Hockeyers vragen om rust en vaste patronen

Vraagtekens omgeven de Nederlandse hockeyploeg op weg naar het WK in Maleisië. Zoveel werd duidelijk bij het toernooi om de Champions Trophy, waar het elftal gisteren als derde eindigde.

Bijna opgelucht deden de hockeyers gisteren afstand van de titel die vorig jaar de voorbode bleek van het veelbesproken olympische goud in Sydney. Een prijs minder verlicht immers de loden last van het succesvolle verleden die als een molensteen om de nek hangt van de gerenoveerde selectie van bondscoach Joost Bellaart.

In de met veel kunst- en vliegwerk afgedwongen troostfinale stelde zijn ploeg, met nog negen `Sydney'-gangers in de gelederen, de derde plaats veilig door een 5-2 overwinning op het moegestreden Pakistan. Net als in het vorige na-olympische jaar (1997) ging de eindzege bij de jaarlijkse strijd tussen de zes sterkste hockeynaties ter wereld naar Duitsland, dat in de finale het opvallend veerkrachtige Australië met 2-1 terugwees.

Bellaart had vrede met de eindrangschikking, in de wetenschap dat ,,wij niets te zoeken hadden in de finale'' en ,,we het toernooi toch met een positief gevoel afsluiten''. Met de derde plaats voldeden zijn spelers bovendien aan de opdracht die hij hen vooraf had meegegeven. Het was een bescheiden maar realistische doelstelling voor een ploeg, die de afgelopen maanden zoveel kwaliteit heeft moeten inleveren dat elke vergelijking met het verleden mank gaat. Toch overheersten gemengde gevoelens bij Bellaart die ,,had gehoopt dat onze achterstand minder groot zou zijn''. Het tegendeel bleek waar in Rotterdam, waar zijn elftal een wisselvallige indruk maakte.

In een poging het wankelmoedige optreden te verklaren, concludeerde de bondscoach dat zijn ploeg de tol had moeten betalen voor de absentie, afgelopen zomer, bij het sterk bezette toernooi om de Sultan Azlan Shah Cup. ,,We zijn te lang verstoken gebleven van serieuze internationale contacten. Achteraf zeg ik: onverantwoord lang.''

Dat mag de hockeybond zichzelf aanrekenen. Het hooghartige verzoek het zevenlandentoernooi een week uit te stellen werd door de Maleisische organisatie genegeerd. Australië bleek maar wat graag bereid de opengevallen plek in te nemen. Veel woorden wenste Bellaart niet meer vuil te maken aan de gemiste kans. Hij krijgt eind januari een herkansing (zeslandentoernooi) en hield het op ,,een administratieve fout''.

Zij het één met verstrekkende gevolgen. In plaats van zich te meten met de wereldtop en kennis te maken met de WK-voorzieningen in Kuala Lumpur werd de bondscoach afgescheept met wat hij ,,een opportunistische oplossing'' noemde: een testserie tegen Pakistan, een vierlandentoernooi in Hamburg en een paar oefeninterlands. ,,Terwijl dit team gebaat is bij wedstrijden waar iets op het spel staat. Bij gebrek aan automatismen zijn we gedwongen veel te experimenteren, en dat doe je niet op een achterafveldje in België.''

Aan het gegoochel met spelers en posities kwam zaterdag een einde in het afsluitende groepsduel tegen het superieure Duitsland (2-3). Bellaart rondde zijn puzzel af door spelverdeler Jeroen Delmee, net als woensdag in de sterke tweede helft tegen Zuid-Korea (3-2), een linie naar achteren te halen. Als voorstopper zorgde de 28-jarige gangmaker voor rust en evenwicht, zoals hij dat ook deed tijdens de beslissende fase in Sydney.

Niet voor niets liet Bellaart doorschemeren dat zijn voorkeur uitgaat naar Delmee op de voorstopper-positie, met daarachter de van een knie-operatie herstellende veteraan Erik Jazet. ,,Hoezeer ik ook van Jeroen geniet als centrale middenvelder, zeker bij Den Bosch, bij het Nederlands elftal hebben we hem achterin te hard nodig.''

Delmee heeft dus weinig te willen. Al hield de aanvoerder gisteren nog wel een vurig pleidooi voor een rentree op het middenveld. Niets ten nadele van zijn plaatsvervanger Teun de Nooijer, maar: ,,Die heeft een natuurlijke drang naar voren, waardoor op het middenveld regelmatig grote gaten vallen. Bovendien wordt ons spel met hem als mid-mid een beetje eentonig. Teun maakt de acties, gaat naar de achterlijn en daar komt dan al het gevaar vandaan.''

De Nooijer kent die bezwaren. Maar de balvirtuoos die gisteren na een subtiele uithaal met de backhand zijn honderdste interlanddoelpunt maakte, hecht net als Bellaart aan oude zekerheden. ,,Jeroen en Jas hebben al zo vaak samengespeeld in het hart van de defensie dat ze elkaar blindelings weten te vinden. Het zou zonde zijn die ervaring zomaar weg te gooien, juist nu we behoefte hebben aan rust en vaste patronen.''

Het eindeloze geschuif met spelers niet één keer stuurde Bellaart dezelfde elf spelers het veld in leidde in Rotterdam tot onrust en irritatie, temeer omdat de technische staf aanvankelijk een defensieve variant omarmde. Dat pakte in het openingsweekeinde, tegen Pakistan (1-1) en Australië (2-3), verkeerd uit. ,,Het ontbreekt aan vaste automatismen'', verzuchtte de ene na de andere speler de afgelopen dagen. Zorgwekkend is ook het rendement van de strafcorner, het wapen dat zo vaak aan de basis stond van succes. In Rotterdam dwong de ploeg in zes duels 31 korte hoekslagen af. Het leverde slechts vijf treffers op. ,,Geen daverend gemiddelde'', zei Bellaart al halverwege het toernooi.

Vraagtekens omgeven de hockeyers op weg naar het WK in Maleisië, al beweerde Bellaart ,,een stuk wijzer'' te zijn geworden. Tijd lijkt zijn grootste vijand. Slechts 104 dagen resteren voordat de titelverdediger op 24 februari afslaat tegen Nieuw-Zeeland, een dag later gevolgd door een treffen met dark horse Argentinië. ,,Die gaan heel veel mensen pijn doen'', voorspelde Bellaart. Vraag is of datzelfde geldt voor Nederland.

    • Mark Hoogstad