Phantomtolerantie

De kerncentrale van Borssele is ontworpen om een neerstortende Cessna te weerstaan. Maar deskundigen zeggen dat ook een Phantom geen kernramp veroorzaakt.

Net nu de regering Bush de weg leek te effenen voor uitbreiding van het Amerikaanse potentieel aan kernenergie is nieuwe twijfel gerezen over de veiligheid van kernenergie. Na 11 september lijken de centrales het favoriete doelwit voor nieuwe terreuraanslagen met zware verkeersvliegtuigen. Stuk voor stuk hebben zij militaire bewaking gekregen.

Het besef dringt door dat het Amerikaanse reactorpark aan de oude kant is. Meer dan de helft van de 103 stroomleverende reactoren is vóór 1968 besteld. Ze zijn voorzien van een betonnen insluitkoepel die niet is berekend op het neerstorten van vliegtuigen van het formaat dat nu rondvliegt. Het eerste wide body vliegtuig, de Boeing 747, maakte zijn maiden flight pas in 1969.

Min of meer schoorvoetend hebben de Amerikaanse Nuclear Regulatory Commission (NRC) en het internationale atoomagentschap IAEA toegegeven dat de meeste koepels niet bestand zijn tegen de inslag van een Boeing 767 (maximale gewicht en snelheid resp. 180 ton en 950 km/h). Waartegen de koepels dan wèl bestand zijn is niet makkelijk te achterhalen. De NRC, het Amerikaanse ministerie van energie (DOE) en anderen hebben hun internetsites met gevoelige informatie de afgelopen dagen drastisch opgeschoond.

De insluitkoepels die de Amerikaanse reactoren beschermen bestaan meestal uit voorgespannen beton dat aan de binnenzijde hermetisch met staal is bekleed. Er blijkt een enorme variatie in dikte te zijn, oplopend van maar 2 voet (ruim een halve meter) voor de dunste koepels tot wel 6,5 voet (twee meter) voor de koepel over reactor Seabrook Station. Seabrook behoort tot de modernste Amerikaanse reactoren. Hij ging pas in 1990 in bedrijf en zou een crash van een B-52 bommenwerper kunnen doorstaan.

Hoewel in Greenpeace-kringen altijd was aangenomen dat een reactor als die van Borssele slechts was beschermd tegen `een Cessnaatje' (hooguit 1,5 ton, 250 km/h) kwam afgelopen week uit kernenergiekringen in Nederland het bericht dat de reactoren hier wel bestand zijn tegen de inslag van een Phantom-straaljager (maximaal 25 ton en 2100 km/h). Aannemelijk klonk dat niet, want de kinetische energie (1/2 mv²) van zo'n snel vliegende Phantom is maar een kwart minder dan die van een Boeing 747.

De Phantomtolerantie contrasteert ook nogal met de waarden die worden opgegeven voor de Belgische nucleaire reactoren en installaties. De omhulling van de reactoren van Doel en Tihange is ontworpen, naar Amerikaanse normen, voor de opvang van een vliegtuig van 9 ton met een snelheid van 300 km/h. Achteraf is berekend, noteert de Belgische toezichthouder AVN, dat ze ook een 13-tons vliegtuig met een snelheid van 550 km/h aan kunnen. De koepel van de nieuwe Russische VVER-1000 drukwaterreactor in Rostov is volgens ene persbericht berekend op inslag van een 20-tons vliegtuig.

Mogelijk stoelt het Nederlandse optimisme op een Japans–Amerikaans experiment uit 1989 waarbij een F-4 Phantom met een snelheid van 770 km/h invloog op een betonnen muur van zes voet dik. Die muur bleef staan en was maar licht beschadigd.

Ir. G.M. van Dijk, van de afdeling plant performance and technology van NRG in Petten (een samenwerking van Kema en ECN): ``Een koepel is veel sterker dan een muur. Dus wat voor een vlakke plaat geldt, geldt zeker voor een bolvormige koepel.'' Van Dijk, van huis uit vliegtuigontwerper, wil wel meer beamen: ``Inderdaad is Borssele uitgelegd op de inslag van een Cessna. Ik schat dat de koepel een halve meter dik is. Toch ben ik er van overtuigd dat de inslag van een Phantom daar geen gevaar voor de omgeving zal opleveren. Vergeet niet dat een vliegtuig één grote kreukelzone is, in feite hebben alleen de motoren een zeker indringend vermogen. Ik heb dan ook met verbazing zitten kijken naar de beschadigingen die aan het WTC in New York werden aangericht. En hoe dat later als een kaartenhuis ineenzakte. Dat had nooit mogen gebeuren en ik weet zeker dat het door de Bin Laden-groep ook niet is voorzien.''

``De economische schade van een vliegtuiginslag in een reactor zal geweldig zijn natuurlijk. Niet uit te sluiten valt dat er ook een gat, een lek, in de koepel komt. In het ernstigste geval zal er daardoor ook aan de binnenzijde van de koepel een kerosinebrand ontstaan, maar de ontwerpeisen die de IAEA en de NRC aan reactoren stelt zijn zo ongekend streng dat dit de reactor zelf niet ernstig bedreigt. Vergeet niet dat de reactor ook weer in een zeer zware stalen omhulling zit. Er zijn zelfs moderne reactoren van het pebblebed-principe die het in beginsel zonder zo'n koepel kunnen stellen.''

De laatste weken is er vooral in de VS grote belangstelling voor de strekking van een rapport dat Argonne National Laboratory in 1982 opstelde. Men simuleerde een botsing van een FB-111 jachtbommenwerper (50 ton) met reactorkoepels en ontdekte onverwachte zwakke plekken in de verdediging. Niet alleen werd duidelijk dat een gat in de koepel kon worden geslagen, het bleek dat een zware explosie zou kunnen ontstaan als door dat gat voldoende brandstof naar binnen kwam. Die zou onevenredig zware schade toebrengen. Het Argonne-rapport is afgelopen week van internet gehaald en ook uit bibliotheken verwijderd.

Toch wordt Van Dijk ook door dit worst case scenario niet van zijn stuk gebracht. De koepel kan kapot, de stalen reactor-omhulling kan flink worden aangetast, maar dat het tot een lozing van radioactief materiaal komt is vrijwel ondenkbaar. Bij een Cessna vanzelf, maar ook bij een Phantom.

    • Karel Knip