Sterke economie, zwakke beurs

In het derde kwartaal kromp de Amerikaanse economie en kwam de groei in Europa praktisch tot stilstand. Binnen Europa sprong Nederland er gunstig uit. Maar de prestatie van de Amsterdamse beurs weerspiegelt dat beeld niet.

Was het niet zo dat de kracht van de economie van een land goeddeels wordt bepaald door de bedrijven die er gevestigd zijn? En verklaarde dat ook niet waarom er op de beurzen van sterk groeiende economieën de beste rendementen te behalen zijn?

Hoe kan het dan dat in Amerika, waar de economie in het derde kwartaal – mede door de aanslagen van 11 september in New York – kromp, de aandelenkoersen zich geheel hebben hersteld van de krach na die aanvallen, terwijl in Nederland, waar de economie nog steeds 1,5 procent op jaarbasis groeit, aandelen veel minder terugveerden? En ook zo vreemd: waarom konden aandelen van Europese bedrijven gemiddeld meer herstellen na het dieptepunt in september dan Nederlandse aandelen, terwijl de economische groei in continentaal Europa toch ook bijna stilviel in het derde kwartaal?

Vroeger was voor beleggers het land waarin een bedrijf gevestigd was belangrijk om al dan niet in die onderneming te beleggen. Beleggers vonden dat de koers van een individueel aandeel vaak meer correleert met de beurs waaraan het genoteerd is, dan met de winstgevendheid van de onderneming. Dat was ook het logica achter het bestaan van beleggingsfondsen die zich op een bepaald land of regio toespitsen. En de basis van de gedachte dat, als je in een aandelenportefeuille je risico's wilde spreiden, je er op moest letten dat je aandelenbezit goed over de wereld was gespreid. ,,Het gaat nooit overal tegelijk slecht'' was het gevleugelde woord van beleggingsadviseurs.

Sinds de introductie van de euro op de kapitaalmarkten, drie jaar geleden, is daarin wel veel veranderd. Men maakt nu vooral onderscheid naar sectoren, bedrijfstakken dus. De wereldeconomie wordt nu meer als een geheel gezien en de beurs waar een bedrijf genoteerd is, wordt nu veel minder relevant geworden. Maar minder relevant is niet hetzelfde als een negatief verband. En dát is wat er op dit moment speelt.

De neiging is groot om te denken dat psychologie een rol speelt in de beleggersreactie op de aanslagen in New York. Zou het niet zo zijn dat de scherpere daling van de Europese beurzen na 11 september dan die in het land dat feitelijk getroffen werd, te maken heeft met het collectief geheugen van Europeanen? Oorlogen, en de economische crises die eraan vooraf gingen of erop volgden liggen hier verser in het geheugen dan in Amerika. Zou de geneigdheid om doem te zien, gecombineerd met de betrekkelijke onervarenheid van Europeanen met het beleggen in aandelen, achter de zo heftige schrikreactie in Europa kunnen zitten?

Ronald Doeswijk is beleggingsstrateeg bij IRIS, het economisch researchbureau van Robeco en Rabo, en zoekt voortdurend naar de ideale spreiding in een beleggingsportefeuille over aandelen en vastrentende waarden, over regio's, en over sectoren. Hij ziet weinig in die beleggingspsychologie van de koude grond en concentreert zich liever op tastbare gegevens die hem ter beschikking staan. Macro-economische data dus, zoals groeivooruitzichten per regio, de inflatie, de rente, en de zwaarte van verschillende sectoren op de beurzen van individuele landen. Doeswijk: ,,Het achterblijven van de Amsterdamse beurs is voor het grootste deel terug te voeren op het feit dat de IT-sector het de laatste maand wereldwijd erg goed gedaan heeft. Nu weegt IT op de Amsterdamse beurs maar voor 3 procent mee, terwijl dat in de VS 18 procent is.'' Sectorwegingen zijn ook van belang als je verder terugkijkt. ,,Als je vergelijkt met een jaar geleden, dan zie je dat de sterke terugval van de Amsterdamse beurs in vergelijking met Wall Street erg beïnvloed is door de grote weging van de telecomsector, die extreem scherp in waarde daalde en door het ontbreken van de defensieve farmacie-sector.''

Volgens Doeswijk moet je, zeker bij een klein land als Nederland, de prestaties van de nationale economie helemaal loskoppelen van de rendementen op de beurs. Hoe belangrijk is de Nederlandse thuismarkt nog voor de koers van Philips, Aegon of Koninklijke Olie?

Regionale verschillen spelen weer wel op het vlak van de inflatie, de rente – en niet te vergeten het rentebeleid van de centrale bank – en de verwachtingen ten aanzien van de economische groei in de nabije toekomst. Doeswijk: ,,Dat de Amerikaanse beurs het al weer vrij goed doet komt ook doordat algemeen verwacht wordt dat in de VS begin volgend jaar al de eerste tekenen van economisch herstel te zien zullen zijn, terwijl Europa het dan nog verder aan het afglijden is.'' De economische cyclus van Amerika loopt altijd wat voor op die van Europa. Tenslotte speelt ook nog mee – maar Doeswijk vindt het riskant om er al te scherpe uitspraken te doen – dat de Fed, het stelsel van centrale banken in Amerika, wat voortvarender met renteverlagingen optrad dan de Europese Centrale Bank. Doeswijk: ,,Feit is dat de ECB opdracht heeft de inflatie onder controle te houden en niet, zoals de Fed, de werkgelegenheid te stimuleren. Maar misschien heeft men achteraf gezien wat te lang volgehouden dat er van inflatiedreiging sprake was.''

    • Bert Bakker