de bres.

En Nederland? In plaats van over het Nederlandse handelsbelang praat staatssecretaris Gerrit Ybema (Economische Zaken) vooral over ontwikkelingslanden. Nederland wil dat arme landen er in Doha in slagen issues op de agenda te krijgen die zij belangrijk vinden. ,,Het is typisch Nederlands'', zegt Willem Jan Laan, landbouwadviseur van Unilever en in Doha namens werkgeversvereniging VNO/NCW. ,,We voelen ons verantwoordelijk voor het slagen van het gehele proces. Als een land zijn lidmaatschap voor de Verenigde Naties niet betaalt begrijpen wij dat evenmin. Zoiets doe je niet.'' VNO/NCW-collega Wienand Quaedvlieg zegt: ,,andere landen hebben een duidelijker reflex om het eigenbelang aan de orde te stellen.''

Wint de dominee van de handelaar? Zo eenvoudig is het niet. Nederlandse verzekeraars en banken hebben kansen op een liberalere wereldmarkt voor financiële diensten. Transporteurs verlangen naar soepeler douaneprocedures en consultants hebben belang bij eenvoudige vestigingsprocedures over de grens. In een eventuele nieuwe handelsronde is verdere liberalisering in deze sectoren onderwerp van gesprek. ,,Nederland heeft belang bij een nieuwe ronde als zodanig'', zegt Ybema. ,,We zoeken een oplossing voor het totaal en verdedigen minder afzonderlijke onderdelen.''

Volgens de staatssecretaris biedt deze aanpak het voordeel dat collega's naar hem luisteren. ,,Andere afgevaardigden voeren hier een voorspelbaar betoog over de textiel zus en de vis zo. Daar reageert op een bepaald moment niemand meer op.'' Ybema herkent deze Nederlandse opstelling in die van Zweden en Denemarken.

Belangrijk is dat de belangen van Nederland en ontwikkelingslanden parallel lopen in cruciale dossiers. Dat geldt bijvoorbeeld voor antidumping, het complex van WTO-regels dat moet voorkomen dat bedrijven buiten de landsgrenzen afbraakprijzen hanteren. Ontwikkelingslanden, soms thuishaven van goedkope producenten, willen over dit onderwerp opnieuw onderhandelen, omdat zij menen de Europese Unie en vooral de VS te pas en te onpas grijpen naar het handelsbelemmerende wapen van de antidumpingmaatregel. De VS zijn hier mordicus tegen, maar staan in Doha alleen.

Nederland steunt ontwikkelingslanden op dit punt niet alleen uit solidariteit. ,,Corus [voorheen Hoogovens] heeft grote moeite met antidumpingmaatregelen in de Amerikaanse staalindustrie'', zegt Quaedvlieg. Zelfs Philips, dat veelvuldig procedures heeft gevoerd wegens dumping van elektronicaproducten, heeft volgens de vertegenwoordiger van VNO/NCW belang bij een verduidelijking van de regels. Philips is als exporteur in de Verenigde Staten tegen antidumpingmaatregelen opgelopen.

Ook in het felomstreden landbouwdossier kan Nederland pleiten voor het standpunt van ontwikkelingslanden zonder eigenbelangen te schaden. De exporten van 's werelds minst ontwikkelde landen zijn geconcentreerd in textiel en landbouwproducten als vlees, vis, suiker en granen. Nederland profileert zich als tegenhanger van het protectionistische Frankrijk en wil best praten over afschaffing van landbouwsubsidies en importtarieven.

Laan van Unilever kan de liberale opstelling verklaren. Hij schat dat de Nederlandse landbouw 50 procent van zijn geld verdient in de sierteelt en tuinbouw. Nog eens een kwart van de verdiensten komt uit de varkens- en pluimveehouderij. Volgens Laan zijn deze markten minder afhankelijk van steun uit Brussel dan bijvoorbeeld de rundveehouderij.

In Frankrijk liggen deze verhoudingen anders. De regering vreest daar bovendien dat delen van het Franse platteland zullen verpauperen als de boeren er verdwijnen, een argument dat in Nederland een kleinere rol speelt. ,,Na de confrontatie met milieu- en mestproblemen in de landbouw zoekt Nederland alternatieven voor het gebruik van zijn beperkte ruimte'', zegt Laan.

Dat betekent niet dat een snelle liberalisering van de landbouw aan Nederland pijnloos voorbij zou gaan. Maar achter de brede schouders van Europees handelsgezant Patrick Lamy kan staatssecretaris Ybema veilig pleiten voor radicale stappen. Als de WTO-lidstaten morgenavond hun kaarten definitief op tafel moeten leggen zal de Fransman Nederland tegen zichzelf in bescherming nemen. Vanzelfsprekend uit eigenbelang.