Dierenmanieren

De Partij voor de Dieren werkt zoals de Partij voor de Vrijheid: met maximale partijdiscipline en de drang tot scoren op tv.‘We vechten allebei tegen het establishment.’

Senator Niko Koffeman

‘Je gaat dit toch niet gebruiken voor je artikel?” Partijvoorzitter Lieke Keller van de Partij voor de Dieren heeft kort voor het gesprek, op haar werkkamer in het cen- trum van Amsterdam, een duif gered. „Hij lag hier vlak naast, op het Damrak. Ten dode opgeschreven. Wat kon ik anders doen dan het beestje meenemen?”

Keller kijkt bijna smekend: schrijf alsjeblieft niet over die duif, journalisten zetten ons al zo vaak weg als humorloze fanatiekelingen die niet met carnivoren in één kamer willen en die het liefst de hele dag knuffelen met dolfijnen.

En niet alleen journalisten, zo bleek rond het ‘vliegincident’ van Barack Obama, afgelopen voorjaar. De president van Amerika sloeg tijdens een televisie-interview met één welgemikte klap een vlieg dood. Op camera. Thieme reageerde. Met een verwijzing naar Duitse theoloog Albert Schweitzer (1875-1965) vroeg ze aandacht voor de vlieg en propageerde ze „mededogen met alle dieren, zelfs met de meest merkwaardige, kleinste en minst sympathieke”.

De reacties waren vernietigend, vooral in de blogosfeer. Hoe kun je zo’n politicus nu serieus nemen? En zo’n partij?

En dus praat Keller op hoop van zegen op het kleine partijkantoor, met prachtig uitzicht op het Centraal Station, over de prille geschiedenis van de Partij voor de Dieren. Hoe bijna vier jaar geleden, na een eerdere vergeefse poging, twee zetels in de Tweede Kamer werden veroverd. Over de mensen die in de campagne hadden geholpen, met geld, en met sympathiebetuigingen. Zoals de bekende schrijvers Mensje van Keulen, Kees van Kooten en Maarten ’t Hart deden, en actrice Georgina Verbaan en zangeres Charlie Dée, allen op de toenmalige kandidatenlijst. En hoe de partij enkele maanden later gedwongen was om te gaan met de consternatie – en de woede van Maarten ’t Hart – over de geloofskeuze van partijleider Marianne Thieme, die ter kerke gaat bij de zevendedagsadventisten.

Tegelijk geeft ze munitie voor de vergelijking die zich bij het volgen van de dierenpartij na enige tijd opdringt: die met de PVV, die andere partij die in 2006 tot de Kamer doordrong. Niet qua ideeën – zeker niet qua ideeën – maar qua werkwijze lijken de twee politieke jongelingen opvallend veel op elkaar.

Door hun verschil in maatschappijopvatting lopen de overeenkomsten niet direct in het oog. Bovendien speelt de Partij voor de Dieren geen noemenswaardige rol in het machtsspel op het Binnenhof. Daardoor is ze niet verwend met media-aandacht, behalve dan in november 2006, na haar historische toetreding tot het parlement – nog nergens ter wereld was een partij die opkomt voor de belangen van dieren vertegenwoordigd in een nationaal parlement.

Op enige afstand ziet het er anders uit. Sterker, wie de schaarse buitenlandse berichtgeving over de Nederlandse politiek volgt, zou zelfs kunnen denken dat het in Den Haag om slechts twee fenomenen draait: de opkomst van de anti-islampartij PVV en de parlementaire presentie van dierenbeschermers. Beide fenomenen geven buitenlandse journalisten de gelegenheid aandacht te besteden aan het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging, dat immers ‘exotische’ partijen de mogelijkheid geeft met een fractie van het totaal aantal stemmen toegang te krijgen tot het parlement. Verder bestaat interesse in de resultaten die de PvdD boekt, wat hun opstelling is in dierloze kwesties en hoe de reacties in Nederland op de nieuwkomer zijn. Wat ziet de buitenlandse pers? Lacherigheid.

Dat is precies waar partijvoorzitter Keller bang voor is. Terwijl ze honderduit praat, weet ze de gekwetste duif een half uur geheim te houden. Tot een medewerker de kamer binnenkomt om haar te informeren over wel en wee van het meegebrachte verkeerslachtoffer. „We schamen ons niet voor die Obamavlieg, voor de strijd tegen prikkeldraad of vissenkommen. Want als het om emancipatie gaat, is het niet verstandig compromissen te sluiten. Maar door die dingen blijft soms wel onduidelijk dat wij de enige partij zijn die zich werkelijk hardmaakt voor de redding van de planeet.”

Want voor minder doet de partijtop het niet. En eigenlijk is het te mooi om waar te zijn dat Keller een duif van de straat redde. Staat het beest sinds het oudtestamentische verhaal over Noach en de ark wereldwijd symbool voor vrede, bij de dierenpartij staat het voor ridiculisering van de partij. Bij de presentatie van het ‘parlementaire jaarverslag’ (de „ambachtelijk in linnen gebonden versie” voor liefhebbers kost 425 euro) zegt partijleider Marianne Thieme dat „de misvatting” bestaat „dat wij voor iedere duif een truitje breien”.

En Thieme zegt het vaker. Ze wil niet in een onverkieslijke, want onverkiesbare hoek worden gedreven. Ook de PVV kent die angst, niet voor ridiculisering, maar om in een hoek te worden gedreven. Bij hen is het de angst voor de extreem-rechtse hoek, een plaats in het Nederlandse politieke spectrum waar traditioneel weinig kiezers zitten en waar partijen zonder aantrekkingskracht, als CD en CP, in het verleden vaak aan onderlinge strijd en algehele malaise ten onder gingen. Maar dat betekent niet dat PVV’ers zich inhouden als het om immigratie en integratie gaat. Net als Thieme haar zorgen blijft uitspreken over egels in damestassen en presidentieel doodgeslagen vliegen, spreken Kamerleden voor de PVV bij herhaling van de wens alle overlastgevende Nederlands-Marokkaanse jongeren de Nederlandse nationaliteit af te nemen. Ze schuwen woorden als „Marokkaans tuig” niet, net zo min als beweringen dat „straatterroristen” Nederland „koloniseren”, of „kopvodden” (hoofddoekjes) het „straatbeeld vervuilen”. Maar wie hen xenofoob noemt, moet het ontgelden. En noem ze al helemaal niet extreem-rechts. Dan zijn de rapen gaar.

Er zijn meer overeenkomsten tussen PVV en PvdD. Nog maar net in de Kamer versloegen beide nieuwkomers onmiddellijk de SP in het aantal gestelde Kamervragen. Beide partijen hebben ook de meeste verworpen moties – oproepen aan het kabinet – achter hun naam. Geregeld nemen hun Kamerleden standpunten in waarvan ze weten dat niemand die zal steunen.

Beide partijen bieden lobbyisten weinig toegang, en in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen bleek ook de hang naar controle over de eigen rangen bij beide partijen bijzonder groot. Uit meer dan vijftig gemeenten kwam het verzoek van lokale enthousiastelingen om een kandidatenlijst namens de PvdD samen te stellen. Maar na talloze gesprekken besloot de selectiecommissie in niet meer dan zes gemeenten aan de verkiezingen mee te doen. Geert Wilders liet zijn partij maar in twee gemeenten meedoen. Hij zei dat „het risico” te groot was „in eigen voet te schieten” met nieuwe, nog onervaren politici. Het argument van de dierenpartijtop is opvallend gelijksoortig. Partijprominent dominee Hans Bouma, die lid was van de selectiecommissie, zegt: „Je wilt niet dat een verkeerde keuze het hele project in gevaar brengt.” Niko Koffeman, senator voor de partij: „Ook bij de selectie van kandidaten voor de Provinciale Staten was ik wel eens bang dat we per ongeluk mensen selecteerden die willen dat hun omgeving ze aardig vindt.” Dat zou de strategie van een moedige tegenpartij doorkruisen. Nog gevaarlijker, zo legt Bouma uit, is een gemeenteraadslid die ridiculisering al te makkelijk maakt. Er zal er maar eentje tussen zitten die met een gebreid truitje voor een duif komt aanzetten.

Na het interview met Keller op een grijze novemberdag in het hoofdkantoor vielen de puzzelstukjes langzaam in elkaar, tijdens gesprekken in de maanden die volgden, met de partijleider, met sympathisanten, met brein-achter-de-partij Koffeman, met dominee Bouma, oud-woordvoerder van het dierenbevrijdingsfront. Conclusie: PVV en PvdD hanteren een gelijksoortige politieke stijl.

Die is toegesneden op een nieuw, wantrouwig soort kiezer, zo laat een studie van onderzoeksbureau Synovate zien. In het onderzoek, dat verricht is in opdracht van deze krant, kregen burgers onder meer de vraag: hoeveel vertrouwen heeft u in het vermogen van Tweede Kamerleden om problemen van het land te begrijpen? Het vertrouwen blijkt het laagst onder hen die van plan zijn PVV of PvdD te stemmen. Ook vinden vooral zij dat verkiezingen ‘draaien om personen’. Nog minder dan andere kiezers voelen zij zich vertegenwoordigd door de leden van de Tweede Kamer. Tegelijk zijn ze het minst genegen zelf politiek actief te worden. ‘Politiek is niet voor mij, maar voor politici’; opnieuw een stelling die de meeste steun vond onder PVV’ers en PvdD’ers.

De achterban van beide partijen blijkt op dezelfde manier tegen de politiek in Den Haag aan te kijken. Ook andere verschillen onder die achterban zijn minder groot dan wel is aangenomen. Zo blijkt de dierenpartij net zo min als de PVV geworteld in de samenleving. Dat is opmerkelijk gezien de achtergrond van de hoofdpersonen die voortkomen uit de gevestigde dierenbescherming. Thieme was medewerker van Wakker Dier, Keller van Bont voor Dieren en Koffeman deed mee aan acties tegen de drijfjacht.

Toch is dat schijn. Met de oprichting van de partij namen ze afstand van die organisaties, die nooit veel hebben gezien in een dierenpartij. Een rondgang leert dat de dierenrechtenorganisaties de partij nog altijd met argusogen bekijken.

De partijtop heeft het gemerkt. Koffeman: „Ik herinner me de discussies voor de oprichting nog goed. Ze waren bang dat een dierenpartij hun eigen lobby in de politiek zou doorkruisen. Dat politici zouden zeggen: jullie hebben nu je eigen club in de Kamer, dus wat doe je bij ons op de stoep?” Sommigen vreesden ook, zo legt Koffeman uit, dat verkiezingen met een dierenpartij als een referendum zou worden opgevat. „Stel, we haalden geen zetels. Dan hadden andere partijen een goed alibi om zich niet meer om dierenrechten te bekommeren.”

Ook nu de partij er eenmaal is en vrij stabiel op twee zetels staat in de peilingen, is weinig van maatschappelijke worteling te bespeuren. En al helemaal niet op de manier waarop de gevestigde partijen dat doen, met afdelingen, kieskringen of commissies over deelonderwerpen. Af en toe duikt een partijlid op om te protesteren tegen de traditie het eerste kievitsei „uit het nest te roven”, klinkt lokaal protest tegen een middeleeuws spel als ‘ganstrekken’, of is er een ludieke, maar vooral bescheiden actie van de prille jongerenafdeling ‘Pink’. En voorzichtig beginnen enkele lokale afdelingen, maar veel stelt het niet voor.

Kamerleden leggen ook zelden een ‘werkbezoek’ af, zoals parlementariërs van de traditionele partijen bij voortduring doen. Laat staan dat Thieme en het scheidend PvdD-Kamerlid Esther Ouwehand ‘de wijken in gaan’. Daar hebben we ook helemaal geen tijd voor, zeggen ze zelf. Tegelijk heeft het ook geen zin, legt Koffeman uit. „De oude ideeën over hoe een partij behoort te functioneren, werken niet meer.”

Het is hetzelfde voor PvdD en PVV; ze hebben niet veel representanten in het land, willen dat ook niet, maar laten het in Den Haag gebeuren. In het parlement. En in de media natuurlijk, want televisie, krant en internet zijn cruciaal voor het verspreiden van de verregaande standpunten. De website van de eigen partij heeft wel een agenda, maar daarop staan nagenoeg alleen de mediaoptredens van Thieme en Ouwehand. En de plaatsen waar Thiemes film Meat the Truth draait.

Beide partijen moeten het vooral hebben van optredens van de partijleider. Thieme heeft daarbij het voordeel van haar sexe, net als Femke Halsema (GroenLinks) staat zij met interviews in vrouwenbladen als Esta, Flair en Libelle, en zelfs in tienerbladen. Misschien heeft daarbij geholpen dat Kamerlid Ouwehand in haar vorige leven de pr bij tienerblad Tina verzorgde. Onbelangrijk is het niet: uit kiezersonderzoek blijkt de partij vooral onder jonge vrouwen populair.

De partijlijn krijgt vorm in informele bijeenkomsten van het kleine aantal mensen dat de dienst uitmaakt in de partij. Die afstemming én het mediabewustzijn blijken uit een enorme boodschapvastheid. Bouma, Koffeman, Keller, Thieme; ze gebruiken allemaal dezelfde beeldspraak, cijfers en argumenten. Zo spreken ze allemaal van een ‘kraaiennestfunctie’, toch niet een gangbaar Nederlands woord. Ze bedoelen ermee dat de partij eerder dan andere het gevaar ziet dat in de verte komt aanvaren: de vernietiging van de aarde door uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Ook gebruiken ze allemaal het scheldwoord ‘Toyota-Priusrijders’, en spreken ze badinerend over ‘Toyota-Prius-oplossingen’. Bij de Algemene Beschouwingen in de Kamer zei Thieme: „Een vegetariër in een Hummer is milieuvriendelijker dan een vleeseter in een Toyota Prius.” Koffeman zegt het letterlijk zo in zijn verbouwde boerderij in Vierhouten, Keller op het hoofdkantoor in Amsterdam, Bouma in zijn appartement in Kampen, een partijvoorlichter in de gangen van de Tweede Kamer. En als het over hun invloed in het parlement gaat, zeggen ze, als in koor: „Het is alleen maar mooi als andere partijen ons overbodig maken.”

En dan de partijbijeenkomsten. De PVV kent besloten bijeenkomsten, net als de Partij voor de Dieren. Journalisten niet gewenst. De partijtop zegt dat het een weeffoutje was, het had best open gemogen, maar ja, ze hebben dat nu eenmaal zo vastgelegd in de statuten.

Boodschapvast als ze zijn, zegt iedereen in de partij dat, maakt niet uit wie je het vraagt.

Zo ook dominee Bouma. Uren praten we in zijn appartement in een nieuwbouwwijk van Kampen, dat vol staat met houten, ijzeren en plastic uiltjes. Pas in de auto naar het treinstation vertelt hij ook een ander verhaal. Bij de beslissing partijcongressen alleen voor leden open te stellen, speelde ook de angst voor „infiltratie” mee. Bouma: „Jagers zouden zo’n bijeenkomst, waar vaak niet meer dan tweehonderd mensen komen, kunnen kapen. Als ze genoeg mensen optrommelen. Even lid worden, resolutie voorstellen die de drijfjacht legitimeert, en hup, daar zit je met je interne democratie.”

Vorige maand heeft de partijtop de leden geraadpleegd: willen ze de statuten op dit punt aanpassen? Het antwoord: nee. De congressen blijven besloten. Ook op dit punt toont de PvdD zich even hedendaags en wantrouwig als de PVV. Buitenstaanders zouden de boel wel eens kunnen versjteren. Of de discussies van partijleden verkeerd kunnen uitleggen, of misbruiken voor honende of spottende verslagjes en commentaren. En stel dat een partijlid met een duiventruitje komt aanzetten.

Partijprominenten vinden de vergelijking met de PVV niet vergezocht. Koffeman: „We zijn natuurlijk beide een tegenpartij, vechtend tegen establishment en gevestigde opvattingen.” Hij ziet in de huidige populariteit van Wilders zelfs potentieel voor de eigen partij; een „groene parkeerstem” onder tegenstemmers. „Wanneer de PVV als een soufflé in elkaar zakt omdat kiezers ontdekken dat immigranten niet het echte probleem vormen, dan kunnen die tegenstemmers nog wel eens bij ons komen. Zij zijn misschien qua oplossingen minder radicaal dan wij, maar dat is niet erg: als ze maar op ons stemmen.”

Koffeman denkt opvallend strategisch voor een idealist die activistische politiek bedrijft. Als deskundige heeft hij ook enig recht van spreken. In de tijd dat de SP stormachtig groeide, adviseerde hij die partij. En al lopen er talloze zelf benoemde bedenkers van de tomaat rond, het logo van de SP, volgens oud-partijleider Jan Marijnissen is Koffeman de enige echte.

Koffeman ziet niet alleen potentiële stemmers bij de PVV, maar ook bij de VVD. Hij wijst op de duizenden VVD’ers die lid zijn van organisaties als Natuurmonumenten. Ook brengt hij in herinnering dat de man die de PvdD in de Kamer bracht met een donatie van 300.000 euro voor de campagne, Nicolaas Pierson, een VVD-stemmer was.

Het waren particuliere giften die PVV en dierenpartij samenbrachten in hun strijd tegen minister Ter Horst. Zij zal een wet naar de Kamer sturen die donaties maximeert op 25.000 euro. Beide partijen zijn even woest in hun reactie. Ze zien het als een manier van de oude partijen, mét subsidie en geaccumuleerd kapitaal, om nieuwkomers dwars te zitten.

In de Kamer trekt Thieme ook wel op met Dion Graus, een PVV-Kamerlid dat tijdens de behandeling van de Wet dieren de minister van Landbouw Gerda Verburg toebeet: „Voor u is een dier een poffertje!” Thieme en Graus hebben gebroederlijk geijverd voor een verbod op onverdoofd ritueel slachten. Beide pleiten nu voor een dierenpolitie en voor zwaardere straffen voor dierenmishandeling.

Maar daar houdt samenwerking ook wel op. Symbool voor hun levensgrote, inhoudelijke verschillen is het moratorium op het uitzetten van asielzoekers, dat voorafging aan het ‘generaal pardon’. De twee stemmen van de dierenpartij waren doorslaggevend. Hoe de PVV stemde, moge duidelijk zijn. Een Kamerlid voor de PVV noemde de PvdD onlangs nog: partij voor dieren en buitenlanders.

De dierenvertegenwoordigers zelf wijzen op een ander groot verschil. Boodschapvast als ze zijn, zeggen ze het allemaal: wíj zijn niet de one-issue-partij, zíj zijn dat. Omdat alle andere partijen slechts denken aan de korte en middenlange termijn, vinden de parlementaire dierenvertegenwoordigers alle andere partijen zelfs single-issuepartijen. Koffeman: „Alleen wij zijn dat niet, omdat wij als enige niet denken: na ons de zondvloed. En wij denken als enige aan de toekomst van de hele planeet.”

En die dieren dan? „Die zijn slechts onze invalshoek. Denk jij dat we in de Tweede Kamer waren gekomen onder de naam Partij voor de duurzaamheid?”

Die naam had ook geen recht gedaan aan de radicale koerswijziging die de Partij voor de Dieren voorstaat. Want ze zitten niet in Den Haag om „een beetje mee te doen”. Niet voor niets voerden ze vier jaar geleden campagne met een poster waarop een kat is te zien die een parlementszetel kapot heeft gekrabd. Alles moet anders. Koffeman: „Niet de politiek moet ingrijpen. Wij moeten ingrijpen in de politiek.”

    • Pieter van Os