Met een laptop kun je nog niet scoren

Hockey loopt al jaren voorop als het gaat om videoanalyse ter ondersteuning van speler en coach. Een Australische vondst luidt een nieuw tijdperk in.

Zelfs bij een gemiddelde hockeywedstrijd uit de Nederlandse hoofdklasse zijn ze al niet meer weg te denken, de mannen en vrouwen die zich gewapend met een videocamera ophouden langs de zijlijn. Maar het kan nog gekker. In Rotterdam, dezer dagen het toneel van het toernooi om de Champions Trophy, voeren de tientallen `video-operators' een verbeten strijd om de beste cameraposities.

Geen sport die zoveel gebruik maakt van videoapparatuur als het hockey, waar elk detail zorgvuldig wordt ontleed. Bondscoach Joost Bellaart prijst de zegeningen van de techniek, zij het met mate. Signaleerde hij nog niet zo lang geleden ,,een al te wetenschappelijke benadering bij sommige collega's'', tegenwoordig zit de voorman van de Nederlandse ploeg zelf met een beeldscherm in de dug-out. ,,Een mens is nooit te oud om te leren'', zo verklaarde hij deze week de aanwezigheid van de computer waarmee hij razendsnel wedstrijdbeelden kan terugzien.

Bellaarts collega bij de vrouwen, Marc Lammers, heeft nooit een geheim gemaakt van zijn voorliefde voor videoanalyses. Urenlang zit de oud-international desnoods achter het scherm om de spelpatronen van tegenstanders te ontrafelen. ,,Het kan ook zonder. Maar ik denk dat ik mét videoapparatuur een hoger rendement haal, zowel uit mijn team als uit mezelf.''

Afgelopen zomer, tijdens het toernooi om de Champions Trophy in Amstelveen, introduceerde Lammers de zogeheten `videobril'. Met die futuristisch ogende zonnebril bleek hij tijdens de wedstrijd in staat om vliegensvlug beelden van een kort daarvoor uitgevoerde strafcorner of vrije slag te bestuderen, die hem via een draadloze verbinding werden toegespeeld door zijn cameraman. Zodat hij zijn speelsters bij de eerstvolgende gelegenheid kon attenderen op de zwakke plekken bij de tegenstander. Zelf was Lammers overigens de eerste om het belang van het technische hulpmiddel te relativeren. ,,Die videobril scoort niet'', zei hij over het vermeende geheime wapen van Nederland.

Hockey is een sport die zich, wellicht meer dan andere sporten, leent voor een bijna mathematische aanpak: veel `standaardsituaties', zoals strafcorners, vrije slagen op vaste posities en een spelopbouw die steevast achterin begint, bij gebrek aan een doelman die de bal kan uittrappen of -gooien. Het is een van de redenen waarom de sport paradoxaal genoeg met slechts een handjevol professionals in de top een technologische voorsprong heeft op andere disciplines.

Het sportmaffe Australië loopt voorop in die ontwikkeling. Terry Walsh, oud-bondscoach van de nationale mannenploeg, gaf deze week op zijn laptop een demonstratie van een hoogwaardig computerprogramma dat sinds kort op de markt is en door veel collega's wordt begeerd of inmiddels is aangeschaft (kosten 35.000 gulden). SportsCode Elite V3.0 heet de geavanceerde applicatie die de oud-international in samenwerking met programmeurs van het befaamde Australian Institute of Sports ontwikkelde.

Het systeem herbergt een duizelingwekkende hoeveelheid keuzemogelijkheden, waarmee het ingevoerde beeldmateriaal met doeltreffende precisie wordt benoemd en gerangschikt. Een paar drukken op de toets volstaan om de informatie volgens Walsh terug te brengen ,,tot de essentie van wat een coach graag wil weten: hoe speelt mijn tegenstander en waar ligt voor ons de sleutel tot de overwinning?''

Waarmee Walsh niet gezegd wil hebben dat de computer een wedstrijd kan winnen. Daarvoor hoeft hij maar te verwijzen naar de Spelen in Sydney, waar Australië in de halve finales sneuvelde tegen Nederland. Ondanks de laptop op de schoot van Walsh. ,,Het blijft een hulpmiddel. Alles staat of valt met de intelligentie van de gebruiker. Schiet die tekort, dan kan het programma zich zelfs tegen hem keren.''

Niettemin is het systeem in staat om binnen een handomdraai spelpatronen te herkennen, zoals de looplijnen bij een strafcorner. Een uitgekiende matrix brengt statistische gegevens, zoals over welke flank ploeg A bij voorkeur uitverdedigt, feilloos in kaart. Beelden van technische vaardigheden kunnen bovendien `op elkaar worden gelegd', hetgeen de oplossing dichterbij brengt.

Gijs van Heumen, oud-bondscoach van de Nederlandse hockeysters, raakte zo onder de indruk van de Australische vondst dat het franchisebedrijf waarvoor hij werkt, Zenith Search International, de verkoop in Nederland ter hand heeft genomen. ,,Het systeem is in staat om intelligente vragen te beantwoorden, waardoor je spelers kan voorzien van handzame, visuele informatie. Na een wedstrijd kan een coach voor iedereen een cd-rom branden met daarop de tekortkomingen. Zodat ze de volgende dag in één oogopslag zien waar het aan schort.''

Tal van voetbalclubs uit de Premier League hebben het programma al aangeschaft. Ook Wiljan Vloet, trainer van FC Den Bosch, kan niet wachten totdat Van Heumen, commercieel directeur bij de eredivisieclub, overgaat tot installatie. ,,Wiljan moet nog even geduld hebben'', zegt Van Heumen, die kopers adviseert eerst een besturingscursus te volgen.

Maurits Hendriks, oud-bondscoach van Nederland, beschouwt vooral de tijdwinst als een groot voordeel. ,,Zat je tot voor kort nog uren achter de video, nu ben je binnen een paar minuten klaar. Daarmee houdt een coach tijd over voor andere relevante zaken, zoals de sfeer in de ploeg.''

Hoe verleidelijk die gedachte ook is, het geavanceerde systeem maakt het werk van een coach eerder moeilijker dan makkelijker, denkt Hendriks. ,,Het luidt een nieuw tijdperk van coaching in. Kernvraag daarbij is: hoe ga ik om met de stortvloed aan informatie?'' Ook Walsh waakt voor beroepsdeformatie, want: ,,Het laatste wat ik als coach zou willen is elf robots het veld insturen.''

    • Mark Hoogstad