Julie's vissoep

Julie is een Ghanese en zeer bedreven in het koken van soep. Haar man vindt een maaltijd zonder soep maar niks – alsof hij niet gegeten heeft. Hij wil geen onzin uit een pak of pot, maar echte soep zoals ze dat thuis in Ghana gewend waren.

Favoriet bij Julie's man is wiriwiri ne mackerel enkwan ofwel soep met red snapper en makreel, die ze dan ook wekelijks maakt. Bij gebrek aan red snapper, kocht ik op de vismarkt de veel kleinere Surinaamse snapper, die in den vreemde ook wel Lane Snapper, Spot Snapper, Red-tail Snapper, Biajaiba, Silk Snapper of Candy Snapper wordt genoemd. Die laatste naam dankt hij aan zijn roze huid met mooie goudgele strepen. Gelukkig heeft hij ook nog een Latijnse naam: Lutjanus synagris. Soms vervangt Julie de makreel door een moot zalm, maar ik houd het liever bij haar traditionele combinatie.

Bereiding: Ontdoe de makreel van zijn kop en ingewanden (de snapper wordt ingevroren aangevoerd en is al leeggehaald). Knip de staart- en andere vinnen weg van de vissen en snijd ze in dikke moten; de kop van de snapper doet mee aan deze soep. Bestrooi de stukken vis met zout en laat dat 10 minuten intrekken. Maal de garnalen zo fijn mogelijk in een foodprocessor en wrijf ze vervolgens fijn in een ruwstenen vijzel. (Of koop garnalenpoeder in een Afrikaanse voedingsmiddelenwinkel.) Stoof de vis samen met de verpulverde garnalen, knoflook en 2 dl water 10 minuten in gesloten pan op laag vuur, tot het visvlees stevig is. Maal intussen tomaten, ui en Spaanse pepers tot een gladde massa in een foodprocessor. Voeg dit toe aan de vis, samen met 8 dl water, breng aan de kook en laat het geheel in open pan 30 minuten koken.

Neem de stukken vis uit de soep, verwijder de graten en wip de wangetjes uit de kop. Doe het visvlees terug in de soep samen met de peterselie en proef op zout. Serveer Turks brood bij de soep.