Impasse in Indonesië over grondwet

Het Indonesische Volkscongres is gisteren, na twee jaar voorbereiding en negen dagen vergaderen, niet in staat gebleken de grondwet van 1945 op hoofdpunten te veranderen.

Over rechtstreekse verkiezing van president en vice-president en de invoering van een twee-kamerstelsel bleek vannacht, kort voor het slot van de jaarlijkse zitting, geen overeenstemming mogelijk.

Het congres kon het na een reeks schorsingen en koortsachtig gelobby niet eens worden over de ontwerpamendementen en besloot het niet te laten aankomen op een hoofdelijke stemming. Het heeft besluitvorming over deze voor de democratisering van Indonesië cruciale ingrepen een jaar vooruitgeschoven.

Het Indonesische Volkscongres is krachtens de grondwet van 1945 het hoogste college van staat, dat presidenten kiest en kan ontslaan, en telt, behalve de 500 leden van het parlement, 130 `gewestelijke afgevaardigden' en 70 vertegenwoordigers van `maatschappelijke groepen'. Onder het bewind van generaal Soeharto waren parlement en Volkscongres applausclubs voor het staatshoofd. Sinds diens val in 1998 heeft de volksvertegenwoordiging een hoofdrol opgeëist.

Het Volkscongres nam zich in 1999 voor om de uit de revolutiejaren daterende grondwet in democratische zin aan te passen. Een werkgroep legde de zitting van deze week een pakket amendementen voor. Die behelsden rechtstreekse verkiezing van president en vice-president; invoering van een verkozen Raad van Regionale Afgevaardigden, die samen met het parlement een Volkscongres-nieuwe-stijl zou vormen; ontbinding van niet-gekozen fracties in het oude congres en de oprichting van een Constitutioneel Hof, dat presidenten zou kunnen veroordelen voor eventuele schendingen van de grondwet en worden belast met toetsing van wetten.

De grootste fractie in het Volkscongres, de nationalistische PDI-P van president Megawati Soekarnoputri, ging na lang aarzelen akkoord met rechtstreekse verkiezing van de president, maar verbond daar voorwaarden aan. Als geen van de kandidaten meteen een absolute meerderheid en in de helft van de provincies 20 procent van de stemmen zou halen, moest de presidentskeuze worden overgelaten aan het Volkscongres. Golkar, ooit het vehikel van Soeharto, en andere partijen eisten in dat geval een tweede, beslissende stembusgang. President Megawati raadde haar partij een hoofdelijke stemming af en de amendementen belandden voor een jaar in de ijskast.