Bin Laden heeft de wereld voorlopig verenigd

Op de Algemene Vergadering van de VN steunt iedereen de strijd tegen terrorisme. Alleen gaapt er nog een kloof over de definitie van terrorisme.

President Bush zal na zijn weekeindbezoek aan de Verenigde Naties tevreden zijn over z'n debuut in de familie der volkeren. Zijn koersbepalende toespraak over de strijd tegen het terrorisme tijdens het `algemene debat' van de Algemene Vergadering van de VN, uitgesteld na de aanslagen in Amerika, viel volgens VN-diplomaten goed als ,,harde en positieve boodschap''. De internationale coalitie tegen het terrorisme bleek in New York solide, waardoor Bush de nodige speelruimte houdt bij de aanval op Afghanistan.

En op het vlak van reputatiemanagement stapte de president over zijn eigen schaduw heen door zich te profileren als een multilateralist, een metamorfose die volgens diplomaten onderstreepte hoe de wereld na 11 september is veranderd. Zonder de aanslagen had Bush' bezoek aan de VN een heel andere toon gekregen, met vers in het geheugen alle twisten over klimaatbeheersing, raketschild en andere eenzijdige Amerikaanse stappen én alle stereotypen over hemzelf als onbereisde Texaan, onder wiens leiding Amerika zich zou afkeren van de wereld.

Natuurlijk, zijn mimiek was zaterdag tijdens zijn toespraak nog steeds weinig presidentieel met losse grijnslachjes, een toffe-jongens-onder-mekaar-blik die je eerder verwacht in een baseball-stadion dan in het VN-parlement. Maar belangrijker, Bush gaf aan dat zijn kompas nu richting wereld staat. Hij vermeed eerdere, op Amerika gerichte cowboy-retoriek over het uitroken van Bin Laden en deed als het ware als gemotiveerd familielid een beroep op de rest.

,,Ze hebben onze secretaris-generaal een crimineel genoemd en veroordeelden alle Arabische landen hier als verraders van de islam'', zei Bush verontwaardigd over een videotape van Osama bin Laden. ,,Een paar mijl hier vandaan liggen nog steeds duizenden in een graf van puin'', zei hij over het World Trade Center. Alleen al het opnoemen van alle doden uit 86 verschillende landen en regio's ,,zou meer dan drie uur kosten''. Bush lichtte er drie slachtoffers uit Gambia, Mexico en Pakistan uit.

Hij gebruikte zijn rede als bindmiddel door de oorlog tegen Bin Laden en de strijd tegen terrorisme als belangen van de hele wereld te presenteren. Elk land is ,,een potentieel doelwit''. Scherper dan voorheen verwoordde hij zijn stelling, door medewerkers de Bush Doctrine genoemd, dat de landen die terroristen onderdak verlenen, en de terroristen zelf één pot nat zijn: ,,De bondgenoten van terreur zijn net zo schuldig aan moord en net zo goed verantwoording schuldig aan de rechter.'' En dezelfde man, die als presidentskandidaat nog Clintons beleid van `nation building' in verre oorden had gehekeld, zei nu: ,,De Verenigde Staten zullen nauw samenwerken met de Verenigde Naties en ontwikkelingsbanken om Afghanistan weer op te bouwen.''

Om de moslimlanden tevreden te stellen, bepleitte Bush preciezer dan voorheen de oprichting van een Palestijnse staat. Hij gebruikte voor het eerst de naam die Arabieren zelf hanteren: ,,Wij werken toe naar de dag dat twee staten – Israël en Palestina – vreedzaam samenleven binnen veilige en erkende grenzen.''

Vaak heeft de massa toespraken tijdens deze jaarmarkt voor wereldleiders een ongericht karakter door de uiteenlopende thema's, maar dit keer niet. Alle leiders onderstreepten dit weekeinde hun afkeer van de aanslagen van 11 september en hun steun aan de strijd tegen het terrorisme. President Khatami van Iran, hoog op de Amerikaanse lijst van `schurkenstaten', veroordeelde de ,,wrede en gruwelijke'' aanslagen. Ze zijn het werk van ,,een sekte van fanatici die hun oren en tongen hadden verminkt, en alleen konden communiceren met hun zogenaamde tegenstanders door slachting en verwoesting''. Khatami zei dat de aanslagen de volkeren van Iran en de VS dichterbij elkaar hadden gebracht.

Ook de Pakistaanse president Musharraf, belangrijk bondgenoot van Amerika in de oorlog in Afghanistan en dit weekeinde opnieuw daarvoor beloond met financiële steun, zag ,,een nieuw tijdperk in de relatie tussen Pakistan en de VS'' gloren. Tegelijkertijd waren Khatami en Musharraf kritisch over de Amerikaanse aanval op Afghanistan. ,,Het gevoel van een noodzaak tot wraak gekoppeld aan een misplaatst machtsgevoel kan leiden tot een mislukking om de oproepen te horen van mensen van goede wil of schreeuwen van kinderen, vrouwen en ouderen in Afghanistan'', zei Khatami. Musharraf adviseerde de VS een alternatieve strategie te ontwikkelen voor als de militaire aanpak faalt.

Veel leiders van ontwikkelingslanden onderstreepten dat armoede een voedingsbodem is voor terrorisme. Negen Latijns-Amerikaanse presidenten zeiden ervaringen te hebben met terrorisme, onder wie Pastrana van Colombia die zelf slachtoffer van ontvoeringen is geweest.

Binnen de VN gaapt wel een kloof over de definitie van terrorisme. Wat voor de één een terrorist is, is voor de ander een vrijheidsstrijder. Moslim- en ontwikkelingslanden zeiden dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen aanvallen tegen onschuldige mensen en gerechtvaardigd verzet tegen de Israëlische bezetting, door Syrië de ,,ergste vorm van terrorisme'' genoemd. Premier Vajpayee van India, dat de separatisten in Kashmir als terroristen beschouwt, wees ,,elke ideologische, politieke en religieuze rechtvaardiging voor terrorisme'' van de hand.

Binnen de VN bestaat wel overeenstemming dat geen enkel land meer vrij is van terroristische dreiging en die alleen kan bestrijden. Zo bezien heeft Bin Laden een zware taxatiefout gemaakt op 11 september: hij heeft de wereld voorlopig meer verenigd dan verdeeld.