Herbezinning

Met spanning wordt uitgekeken naar de uitspraak van het gerechtshof in Amsterdam in de zaak-Brongersma. Centraal daarin staat de zogeheten `klaar-met-het-leven'-problematiek. De vraag is of deze nog valt te brengen onder de rechtvaardiging van euthanasie. Na te zijn vormgegeven in een hele serie rechterlijke uitspraken vond de strafrechtelijke erkenning van ,,zorgvuldige hulpverlening'' het afgelopen jaar zijn weerslag in een formele wetswijziging. Dat deze wet geen rustig bezit is, blijkt niet alleen uit kritische internationale commentaren, maar ook uit een opmerkelijke ontwikkeling onder Amsterdamse euthanasieconsulenten, waarover deze krant zaterdag berichtte. Juist onder deze voorhoede neemt de weerzin tegen de dood op verzoek toe. Ook elders in het land groeit onder medici het gevoel dat palliatieve zorg (het verzachten van lijden) onvoldoende wordt gebruikt.

Het verdient aantekening dat alternatiefloosheid een van de juridische voorwaarden is voor gerechtvaardigde euthanasie. Eigenlijk zou een verzoek om euthanasie niet moeten worden gehonoreerd als niet eerst goede palliatieve zorg is geboden, verklaarde minister Borst (Volksgezondheid) vijf jaar geleden al tijdens Kameroverleg. Zij gaf toe dat Nederland op dit gebied nog het nodige kon leren van landen als Groot-Brittannië.

Vorig jaar rond deze tijd moesten Kamerleden echter vaststellen dat het nog niet erg wilde vlotten met de palliatieve zorg, ondanks het besef dat deze onontbeerlijk is. Tussen wens en werkelijkheid staan, zoals een afgevaardigde het uitdrukte, ,,strenge financiële regels en immense bureaucratische schotten''. Juist gezien het belang dat de strafwet hecht aan de afwezigheid van alternatieven als rechtvaardiging voor euthanasie, is dat een onduldbare situatie. Met reden tekent minister Borst aan dat ook een goede palliatieve zorg de vraag naar euthanasie nooit compleet zal kunnen voorkomen. Daarvoor zijn de motieven voor verzoeken om een goede dood te verscheiden en te persoonsbepaald.

De palliatieve zorg waarvoor de Amsterdamse artsen nu opeens zo warm lopen heeft ook een keerzijde, waarschuwde een Kamerlid vijf jaar geleden met reden: het risico dat de autonomie van de patiënt wordt opgeofferd aan diens (verplegende en helpende) omgeving. Hulpverleners hebben het volste recht op een eigen afweging. Maar de centrale opgave ook van de nieuwe euthanasiewet blijft het individuele zelfbeschikkingsrecht van de lijdende mens.