Glimlach als camouflage

Het bestaan zou leeg zijn zonder schaatsen. Zonder Ids, Rintje, Gianni, Marianne en Tonny zou het leven van een sportliefhebber in donkere winterse dagen niets te bieden hebben. Alsof mannen en vrouwen die zich hebben voorgenomen waar ook ter wereld om het hardst te schaatsen, de zondagse leegten in het drukke bestaan kunnen opvullen. Alsof het ergens toe leidt, dat we aan de beeldbuis gekluisterd hopen dat ze snelle rondetijden realiseren, records breken en titels veroveren. Alsof opwinding over schaatsen gezond is.

Onvermijdelijk word je weleens gebiologeerd door een schaatser. Dan ontkomt geen enkel zintuig aan de prikkelende signalen die vanaf het beeldscherm en vooral door de commentator worden afgevuurd. Blijf maar eens cool, calm and collected wanneer Frank Snoeks ter aanvulling zijn collega Ria Visser overschreeuwt als Tonny de Jong over de baan vliegt. Want lieve Ria mag dan als voormalig kampioene het ijsgevoel met lieve Tonny kunnen delen, tegen de beleving van de opgewonden Frank kan ze niet op. Het is dan alsof Frank iets met Tonny heeft gehad of nog wil hebben.

Dan is Tonny geen Marianne, met wie Frank iets tijdens de Winterspelen in 1996 had. `Timmertje, Timmertje, Timmertje wat doe je nou?', schijnt hij geroepen te hebben toen Marianne goud na goud veroverde. Op Tonny reageert Frank doorgaans ietsje koeler en afstandelijker. Hetgeen vanuit het mannelijk perspectief te begrijpen valt. Want wie kan schaatsminnende mannen zo prikkelen als Marianne? Maar wanneer Tonny, het Friese meisje uit Scharsterbrug, over het ijs danst op weg naar weer een record en weer een titel, kunnen weinigen net als Frank doen alsof ze niet worden geraakt.

In het land van Marianne is Tonny de ongekroonde koningin. Hoewel ook zij door Mariannes mooie prins Peter Mueller eens is betoverd, blijft zij nuchter. Ook Peter, de man die schaatsers en schaatsters opwindt met zijn toversleutel tot ze er uitgeput bij neervallen, kreeg even greep op Tonny. Maar toen hij haar publiekelijk liet vallen, omdat zij zowaar niet ontvankelijk bleek voor zijn Amerikaanse beleving, raakte vlinderachtige Tonny vleugellam. Friese Tonny is een meisje dat zich niet laat dwingen. Alleen liefde en respect doen haar sneller glijden.

Ze is het miskende schaatstalent van Friesland en omstreken. Misschien omdat ze een inmiddels 27-jarige vrouw van weinigzeggende woorden is, misschien omdat ze geen diva is. Maar wie in 1997 Friesland en omstreken de eerste Europese titel sinds Atje Keulen in 1974 bezorgde en twee jaar later nog eens Europees kampioen werd, spreekt zelfs mensen die zelden opgewonden raken van schaatsers tot de verbeelding. Ze grossiert intussen in nationale titels op zowat alle afstanden, ze rijdt over het ijs alsof het haar geen enkele moeite kost en zegt na afloop doodleuk `dat het wel lekker ging'. Dat is alles. Zo'n jonge vrouw dient gekoesterd te worden als een zeldzame vrouw en dient overladen te worden met zoenen, al was het alleen maar omdat ze gewoon blijft en geen ster wil zijn in de terugkerende wintersoap van kijvende schaatsers, schaatscoaches en schaatsbestuurders.

Ze lijkt een lief meisje, zonder grote woorden. Maar als ze haar electrische gitaar pakt, komt ze los. Dan schreeuwt ze dat ze trots is op haar vader die de Elfstedentocht volbracht toen haar held Evert van Benthem hem in 1986 won. Dan zou ze haar gitaar willen laten galmen. Want pas op: zo lieftallig als ze over het ijs lijkt te vlinderen, zo hard kan ze van binnen zijn. Van binnen zoekt ze het avontuur, daar gaat ze tot het uiterste, van het ene naar het andere record, van titel naar titel. De glimlach is slechts camouflage.

    • Guus van Holland