PCM-concern

De zojuist geopenbaarde voorstellen in het rapport van de commissie-Bouw (NRC Handelsblad, 6 november), geven aanleiding tot grote bezorgdheid, niet alleen over het ook door de politiek zo geheiligde principe van de pluriformiteit van de pers, maar ook over de redactionele onafhankelijkheid die overal verankerd is in de allerwege in Nederland overeengekomen redactiestatuten. Terecht zal hierover veel rumoer ontstaan, en niet alleen in de tot het PCM-concern behorende vier van de vijf landelijke dagbladen.

Maar er is binnen PCM meer aan de hand. Nog onlangs ontstond er veel commotie rond het vertrek van een groot aantal topauteurs bij de tot het concern behorende uitgeverij Meulenhoff. Hun vertrek hield ook verband met de door de PCM-directie doorgevoerde reorganisaties.

Ten slotte was er het ongenoegen van journalisten en columnisten over de voorgenomen plannen van de PCM-directie om hun auteursrechten uit te hollen door het ongehonoreerd gebruiken van hun teksten in databanken.

Als men de grote lijnen in deze doelbewuste PCM-strategieën analyseert, dan kan men tot de conclusie komen dat het PCM-conglomeraat zich aan het ontwikkelen is van een redelijk renderende informatief-culturele uitgeversgroep tot een commercieel-economisch wangedrocht, dat onafhankelijke meningsuiting en culturele en journalistieke inhoud wil beschouwen als commerciële consumentenproducten die men naar believen vanuit de top kan inzetten, overal waar men een markt vermoedt.

Het is bekend dat PCM te lijden heeft van een al enige tijd teruglopende advertentiebezetting. Dat wordt mede als voorwendsel gebruikt om de maatregelen door te zetten. Het is echter ook duidelijk, dat markleider PCM al veel langer allerlei plannen koestert die zowel het publiek als de politiek grote zorgen moeten baren.

    • Drs. Max Blumenfieber