De Grave hield krijgsmacht te kort

De inzetbaarheid van de krijgsmacht zoals minister De Grave die achterlaat wordt bedreigd. Allereerst door gebrek aan personeel. In zijn bewindsperiode is de situatie dramatisch verslechterd. Dit kan men niet afdoen als een onvermijdelijk gevolg van de economische bloei. De minister is verantwoordelijk voor inzetbare strijdkrachten en daarvoor moet hij maatregelen treffen. Dat is onvoldoende gebeurd. Erger, soms heeft hij de problemen mede veroorzaakt.

Toen De Grave in 1998 aantrad heeft hij, terwijl de gevolgen van een vorige bezuiniging nog niet waren verwerkt, een bezuiniging op het defensiebudget van structureel 375 miljoen gulden per jaar geaccepteerd. Hij heeft dat voor een groot deel op personeelszaken verhaald, zoals door het verkorten van opleidingen. Het gevolg was een te hoge uitval. Inmiddels wijs geworden is het gros van die maatregelen teruggedraaid, maar het kwaad was geschied.

Verder zijn veel materieelinvesteringen uitgesteld. Het investeringspercentage voor nieuw materieel voor de landmacht voor 2002 is bijvoorbeeld maar 16,4 procent, terwijl door de vele uitzendingen het materieel aan grote slijtage onderhevig is. Voor een moderne materieelintensieve krijgsmacht is een jaarlijkse investeringsquote, inbegrepen de infrastructuur, van 28-30 procent noodzakelijk om de kwaliteit van de krijgsmacht te verzekeren. Volgens de plannen van De Grave schommelt dit percentage de komende tien jaar slechts rond de 20 procent. Dat verschil is veel te groot; voor de komende regeerperioden ligt er nu een bedreigende veroudering van het materieel en de infrastructuur.

Ten slotte is in de exploitatie geknepen. Op veel plaatsen in de krijgsmacht bestaat achterstand als gevolg van geldgebrek. Daar komen nu gevolgen van de manifest geworden terroristische dreiging bij. In december komt de door de minister benoemde taakgroep met een rapport op dit punt. De aanpassingen zullen niet groot zijn, voorspelt de minister. De krijgsmacht zal echter ten minste de beveiliging van het eigen bedrijf moeten vergroten. Daarnaast zullen de bijzondere bijstandseenheden en de inlichtingendiensten moeten worden versterkt. Dat alles kost geld. De Grave heeft echter al weer in de Kamer laten weten dat hij niet bereid is ,,nu direct om extra geld te vragen''.

Het is goed, zowel voor de strijdkrachten als voor de minister, als deze de krijgsmacht uit de politieke schermutselingen weet te houden. Dat is De Grave gelukt. Het is een andere zaak ook de noden van de krijgsmacht te onderkennen, die politiek te etaleren en de rekening te durven presenteren. Dat is niet gelukt. Hier blijken de belangen van de minister en de krijgsmacht niet parallel te lopen en hier verliest derhalve de krijgsmacht.

Ook de politieke beslissingen over het gebruik van de krijgsmacht schoten deze regeerperiode tekort. Het gehannes vorig jaar om `een halfjaartje Eritrea' te doen was, ook uit internationaal perspectief, een gênante vertoning. Dat cumuleerde in de overbodige uitzending van Apache-gevechtshelikopters. Het was politiek opportunisme pur sang.

En nu, met de eindstreep in zicht, kwam plotseling het probleem van de bijdrage aan de Amerikaanse poging het terrorisme te bestrijden. Hier dreigde een probleem voor de minister. Niet reageren zou internationaal verkeerd vallen maar, wat zeker zo zwaar weegt, ook bij een deel van het electoraat. Maar wel substantieel meedoen houdt weer andere politieke risico's in. En niemand weet nog voor welke problemen de Amerikanen komen te staan. Die kunnen de Nederlandse regering en de minister van Defensie nog in grote politieke verlegenheid brengen.

Een list was geboden en dus kwam Nederland met een getalsmatig ruim aanbod met nauwelijks inhoud. Wie zit nu in Amerika op de Nederlandse marine te wachten? In mindere mate geldt dat ook voor de gekozen luchtmachtbijdrage. Bovendien werd op beschamende wijze herhaald dat het Nederlandse contingent niet betrokken zal worden bij de daadwerkelijke strijd in Afghanistan. Amerika zal blij zijn met zo'n bondgenoot. Nooit was de Nederlandse politiek zo benauwd.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de landmacht.

    • J. Schaberg