`Waarom haten ze ons zo erg?'

Arabische Amerikanen hebben het sinds 11 september moeilijk, nog moeilijker dan na eerder de aanslag in Oklahoma die uiteindelijk niet door een Arabier bleek te zijn gepleegd.

Het is een heuse anti-oorlogsmars. De spandoeken zijn klein, de belangstelling van het publiek is beperkt. Werkend Chicago wil naar huis. Eenmaal aangekomen in de presbyteriaanse kerk in het centrum, ingebouwd tussen het neoklassieke stadhuis en glazen kantoorkolossen, luchten ongeveer 300 demonstranten hun hart.

Zo verschillend als hun achtergrond is, deze inwoners van de metropool aan Lake Michigan delen een krachtig sentiment tegen de bombardementen op Afghanistan én de bedreiging van de burgerlijke vrijheden binnen de Verenigde Staten. ,,Minister Ashcroft van Justitie mag door de oorlogswetgeving nu doen wat hij altijd al wilde. Dat zal voor velen in dit land ingrijpende gevolgen hebben'', voorspelt een felle juriste. ,,Met antrax-waarschuwingen maken zij ons zo bang dat wij geen vragen meer stellen over al die mensen die worden vastgehouden zonder ergens van te zijn beschuldigd. Dat hopen ze althans.''

De organiserende quakers en peaceniks zien in de manifestatie het begin van een protestbeweging tegen Amerika's `Oorlog tegen het Kwaad'. De vice-voorzitter van het Arab American Action network uit zuidwest-Chicago laat beelden van Al Jazira zien, de tv-zender uit Qatar die in Afghanistan meer burger-slachtoffers filmt dan wie ook. Een Afrikaans-Amerikaanse dominee fulmineert oreert tegen het hegemonistisch denken in Amerika's buitenlandse politiek. De aanwezigen kennen het refrein. Tot nu toe is één lid van het Congres in Washington het met hen eens.

Begin december volgt weer een manifestatie voor de vrede. Chicago, de grootste smeltkroes van de Verenigde Staten, heeft relatief veel inwoners die door hun afkomst weten hoe in andere delen van de wereld wordt gedacht. De talrijke Mexicanen in de stad houden zich vrij koest; het lijkt of zij eerst willen bewijzen goede nieuwe Amerikanen te zijn. Wie uit Europa of Azië stamt heeft extra zintuigen voor andere culturen.

De Arabisch-Amerikaanse gemeenschap is hier het meest geraakt door `11 september'. De helft van de naar schatting 300.000 leden van deze bevolkingsgroep komt uit Palestina. Ook daar zijn christenen onder om het beeld ingewikkeld te houden. De stad heeft 40 moskeeën en 500 Arabische restaurants. Dat maakt de Arabisch-Amerikanen heel zichtbaar en kwetsbaar als groep, die zij maar ten dele zijn.

Direct na `911' was er een woedende mars op de moskee van Bridgeview, een sterk Arabische voorstad van Chicago. De politie kon door tijdig ingrijpen een confrontatie voorkomen, maar `s nachts is de moskee alsnog geplunderd, ondanks een uit solidariteit geboren ordedienst van niet-moslims uit de buurt.

Ali Abunimah van het Arab American Action Network kreeg per email tien keer zo veel boodschappen van steun als haat-post. Hij heeft de bedreigingen met dood en verderf aan de politie gemeld. Dat beschouwde hij als een burgerrecht. ,,Na de bomaanslag in Oklahoma in 1995 wees iedereen ons Arabieren als schuldigen aan, politici deden het, de media, iedereen. Niemand steunde ons. Tot bleek dat Timothy McVeigh het had gedaan. Na de ontploffing van het TWA-vliegtuig in '96 was het van hetzelfde laken een pak. Deze keer was de tragedie groter, en de terugslag ook er zijn zeker vijf mensen in Amerika vermoord omdat zij er Arabisch uitzagen. Maar de media en de politiek had kennelijk toch een les geleerd. Men was veel voorzichtiger. Bush bezocht snel een islamitisch centrum in Washington. Een week na de aanslagen organiseerde senator Dick Durbin hier in Chicago een persconferentie met Arabisch Amerikaanse leiders. Dat waren belangrijke tekenen van vooruitgang.''

Het is deze maand voor de tweede keer Arab American Heritage Month. De zwarte, latino- en homoseksuele Amerikanen hebben ieder jaar ook zo'n maand voor feest en overdenking. President Bush steunt sommige daarvan als hem dat uitkomt. Maar de Arabische maand is in Chicago in een kussen van stilzwijgen gesmoord.

Widad Albassam, kunstenares en voorzitster van de Arabisch Amerikaanse Kunstraad, kon van de Arabische filmweek bij het eerbiedwaardige museum van de stad, het Chicago Arts Institute, met moeite twee films redden. De agenda zat opeens vol. Veel andere bijeenkomsten moesten worden afgelast niemand wilde iets te maken hebben met `deze mensen'.

,,Ik heb van de nood een deugd gemaakt,'' zegt Albassam. ,,Het is nu geen tijd voor muziek en dans. Het is belangrijker te zorgen dat de mensen hier enige notie krijgen van de Arabische cultuur en van de gevolgen van hun eigen buitenlandse politiek. Ik moet ook goed opgeleide mensen eindeloos antwoorden op de vraag: `Why do they hate us so much?' Dat is schokkend. Zijn zij zich dan helemaal niet bewust van de dubbele rechtvaardigheids-standaarden die zij in binnen- en buitenland toepassen? De Verenigde Staten hebben niet de schuld van alle problemen in het Midden-Oosten, maar wij zijn slachtoffers. De Israëlische bezetting van Palestina drukt mij als Saoediër even zwaar als wanneer ik Palestijnse was. Ik ben een Arabische burger. Het is een kwestie van gedeelde wanhoop. Amerikanen zien dat niet. Die beschouwen Israël als een stukje land.''

Hoe kan zij in Amerika blijven wonen als zij dit zo sterk voelt? Widad Albassam: ,,Het verscheurt me. Maar het is ook mijn taak. Ik moet dit werk hier doen. Juist nu veel Amerikanen een beetje wakker worden. Moet je ze zien kijken als ik vertel dat Frank Zappa oorspronkelijk uit Libanon komt.''