`Strijd tegen terreur geen vrijbrief voor repressie Oejgoeren'

De internationale strijd tegen het terrorisme mag niet als vrijbrief dienen voor onderdrukking van minderheden in China. Die boodschap heeft de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties, Mary Robinson, deze week overgebracht aan de Chinese autoriteiten. Ze verklaarde gisteren in Peking dat ze in haar ontmoeting met de Chinese president Jiang Zemin bezorgdheid heeft uitgesproken over Pekings optreden tegen Oeigoerse moslims in de noordwestelijke provincie Xinjiang. Een aantal van hen streeft naar afsplitsing van China en naar het omvormen van Xinjiang tot de onafhankelijke staat Oost-Turkestan.

Robinson, die gisteren haar tweedaagse bezoek aan Peking afrondde, sprak tijdens een persconferentie van een ,,aanzienlijke toename'' in het aantal klachten over buitenrechtelijke executies, martelingen en mishandeling van Oejgoeren sinds de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten. Ze citeerde ook de Chinese vice-premier Qian Qichen, die haar gezegd heeft dat Peking wel een duidelijk onderscheid maakt tussen China's 10 miljoen leden tellende moslimbevolking en zo'n duizend militanten die volgens Qian door Bin Laden of zijn Al-Qaedanetwerk zijn opgeleid.

Een ander centraal onderwerp van bespreking vormde de slepende kwestie rond het bezoek van een speciale VN-rapporteur inzake martelingen aan China. China heeft eerder gezegd dat het bereid is om over de voorwaarden van een dergelijk bezoek te spreken, maar het land heeft geen contact gezocht met de huidige speciale rapporteur, de Britse jurist Sir Nigel Rodley. Rodley wil al sinds 1996 een bezoek aan China brengen, maar Peking weigert om hem toe te laten tot de gevangenissen van zijn keuze en staat hem geen privé-interviews met gedetineerden toe. Rodleys termijn als speciale rapporteur loopt af op 22 november. ,,Daarom heb ik er sterk op aangedrongen dat er snel een definitieve datum wordt vastgesteld, en mij is verzekerd dat dat ook gebeurt.'' Sommige diplomaten speculeren echter dat China een bezoek pas zal toestaan nadat de huidige rapporteur is afgetreden. China zou hopen dat zijn opvolger een flexibeler standpunt zal innemen voor wat betreft de voorwaarden waaronder een dergelijk bezoek kan plaatshebben.