Utrechtse serieverkrachter is ongrijpbaar type

Ongeveer 75 rechercheurs zijn op zoek naar de Utrechtse serieverkrachter. Er zijn 625 tips binnen.

Op de eerste verdieping van het politiebureau aan de Briljantlaan in Utrecht is de commandopost van het recherchebijstandteam gevestigd. Hier zitten de 75 rechercheurs die het raadsel van de ontwaakte serieverkrachter moeten oplossen. Er staan twintig stoeltjes met een uitklaptafeltje. Hier deelt algemeen commandant Martin van Bochoven elke ochtend de taken uit. Aan de tactische divisie en de technisch coördinator. De vragen blijven elementair: Hoe gaan we de dader pakken? En wat voor middelen zetten we in om zijn sporen (schoenzoolprofielen, een hobbymes, DNA) te onderzoeken?

Een informatiedivisie van zestien rechercheurs verwerkt de 625 binnengekomen tips. Wat interessant is, wordt doorgespeeld aan de tactisch coördinator. ,,Mensen denken vaak dat ze de gouden tip hebben'', zegt politiewoordvoerder Thomas Aling. ,,Dat gebeurt zelden, meestal zijn er vijf tips die dezelfde kant opwijzen.'' Volgens officier van justitie Bob Steensma, formeel leider van het onderzoek, heerst er een strikte commandostructuur bij de recherche. Iedereen legt volgens een bedrijfsmatige aanpak verantwoording af aan zijn meerdere. Steensma: ,,Dat is nodig als je zoveel agenten de straat opstuurt om informatie in te winnen.''

De vraag is: hoe zoek je met zo'n strak apparaat de dader? De agenten verspreiden zich, volgens een betrokkene, over het gebied van Groenekan, ten noordoosten van Utrecht, tot Houten, ten zuiden. Ze zijn `onzichtbaar aanwezig'. Letterlijk verstopt in de bossen of in burger wandelend op donkere paden. Tegelijkertijd moeten politiebusjes voorkomen dat de serieverkrachter andermaal toeslaat.

Omdat de serieverkrachter een groot aantal delicten na elkaar pleegde op verschillende plekken, heeft een buurtonderzoek of een passantenonderzoek niet veel zin, volgens Steensma. ,,Dat werkte goed bij de oplossing van de moord op Yasmina Habchi vorig jaar. In dit geval moet je je richten op de verschillen en overeenkomsten tussen de verkrachtingen. We hebben daarvoor de hulp ingeroepen van deskundigen die bij vergelijkbare zedenzaken betrokken waren.''

Inmiddels is aan zo'n 125 mannen gevraagd DNA af te staan. Ze wonen in de regio of zijn er gesignaleerd, ze voldoen aan het profiel van de dader, ze hebben vaker een zedenmisdrijf gepleegd of ze zijn genoemd in een tip. Tot de zes mannen die de politie kort geleden benaderde, hoort thrillerauteur Gerhard Hormann. Rechercheur Gerrit Valkhof nodigde hem uit voor een gesprek. Hormann verwachtte dat het over zijn in 1999 verschenen boek Dubbelbedrog zou gaan, waarin hij de drijfveren van de Utrechtse serieverkrachter beschrijft. Het bleek een verhoor.

Valkhof en zijn collega lieten een portret van de schrijver uit De Telegraaf zien. Daarnaast hielden ze de compositietekening van de dader. De afstand tussen de ogen van beide mannen zou even groot zijn, zo suggereerde de rechercheur. ,,Ik lijk absoluut niet op die man'', zegt Hormann. ,,Hij vroeg of ik DNA wilde afstaan. Of ik getrouwd was, kinderen had. Hij deed vriendelijk, maar je kon zien dat het geen grapje was.'' Het leek Hormann, die bereid is wangslijm af te staan, een wanhoopsoffensief. ,,Ik kreeg die middag niet de indruk van een gerichte actie. We zaten daar in het decor van een slechte Net5-thriller. Ik dacht: ze zijn het spoor kwijt.''

    • Jutta Chorus