Val van Mazar kan keerpunt zijn in oorlog

De gemelde val van Mazar-i-Sharif, na bijna vijf weken van zware Amerikaanse bombardementen, betekent een grote strategische doorbraak voor de Afghaanse Noordelijke Alliantie.

De herovering van de belangrijke stad Mazar-i-Sharif in het noorden van Afghanistan door de oppositionele Noordelijke Alliantie zou een keerpunt kunnen zijn in de oorlog tegen het streng-islamitische bewind van de Talibaan.

Vooral voor generaal Abdul Rashid Dostam, een Afghaanse krijgsheer van Oezbeekse komaf en een van de leiders van de Noordelijke Alliantie, is de herovering van de stad, als deze van onafhankelijke zijde wordt bevestigd, een belangrijk wapenfeit. Hij moest de voornaamste stad (zo'n 110.000 inwoners) in het noorden van Afghanistan, die hij het grootste deel van de jaren '80 en '90 onder zijn controle had, in het recente verleden een paar keer smadelijk ontvluchten.

De herovering van de strategisch gelegen stad door anti-Talibaan-strijdkrachten zou betekenen dat de Talibaan in het noorden van Afghanistan zijn afgesneden van de rest van het land. Zij kunnen niet meer over land worden bevoorraad. Omgekeerd creëren de strijders van de Noordelijke Alliantie met de inname van de stad – vlak voor het invallen van de strenge winter - een aanvoerroute over land. Vanuit het buurland Oezbekistan kunnen de Amerikanen de alliantie voorzien van wapens, munitie, voedsel en kleding.

Verder zou met de verovering van de stad het begin van een landroute worden geopend naar de Afghaanse hoofdstad Kabul en naar Herat, de grootste stad in het westen van Afghanistan.

Ook zou de inname van Mazar-i-Sharif een doorbraak betekenen voor de Amerikaanse luchtmacht. De stad heeft het enige vliegveld van betekenis in het noorden van Afghanistan. Na reparatie van de landingsbaan zouden de Amerikanen het vliegveld kunnen gebruiken voor verdere luchtacties in de rest van Afghanistan en voor humanitaire doeleinden. Daarnaast is de psychologische invloed van de val van een historische stad als Mazar-i-Sharif groot.

Mazar-i-Sharif geniet grote faam wegens een oogverblindend mooie tombe van Hazrat Ali, een neef en schoonzoon van de profeet Mohammed, die tevens de stichter was van de shi'itische richting binnen de islam. Het is overigens de vraag of Ali hier werkelijk ligt begraven. Vrij algemeen wordt ervan uitgegaan dat zijn laatste rustplaats zich in werkelijkheid in Irak bevindt, waar hij in 661 bij een slag het leven verloor. Niettemin is Mazar-i-Sharif al eeuwenlang een voornaam pelgrimscentrum voor shi'itische èn sunnitische moslims.

Mazar-i-Sharif is een stad die vooral wordt bewoond door etnische Oezbeken en Tadzjieken die niets van de Talibaan moeten hebben. De stad is veel moderner dan bij voorbeeld Kandahar, het conservatieve bolwerk van de Talibaan in het zuiden. Ze deed voor de komst van de Talibaan enigszins denken aan steden in de naburige voormalige Sovjet-republieken.

De stad is de afgelopen jaren verscheidene malen veroverd en heroverd door de strijdende partijen in Afghanistan. De machtswisseling ging doorgaans gepaard met veel gruweldaden over en weer.

Generaal Dostam, een voormalige arbeider in een kunstmestfabriek, speelt een belangrijke rol in de recente geschiedenis van de stad. Sinds het midden van de jaren '80, toen hij zich als een strijdbare bondgenoot van de Russen had ontpopte, maakte hij er min of meer de dienst uit. In 1992 was hij het echter ook die het communistische bewind van president Najibullah in Kabul de nekslag gaf door zich bij de – onlangs vermoorde – Tadzjiekse krijgsheer Ahmed Shah Massoud aan te sluiten. Even zo makkelijk koos hij later weer partij tegen Massoud.

Het verhaal gaat dat Dostam zijn belangrijkste rivaal, Ghulan Rasul Pahlawan, uit de weg liet ruimen. Diens broer, Abdul Malik Pahlawan, nam wraak op Dostam door zich in mei 1997 bij de Talibaan aan te sluiten. Dat stelde de strijders van de Talibaan in staat Mazar-i-Sharif in te nemen. Maar al na drie dagen werden ze verdreven nadat Malik zich plotseling weer tegen de Talibaan had gekeerd. Bij die machtswisseling werden duizenden Talibaan-strijders gedood. Anderhalf jaar later, bij hun herovering van Mazar, namen de Talibaan wraak.

Vier- tot vijfduizend burgers van Mazar-i-Sharif werden in augustus 1998 gedood door Talibaanstrijders, zo schreef de Zuid-Koreaanse rapporteur voor de Verenigde Naties, Choong-Hyun Paik, in een rapport. De Talibaan-soldaten hielden volgens hem zes dagen lang huis, waarbij minderheden, vrouwen en kinderen werden gemarteld en geëxecuteerd op straat en in hun huizen. Meer dan honderd mensen kwamen om door verstikking doordat zij in metalen containers waren gestopt en urenlang aan de hitte van de zon werden blootgesteld, aldus de rapportage van Paik.

In Mazar werden rond die tijd ook tien Iraanse diplomaten en een Iraanse journalist vermoord door Talibaan-milities. Die moorden leidden bijna tot een oorlog tussen het overwegend shi'itische Iran en de sunnitische Talibaan. De gemoederen liepen zeer hoog op in Teheran: het `dood aan de Talibaan!' klonk luider dan het gebruikelijke `Dood aan Amerika!'. Maar het leiderschap besefte uiteindelijk dat een oorlog in het onherbergzame Afghanistan desastreus voor de Islamitische Republiek zou kunnen aflopen. Met de onderlinge relaties is het overigens nooit meer goedgekomen. Iran is een van de steunpilaren van de Noordelijke Alliantie.

Generaal Dostam beidde intussen zijn tijd in Turkije, een land dat hij zeer bewondert wegens zijn seculiere traditie en zijn sterke rol voor het leger. Hij zei gisteren dat Mazar-i-Sharif in niet meer dan anderhalf uur in zijn handen viel.

    • Rob Schoof
    • Floris van Straaten