MOSLIMSCHOOL NA DE BRAND

De islamitische basisschool Abibakr pakt de draad weer op de brandstichting op 16 september. De grote steun van de buurt verrastte de onderwijzer.

Voor de brand van 16 september was de buurt een grote onbekende voor directeur en leraren van de islamitische basisschool Abibakr in Nijmegen. De school trekt leerlingen uit de hele regio en van de huidige tachtig kinderen wonen er maar weinig in de directe omgeving. Met een enkele buurtbewoner was sporadisch contact. Zo stopte een oude dame altijd een herinneringsbriefje in de bus als leraren aan het eind van de dag vergaten de zonneschermen omhoog te halen. Maar daarmee hield de band met de buurt wel zo'n beetje op, vertelt directeur Wim Mast.

De brandstichting, die mogelijk verband houdt met de aanslagen in de VS, heeft dat voorgoed veranderd. Mast had van z'n leven niet zoveel blijken van medeleven verwacht. ``Zeker niet van zoveel onbekenden. In de week na de brand kwam een vijftal dames de school binnenwandelen. Ze zeiden: wij hebben vandaag niet veel om handen. Geef ons maar een doek en een emmer, wij maken de boel wel even schoon.''

Mast, net als de meeste leraren van Abibakr niet-islamitisch, staat voor het raam op de eerste verdieping van zijn school. Hij wijst op de huizen er tegenover. ``Hier schuin tegenover woont een jong gezin. Zij zijn ook bloemen wezen brengen. De bewoners van die appartementen daar hebben allemaal handtekeningen verzameld als steunbetuiging. En daar wonen mensen die...'' Mast kent ze inmiddels bijna allemaal, de bewoners van de statige herenhuizen rondom de school.

De schriftelijke reacties hebben een plaats gekregen in een gedenkboek. Er zijn tekeningen bij van andere scholen, maar ook ansichtkaarten van een enkel gezin. De leerlingen zijn vooral dol op de kaart waarop Donald Duck met zijn hoofd in de fik in het water springt. ``Nog steeds vragen kinderen: meneer Wim, hoe staat het ermee. Is er nog een kaart gekomen?''

Een goed contact met de buurt is voor elke school belangrijk, maar voor basisschool Abibakr zeker. De school werd begin jaren negentig opgericht aan de andere kant van de stad, in Neerbosch-Oost, een wijk ten westen van de Nijmeegse spoorlijn. De buurt was niet blij met de islamitische school en sommigen lieten dat blijken ook. De brandjes en gebroken ruiten waren tamelijk onschuldig vergeleken met de brand in september. ``Maar dan hing er na zo'n brandje wel een Nederlandse vlag in de boom'', zegt Mast. De druk werd zo groot dat het schoolbestuur besloot de school naar de andere kant van de stad te verplaatsen. Daar is de school nu 8 jaar gevestigd.

Abibakr is een echte islamitische school. Leerlingen krijgen elke week les in de Arabische taal, zodat ze de teksten uit de koran kunnen lezen. In de wekelijkse godsdienstles staat de islam centraal. Jongens en meisjes krijgen gescheiden gym- en zwemlessen en meisjes dragen vanaf groep 5 verplicht een hoofddoek tijdens het gebed. Dat gebed vindt elke dag plaats om 13.00 uur. De leerlingen hebben geen vrij op woensdagmiddag, maar op vrijdagmiddag. Zo kunnen ze met hun ouders naar de moskee. Op Abibakr vieren ze geen kerst of pasen, maar is de Ramadan belangrijk.

De kinderen van groep 3 zitten deze woensdag voor het eerst weer in hun oude klaslokaal. Een beetje onwennig is het wel. De muren zijn nog kaal en er is nauwelijks opbergruimte. ``Juf, waar is nou onze poppenhoek. En waar de bouwhoek?'', vroegen de kinderen meteen bij binnenkomst. ``Ze missen die hele kleine dingen'', zegt Anoeska Spijkers, lerares van groep 3. ``Kinderen hebben behoefte aan regelmaat. Het is belangrijk voor ze dat alles in de klas op dezelfde plaats staat. Maar je hebt niet meteen de volgende dag alles op orde. Je zit met levertijd van boeken, van kasten.''

Het klaslokaal van groep 3 was dermate verwoest dat de groep tijdelijk naar het computerlokaal verhuisde. Spijkers: ``Er hingen van die zwartgeblakerde halve kindertekeningen aan punaises. Echt een triest gezicht.'' Het is het enige klaslokaal waar brand heeft gewoed. Het vuur is op twee plaatsen aangestoken. De grootste schade werd aangericht aan de andere kant van het gebouw: in de speel- en gebedsruimte van de school. Nog altijd zijn de ramen er dichtgetimmerd met houten planken en is de zaal zwart van het roet.

In diezelfde ruimte had de school de vrijdag voor de brand de slachtoffers in de Verenigde Staten herdacht. Mast: ``Ik heb bij die gelegenheid gezegd: we zetten even opzij of je voor of tegen Amerika bent en of je voor of tegen Israël bent. Dan blijft er over dat een heleboel moeders en vaders en kinderen zijn gestorven alleen maar omdat ze toevallig op die plek waren. We hebben er ook met de kinderen over gesproken dat het geweld zou kunnen escaleren. Dat iedereen daar slachtoffer van kan worden, ook wijzelf. Het pijnlijke is dan dat dat verhaal twee dagen later uitkomt.''

De link met de aanslagen in Amerika werd vooral door buitenstaanders snel gelegd. Het was in elk geval niet het eerste waar Mast aan dacht toen hij die zondagmorgen uit bed werd gebeld. ``Ik zei nog tegen mijn vrouw: wat kan er nou branden op onze school? Misschien een meterkast of zo. Ja, het gebeurde de laatste tijd wel dat als kinderen van onze school op straat liepen, ze werden toegeroepen met: 'Osama Bin Laden'. En in die zin hadden we er ook over gesproken met de oudere kinderen: laat je niet opjuinen. Maar brandstichting, daar kom je niet op.''

De eerste weken na de brand durfde niemand uit groep 7 en 8 bij het raam te zitten. Dat is over, vertelt lerares Els Spanjers in aanwezigheid van haar acht leerlingen. ``De eerste opwinding is voorbij. Nu komen de dromen'', zegt Spanjers. Hajar (12)

Hajar (12), MET bontgekleurde hoofddoek, steekt haar vinger op. ``Ik droomde deze week dat ik hier in het gebouw was. Er was brand en ik kreeg het niet geblust. Zij waren er ook bij'', en ze knikt in de richting van haar twee klasgenootjes in de schoolbankjes recht voor haar. ``Maar ze hielpen niet. Ze keken alleen maar.'' De droom van Mohet (12) is een heldenverhaal met Mohet zelf in de hoofdrol. ``Ik heb gedroomd dat er een vuurbom naar binnen werd gegooid. Die viel op zijn hoofd.'' Zijn vinger wijst naar de verlegen glimlachende Naoufal, die bij het raam zit. ``Ik heb 'm gered'', vervolgt Mohet, ``door een grote emmer water over hem heen te gooien.''

Helemaal veilig voelen de leerlingen van groep 7 en 8 zich nog niet in het schoolgebouw. Hajar denkt dat het misschien nog een keer gebeurt. Toen de school nog in Neerbosch-Oost zat, bleef het ook niet bij één keer, redeneert ze. De leraren van Abibakr zijn extra alert op bijzondere situaties zoals een openstaande deur of een vreemde in het gebouw. Alleen de kinderen van groep 3 spelen zoals ze altijd hebben gespeeld. Lerares Anoeska Spijkers: ``Ze zijn te jong om zich voor te kunnen stellen dat iemand hun school in brand wil steken alleen maar omdat hun geloof anders is.''

    • Martine Zuidweg