Vrijmetselaars 4

De brief van Johan Voorberg (W&O, 13 oktober) in reactie op het stuk over de vrijmetselarij (6 oktober) is weinig onderbouwd. Hij komt immers met een van-horen-zeggen-verhaal, waarvan de door hem gesuggereerde verteller overleden is.

Het is geen geheim dat vrijmetselaars in de Nederlandse samenleving een rol hebben gespeeld. Dat is ook te lezen in het onlangs verschenen `Vrijmetselarij en Charitas'. Het is ook geen geheim dat vrijmetselaars in de politiek een rol hebben gespeeld. Daarover verschijnt volgend jaar een boek van prof. H.J. Vonhoff en mij. Ook de door Voorberg gesignaleerde Van Diggelen was een vrijmetselaar die in de politiek een rol speelde. Eén van de Negenmannen van Thorbecke was een vrijmetselaar. En aan het einde van de 19de eeuw zaten er vrijmetselaars in de Kamerfracties van de sociaal-democraten en de verschillende liberale groeperingen.

Vrijmetselaars van dezelfde politieke richting zullen zeker contact met elkaar hebben gehad, zoals ze dat met beroeps- en streek- of stadgenoten en kerkgenoten ook wel gehad hebben. Maar waarom met een van-horen-zeggen-verhaal als dat van Voorberg nu aangetoond zou zijn dat `de vrijmetselarij op landelijk niveau' invloed zou hebben gehad, is een volstrekt raadsel. Dit te meer, omdat de Orde van Vrijmetselarij juist geen hiërarchische structuur heeft en de loges een grote autonomie hebben.

De enige mij bekende gelegenheid dat er van een politieke invloed sprake zou zijn, was, toen de vrijmetselaar Falck na de Franse Tijd als Secretaris van Staat probeerde de organisatie van de Orde van Vrijmetselaren zo te herstructuren dat zij kon bijdragen aan de eenwording van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden in het nieuw gevormde koninkrijk. En die poging is mislukt.

    • Dr. Joh.S. Wijne